zondag 29 mei 2011

Ik ben verliefd.

Sinds een dag of twee,vlinders in mijn hoofd. Sinds een dag of twee,aangenaam verdoofd. 'K was haast vergeten hoe het voelt om verliefd te zijn.
Veel te lang alleen, 'K stond een beetje stil. Hoe kon ik het weten, mijn wereldje was zo klein.
Alles wat hij (ze) zegt, slik ik voor zoete koek. En mijn scherpe blik, is ook al dagen zoek. 'T kan me niet schelen zolang hij (ze) maar met me vrijt.
Ze keek om zich heen. Niemand te zien? Of zit daar nog iemand, dacht ze. Nee, het was leeg in huis. Ze begon te zingen. En ze zong en zong. Opeens kwam er een heel erg 'onbekend' nummer te voorschijn, zomaar uit het niets. Ze zong het nummer en werd er vrolijk van. 'Sinds een dag of twee, vlinders in mijn hoofd. Sinds een dag of twee, aangenaam verdoofd.' Huh? Het meisje dacht na over songteksten. Ze kwam op het nummer 'Till Kingdom comes' van Coldplay. Maar zij kende de versie anders. Zij kende hem zoals 'Hij' hem zong. Zoals hij het nummer zong, zo vond ze het nummer mooi. Want van zijn stem kreeg ze kippenvel.
Het meisje was verliefd. Zij was verliefd op een geweldige stem.

zaterdag 28 mei 2011

Zomaar een meisje.

Ze hield de spiegel voor haar gezicht. 'Ik ben gelukkig, echt waar, IK-BEN-GELUKKIG.' Ze bleef dit maar zeggen, elke keer weer als zij voor de spiegel stond. En elke keer dacht ik bij mezelf, als je gelukkig bent, waarom sta je dan voor deze spiegel. Meisje, weet je dan niet wat die spiegel met je doet? Ik dacht na, dit meisje had een normale spiegel nodig, en geen spiegel die ze ook bij kermissen hadden, die je een vertekend beeld van jezelf geven. Zij heeft een gewone spiegel nodig, waarmee ze zichzelf kan zien.
'Maya, weet je dat zelfkennis heel erg belangrijk is?''Oh, maar dat weet ik. Ik ben gelukkig.''Dat vroeg ik niet, of je gelukkig bent. Maar goed om te horen, dat je gelukkig bent Maya!'
Ik keek om mij heen, iets zei mij dat je niet in de verdediging schiet als je echt gelukkig bent. Als je echt gelukkig bent, maakt het je dan uit wat anderen van je vinden? Maakt het je dan uit wat er allemaal om je heen gebeurt? Ja. Natuurlijk maakt het een mens uit wat anderen van hem/haar vinden. Ik denk, dat daar maar weinig uitzonderingen voor zijn te vinden. Zelfs ik vraag me wel eens af wat anderen van mij vinden. En dan kom ik heus tot de conclusie dat sommige mensen mij niet leuk vinden, omdat.... Ja, waarom? Ik denk, omdat ik leef op deze manier, 'hoe ik dat wil'. En mijn manier van leven is heel erg tegenstrijdig aan wat mensen als 'ideaalbeeld' beschouwen. Mijn ideaalbeeld is onafhankelijkheid, nog steeds. En dat ik me nu het rambam aan het werken ben, tsja... Later zal het worden beloond. Nu vinden mensen mij knettergek, maar later, als ik mijn diploma heb, als ik kan doen en laten wat ik wil, mét enige verplichtingen, dan.... Begint mijn leven. 

woensdag 4 mei 2011

De verlossing?

Ze wilde vrij zijn, zei ze tegen me. Ze wilde dingen doen die zij graag wilde. Onvoorwaardelijk genieten, onvoorwaardelijk vrij zijn. Geen beperkingen opgelegd door ouders, door school of door vrienden.
Ze was boos, haar gezicht was rood van woede en haar ogen waren opgezwollen en nog roder dan haar gezicht. Wat was er net gebeurt, vroeg ik me af. Wat zou er gebeurt kunnen zijn. Had hij weer wat gedaan tegen haar zin in, had ze weer terug geblikt naar het verleden? Had ze ruzie met die vreselijke vrouw gehad? Wat was er gebeurt, vertel het me, dacht ik.

Ik keek haar vol kalmte aan. Ze sprak; ‘Vanavond doe ik het. Vanavond ga ik eraan, of gaat zij eraan. Het is over! Ik ben kapot, ik ben leeg. Ik wil niet meer.’ De tranen liepen over haar wangen en het enige wat ik op dat moment kon doen was voor mij uit kijken en de woorden langs mij heen laten gaan. Hoe kan iemand het leven nu zo haten, dacht ik bij mezelf. Hoe kun je het leven zo verachten? Een minachting verscheen op mijn gezicht, zij zag het. ‘Vanavond doe ik het!’ En ik keek weg. Ik dacht na en toen keek ik haar aan. ‘Jij doet helemaal niks. Weet je waarom niet? Omdat je bang bent. Je bent een bang klein meisje.’ Ze keek me aan, met grote ogen. Vermoedelijk dacht ze, wat maakt zij me nou? Zit ze me nu uit te dagen!? Ze keek weg. ‘Ik ga. Tot ziens.’
Ze liep naar de deur en opende deze. ‘Dag,’ zei ik. ‘Dag,’ zei ze.

De volgende dag belde ik haar op. Ze nam op en het klonk lawaaiig om haar heen. ‘Je moet even naar binnen gaan,’ zei ik tegen haar. ‘Nee, ik ga niet naar binnen. Het is te laat.’ Ik had een gefronst gezicht, het is te laat? Ik luisterde naar de telefoon, het geluid was nog steeds zo lawaaiig. Mijn vriendin was stil. ‘Ben je daar nog,’ vroeg ik. ‘Nee, ik ben er niet meer.’ Ik kon het niet helpen, ik moest lachen. ‘Wie zit je nu in de maling te nemen, mij of jezelf? Je bent een lafbek.’ En op dat moment hoorde ik geschreeuw in de verte van de telefoon. De telefoon viel en ik hoorde een doffe bons. ‘Hallo?’

Ik heb mijn hele leven op het antwoord gewacht dat nooit was gekomen. De ‘ja, ik ben er’ is  altijd uitgebleven. In de krant heeft nooit iets gestaan over een telefoon en een doffe bons. Toch heb ik haar na dat gesprek nooit meer gezien of gehoord.