zaterdag 3 december 2011

De blauwe olifant.

De tranen liepen over haar wangen. Ze wist dat dit moest stoppen, ze wist dat zij haar eindhalte had bereikt. Waar was hij, die jongen. Ze droomde laatst nog over hem. Hij had donkerblond haar, maar meer had zij niet kunnen zien. Haar droom werd namelijk verstoord door een blauwe olifant. Over deze olifant droomde zij vaker, net als over een circus-gemeenschap in een donker gebouw, die enge grapjes maakten en pamfletten op de muren hadden hangen. De olifant liep op haar af en sloeg haar met zijn slurf op de grond. De jongen verdween uit haar zicht en ze keek de olifant aan.
''Jij gemeen wezen! Ik wil jou nooit meer terug zien in mijn dromen, hoor je me? Nooit meer!''
De olifant keek haar aan. Na al die jaren van dreiging die het dier in zijn ogen had, zag ze nu geen dreiging meer. Ze zag mededogen in zijn ogen. Hij verdween in het niets en de tranen bleven maar over haar wangen stromen. 
''Hoe weet ik nu over wie ik gedroomd heb, als ik alleen maar zijn kapsel kan herinneren en een vaag gezicht?'' 

Broken.

Ze voelde de brok in haar keel, die alleen maar groter scheen te worden. Ze wist dat als die brok niet heel gauw uit haar keel zou verdwijnen, zij zou sterven. Sterven door te weinig liefde. Kijkend om zich heen, zocht zij iets om die brok kapot te kunnen maken. Zou het helpen als ik mezelf heel hard op mijn borst sla, dacht ze. Zou het?  
Ze staarde voor zich uit, ze wist dat ze hier hélemaal niks aan kon doen. Ze moest het maar gewoon accepteren wist ze uit ervaring en ze zou het accepteren. Ze zou haar dagboek volschrijven zoals zij al jaren deed, en dan zou ze verder gaan. Het brok zou dan verdwijnen en plaats maken voor een nieuwe brok. Zo ging dat bij haar. 
''Isa, wil je nog wat drinken?'' Met een schrik draaide Isa zich om en keek naar de persoon. ''Nee.'' De persoon draaide zich om en Isa telde tot drie. Één, twee, drie. 
Nu kan ik weer ademhalen, dacht ze. De vergif is niet meer. Nu kan ik 5 minuten  tot rust komen. Dit had zij altijd als er iemand onaangekondigd haar kamer in kwam, maar niemand begreep het. Isa had altijd dat als zij langs een persoon liep die er niet betrouwbaar uitzag, zij haar adem inhield. Zo kon zij geen vergif inademen. En als ze dan net voorbij de persoon was ademde ze rustig uit, zodat ze de gif juist weg blies. Isa vertrouwde niemand.

maandag 28 november 2011

Voor jou tien anderen.

Het meisje keek naar de grond, hij keek haar aan. Het vuur stond in zijn ogen. Hoe kon zij dit doen, hoe kon zij hem dit aandoen? Uitgerekend hem moest zij kwetsen. Het vuur brandde door zijn hele lichaam. Hij wilde haar slaan, hard. Zo op haar hoofdje, zodat ze nooit meer iemand kon kwetsen. Hij bedacht hoe het zou zijn om haar een keiharde schop te geven, om haar tegen de muren aan de smijten, om in haar gezicht te kwatten. Hij hield zich in. Ze keek hem nu aan, en ze wist dat hij haar misschien weer zou slaan. Dit deed hij vaker. Ze was al heel vaak bij hem weggegaan, maar elke keer dreigde hij weer met enge dingen. 'Ik maak je kapot,' had hij de laatste keer gezegd. Toen zij naar de politie was gegaan, werd er helemaal niks aan gedaan, ze had geen bewijzen. Het liet hen koud. Het liet iedereen koud, want iedereen nam altijd maar aan dat de smoesjes die zij verzon om de blauwe plekken te verklaren geen smoesjes waren. Ze zei tegen hem: 'Ga je me weer slaan? Dat is het enige waar je goed in bent namelijk.' Hij begon te beven. Het meisje zag zijn handen trillen en ze wist dat ze binnen nu en 3 tellen zou moeten bukken. Dat deed ze. Het meisje bukte en hij miste haar. Zij gaf hem een knietje en zei: 'Voor jou tien anderen.' Ze liep weg en smeet de deur achter zich dicht. De deur die ze nooit meer door is gegaan.

vrijdag 18 november 2011

One day.

