Ze huppelde door het veld heen en zag daar een bloemetje. Ze wilde het plukken en in haar haren stoppen. Ze aarzelde, kon ze dat wel doen? Ze liep verder, rende, en ze struikelde. Proestend van het lachen rolde het meisje over het grasveld een stuk naar beneden. Ze droeg een blouse en een driekwarts-broek. Van de mooie crème kleurige blouse bleef niet veel over, het leek meer een groen uitgeslagen lap om haar heen, maar het maakte het meisje helemaal niets uit. Want vandaag was het lente, vandaag mocht ze rondjes draaien in de open velden. Vandaag, zou alles anders worden. Deze dag was het, die alle anderen in het niet lieten vallen.
Want, daar stond iemand. Een jongen. Een jongen met bruin haar, een spijkerbroek aan en hij droeg een leuke jack. Hij draaide zich om. 'Dag Lisa!' Het meisje bloosde en wist niet zo goed wat ze moest zeggen. 'Lisa, ben je nu al verbrand in je gezicht,' vroeg de jongen toen ze dichterbij kwam. 'Heej Rick, nee ik ben niet verbrand in mijn gezicht, ik heb veel te hard gerend!' Het meisje voelde dat ze nog roder werd in haar gezicht. Als het maar niet zou opvallen, dacht ze. 'Haha, ah zo. Nu begrijp ik het.' Ze voelde zich almaar verleger worden, maar wist toen alle moed bij elkaar te rapen en begon te praten tegen de jongen. 'Rick, ga je mee naar boven? Boven zijn de bloemen nóg mooier, boven lopen er lammetjes. Boven, staan de bomen in bloei! En daar staan de kalfjes, de kalfjes die zo lief mekkeren en loeien in de weide. Daar boven, waar we samen kunnen zijn.' Voor ze het wist had ze het gezegd. De laatste zin brandde nog na op haar tong, maar de jongen moest lachen. 'Ik zal met je meekomen naar boven, want jij Lisa, jij bent mijn lente-prinses.'
Samen liepen ze naar boven en híj pakte de hand van Lisa vast. De lente, het gevoel van warmte, kwam weer terug op aarde.