De tranen liepen over haar wangen. Ze wist dat dit moest stoppen, ze wist dat zij haar eindhalte had bereikt. Waar was hij, die jongen. Ze droomde laatst nog over hem. Hij had donkerblond haar, maar meer had zij niet kunnen zien. Haar droom werd namelijk verstoord door een blauwe olifant. Over deze olifant droomde zij vaker, net als over een circus-gemeenschap in een donker gebouw, die enge grapjes maakten en pamfletten op de muren hadden hangen. De olifant liep op haar af en sloeg haar met zijn slurf op de grond. De jongen verdween uit haar zicht en ze keek de olifant aan.
''Jij gemeen wezen! Ik wil jou nooit meer terug zien in mijn dromen, hoor je me? Nooit meer!''
De olifant keek haar aan. Na al die jaren van dreiging die het dier in zijn ogen had, zag ze nu geen dreiging meer. Ze zag mededogen in zijn ogen. Hij verdween in het niets en de tranen bleven maar over haar wangen stromen.
''Hoe weet ik nu over wie ik gedroomd heb, als ik alleen maar zijn kapsel kan herinneren en een vaag gezicht?''
Ze voelde de brok in haar keel, die alleen maar groter scheen te worden. Ze wist dat als die brok niet heel gauw uit haar keel zou verdwijnen, zij zou sterven. Sterven door te weinig liefde. Kijkend om zich heen, zocht zij iets om die brok kapot te kunnen maken. Zou het helpen als ik mezelf heel hard op mijn borst sla, dacht ze. Zou het?
Ze staarde voor zich uit, ze wist dat ze hier hélemaal niks aan kon doen. Ze moest het maar gewoon accepteren wist ze uit ervaring en ze zou het accepteren. Ze zou haar dagboek volschrijven zoals zij al jaren deed, en dan zou ze verder gaan. Het brok zou dan verdwijnen en plaats maken voor een nieuwe brok. Zo ging dat bij haar.
''Isa, wil je nog wat drinken?'' Met een schrik draaide Isa zich om en keek naar de persoon. ''Nee.'' De persoon draaide zich om en Isa telde tot drie. Één, twee, drie.
Nu kan ik weer ademhalen, dacht ze. De vergif is niet meer. Nu kan ik 5 minuten tot rust komen. Dit had zij altijd als er iemand onaangekondigd haar kamer in kwam, maar niemand begreep het. Isa had altijd dat als zij langs een persoon liep die er niet betrouwbaar uitzag, zij haar adem inhield. Zo kon zij geen vergif inademen. En als ze dan net voorbij de persoon was ademde ze rustig uit, zodat ze de gif juist weg blies. Isa vertrouwde niemand.