One day, everything will change. One day I will be happy again. The little girl running trough the fields, flowers in her hair, laughing. She sees everything in the sky, eventhough the isn't a thing. The perspection, she knows what it is. She knows who she sees. She sees the most beautiful guy of the whole universe. And one day, she knows who this guy is, 'cause she's the only one who sees him.
The love is which I fear my love. The love will tear me apart, because I'm not ready yet. Love will tear us apart., because you aren't ready for it too. I want to love you, I want to hold you tight. I want to feel your skin against mine, your hands trough my hair, your lips on my lips and your breath which is irregular. Irregular, because you know you want everything of it, just like me, but afraid to be hurt like hell.

zaterdag 29 oktober 2011

De ontmoeting.

Het meisje keek zijn kant op, hij zag er leuk uit. Zou ze wat tegen hem zeggen? Maar wat moest ze dan zeggen? Hoi, ik ben het, remember? Dan zou het antwoord waarschijnlijk toch zijn geweest dat hij haar niet herkende. Ze vond het jammer. Het eindstation kwam steeds dichterbij en ze wilde wat zeggen. Ze kon het niet, of durfde ze het niet? Ze wist alleen één ding wel. De kans dat zij deze jongen niet meer zou zien zou groot zijn, erg groot. Het meisje reisde immers bijna nooit meer met de trein.

vrijdag 21 oktober 2011

Live as if you'll die today.

Het meisje keek schuin naar beneden, daar stond dat lieve kind die toch elke keer haar aandacht trok. Het was haar buurjongetje, en meestal had hij een tuinbroek aan. Wanneer hij uit zijn ouders' huis stapte, maakte hij altijd een hupje, zodat hij zonder moeite over het drempeltje kon komen. Dan had hij in zijn ene hand altijd een actieheld, en in zijn andere hand had hij een snoepje.   
Hij liep altijd naar de trapleuning en dan zwaaide hij even naar het meisje. Ditzelfde gebeurde elke dag. Dan zwaaide het jongetje even naar het meisje, haalde dan het papiertje van zijn snoepje af en ging dan op een traptrede zitten tot het snoepje op was. Wanneer het snoepje op was, ging hij met zijn actieheld spelen en lachte hij elke dag weer. 
Het meisje genoot van dit schouwspel en elke dag ging zij weer op hetzelfde moment naar buiten om haar buurjongetje te zien spelen. Het snoepje en het spel maakte het kind zielsgelukkig, en dit schouwspel maakte het meisje gelukkig.

vrijdag 14 oktober 2011

De regendruppel.

Het meisje keek uit het raam en ze voelde de kou langs haar heen gaan. Ze staarde naar die ene regendruppel, die aan de tuinstoel hing en dreigde te vallen. De druppel viel nog niet, maar hij werd groter en groter. Ze volgde, met volle aanwezigheid, wat de druppel zou doen. Als de druppel nu zou vallen, dacht ze, dan zou hij tussen alle andere druppels op de grond liggen en zo een plasje vormen. Als de druppen niet zou vallen, dacht ze, dan kon zij het aankomende uur nog even genieten van het schouwspel van de vallende druppels. Ze hoopte van harte dat dit laatste het geval zou zijn.
Maar de druppel viel. Het leek een eindeloze val te zijn. Het meisje had het liefst met haar hand de druppel opgevangen en deze tot haar genomen. Zo zou de druppel niet in het niets zijn verdwenen, maar voor altijd in haar lichaam blijven. Maar dat zou een leugen zijn, wist zij. 
- Ze liep naar buiten en keek met beiden ogen in het plasje water, waar de druppel zojuist in was gevallen. Tot haar verbazing zag zij niet zichzelf in de weerspiegeling van het water. Nee, ze zag een zwarte schim in de weerspiegeling. Een zwarte enge schim. Het meisje draaide zich om, en voor ze het wist maakte zij een eindeloze lange val. 'Plok!' en daar lag ze, tussen allemaal andere gevallen mensen. -
Het meisje opende haar ogen. Ze voelde zich fit en vrolijk, ondanks dat het buiten regende. Ze keek door het raam en zag een zelfde druppel hangen aan de tuinstoel. Ze wist, dat daar een mensje naar beneden zou vallen en dat het mensje haar zou zien. Ze zwaaide, en de druppel viel naar beneden.

woensdag 21 september 2011

Ze droomde over de werkelijkheid.

Ze droomde over deze mooie jongen. Ze vroeg zich af wanneer een jongen geen jongen meer is. Wanneer een jongen een man is geworden. Ze giechelde, ze dacht aan het geslachtsdeel van jongens en van mannen. Bah, ze kreeg vieze beelden in haar hoofd en ze ging gauw aan iets anders denken. Zal hij al een man zijn, vroeg zij zich af. Ze dacht aan haar stukje volwassen worden toen zij 11 jaar oud was. Slenterend door een shoppingmall in Engeland, kreeg zij ineens last van haar buik. Zoekend naar een wc, deed ze haar behoefte, maar de aanvullende behoefte op wie ze zat te wachten bleef uit. Ze merkte het toen ze haar broek weer aan deed en zich omdraaide om de wc door te spoelen. Shit, ik ben voor het eerst ongesteld geworden, dacht ze toen. Die dag kocht zij voor het eerst maandverband en die dag voelde zij zich meer volwassen dan alle andere dagen. Een half jaar later kocht zij haar eerste BH en zo volgden allerlei acties op haar veranderende lichaam. Maar hoe zal dat nu zijn bij mannen, zij worden niet ongesteld en kunnen dus ook niet weten wanneer zij hun puberteitsfase in gaan. En kleine jongetjes hebben een kleine piemel, maar mannen hebben een penis. Wanneer krijgt die dan een groeispurt? En waarom blijft die groeispurt bij sommige jongens uit?
Ondertussen droomde zij niet meer, ze vroeg zich alleen maar heel veel dingen af. Wanneer was hij een man geworden, is hij eigenlijk al een man? Ben ik al een vrouw, of ben ik nog een meisje? Ze vroeg zich af of ze wel een vrouw wilde zijn, met al die verplichtingen en al die dingen die ze dan niet meer mocht doen. Of eigenlijk mocht zij die dingen nog wel doen, alleen werd het niet geaccepteerd door de mensen om haar heen. Misschien was zij al pre-volwassen. 
En ze droomde weer weg. Want soms was het toch wel fijner om dat meisje te zijn in plaats van die pre-volwassene. Dan kon ze dromen over van alles en iedereen, zonder dat deze rare vragen naar boven kwamen.

zondag 11 september 2011

Het eenzame leven.

Het meisje staarde uit het raam en dacht na. Waarom zijn er zo veel mensen die hun afspraak niet na kunnen komen? Waarom maken mensen eigenlijk nog afspraken? Het meisje werd wekelijks afgewezen voor een afspraak, en ze werd er elke keer nog bozer van dan de keer daarvoor. Hardop zei het meisje: 'Als ik een afspraak maak kom ik die toch ook netjes na!' en ze keek weer naar buiten. 
De volgende dag was het zomers weer, ze zou vandaag met iemand naar het strand gaan. Ze had zich er helemaal op verheugd, want ze ging eigenlijk niet zo vaak naar het strand. Dat is eigenlijk heel erg raar, dan woon je zo dicht aan het strand en dan ga je er bijna nooit heen. Ze ging er alleen heen met perfect gezelschap voor het strand, geweldige mensen. Met andere mensen wilden ze er niet heen, het strand was haar thuishaven, het strand was van haar. Alleen van haar en van niemand anders. Hij smste af. 
Tranen biggelden ondertussen over haar wangen. Waarom is de wereld zo, waarom is de wereld zo onterecht gemeen. Het was een retorische vraag die zij zichzelf elke keer weer opnieuw stelde, het antwoord op die vraag wist het meisje maar al te goed. Waarom zijn de mensen niet zo direct als ik? Waarom zeggen mensen gewoon niet wat er op hun hart ligt...., waarom is ja, nee en nee, ja? Ja hoort ja te zijn en nee hoort nee te zijn!
Ze werd meegevraagd naar een feestje. 'Meisje, ga je ook mee naar het feestje vanavond?' 'Nee, ik heb er niet zo'n behoefte aan. Misschien een andere keer weer.' Vanavond ga ik schilderen dacht het meisje, vanavond ga ik lekker met iets lekkers om te eten schilderen en in mijn eigen wereld leven. Vanavond, leef ik het 'eenzame' leven.

dinsdag 30 augustus 2011

I'm a dream-believer.

Daar zat ze, dat mooie meisje. Dat meisje waar je al weken, maanden, van droomde. Je knipperde met je ogen, omdat je zeker wist dat je weer eens aan het dromen was, maar het beeld verdween niet. Zij was het die jou plezierde op meerdere manieren, dat meisje met dat lange blonde haar. Jullie lagen gisteren nog samen in het gras, de schapen heb je nog horen blaten, maar toen je intens gelukkig en bevredigd was, eindigde het moment. Je ontwaakte. Uit die diepe mooie slaap ontwaakte jij. 
Nu vandaag schijnt de zon. Ze is het echt. Jij hebt je zonnebril op, zij heeft dat niet. Haar ogen glinsterden door het felle licht, maar dat deed er niet toe. Niks deed er toe, behalve dat het meisje van je dromen 5 meter van je af stond. Ik moet erheen, dacht je. Ik moet met haar praten, ik moet vragen of zij hetzelfde droomde over mij. Je benen verzetten zich, maar de hoofd sloeg op hol. Je liep er heen en je tikte haar aan. 'Eh hoi.' zei je tegen haar. Ze keek je aan, en ze haalde je zonnebril voor je ogen weg. Daar, die vertrouwde blik, ze herkende je. 'Hey!' Je voelde dat je mondhoeken omhoog gingen, dat je ogen niet alleen straalden omdat het felle zonlicht erin scheen. Nee, je ogen straalden omdat het meisje uit je dromen, ook over jou had gedroomd.

vrijdag 26 augustus 2011

'Ik voelde zijn ogen in mijn rug branden.'

Zijn hand ging over mijn wang en hij duwde mijn gezicht richting zijn gezicht. Het was niet dat hij mij pijn deed, het voelde juist fijn, de manier hoe hij dat deed. Ik keek in zijn ogen en zag het wederzijdse verlangen, het zou gebeuren. Vandaag, hier, nu. Zijn lippen kwamen dichterbij en ik keek hem nog steeds aan. Zijn ogen sloten en ik, ik deed hetzelfde. Onze neuzen raakten elkaar, en ik moest grinniken. Ik voelde dat hij ook een glimlach op zijn gezicht had, maar hij liet zich niet klein maken door mijn gelach. Ondertussen had ik mijn ogen weer geopend en ik zag dat hij zijn gezicht nu iets had gedraaid, toen zijn lippen de mijne raakten. Hij kuste me en ik sloot mijn ogen weer en kuste hem terug. Zijn hand ging door mijn haren, ik voelde zijn rustige streling over mijn hoofd. Van het begin van mijn haren, tot aan mijn nek, want daar stopte het. Daarna ging zijn hand weer terug, terwijl ik zijn andere hand op mijn rug voelde. Hij maakte rondjes met zijn vingers, en het verbaasde mij dat hij deze 3 dingen tegelijk kon doen. Mijn ene hand hield hem vast in zijn nek en met mijn andere arm trok ik hem tegen mij aan.Ik voelde zijn lichaam op en weer gaan wanneer hij ademende, rustig, maar wel steeds wat sneller. Ik raakte daar opgewonden van. Ik raakte opgewonden van het idee dat ik iemand sneller kon laten ademen, dat iemand verlangde naar mij. Mijn hart begon sneller te kloppen toen ik zijn hand onder mijn shirt voelde, zijn hand voelde klam op mijn blote rug. Hij zat aan het sluitinkje van mijn BH, en hij kreeg 'm met moeite open. Dat merkte ik aan hoe hij even stopte met zoenen. Zodra hij het sluitinkje los had, merkte ik dat zijn beiden handen van mijn lichaam waren verdwenen. Ik opende mijn ogen en ik zag dat hij mij aankeek. Hij wachtte op een goedkeuring en ik vroeg mijzelf af waarom, hij had immers mijn BH toch al los gemaakt. Ik keek hem ook aan, en ik gaf hem een kusje op zijn neus, om mijzelf vervolgens van hem af te draaien en mijn armen in de lucht te houden. Hij ontdeed mij van mijn shirt en daarna legde hij mijn BH bij mijn shirt. Ik voelde kippenvel opkomen en ik wilde mijn armen om mij heen slaan. Ik voelde me verlegen en alleen, tot ik merkte dat hij zijn shirt ook uit had gedaan en met zijn borst tegen mijn rug aan zat. 
Ik zou nooit meer weg willen van dit moment. Het moment dat ik daar kwetsbaar zat, het moment dat ik mijzelf probeerde te geven aan deze persoon. Toch werd ik bang, ik werd bang op het moment dat zijn handen mijn borsten raakten. Ik wist, dat het niet zou gebeuren vandaag, hier, nu. En ik wist dat ik hem kwijt zou raken als ik nu als een neergeschoten gazelle mijn plekje op bed zou innemen en mijn armen voor mijn borsten zou houden. Daarom deed ik het misschien, omdat ik het wist. Toch draaide ik mijzelf om en ik keek hem met een serieuzer blik dan ooit aan.
'Je wilt niet hè?''Nee, ik wil graag slapen. Ik wil graag slapen en morgen wakker worden.''Oké.'
Hij deed zijn broek uit en ging op zijn helft van het bed liggen. Ik volgde zijn voorbeeld en ook ik deed mijn broek uit, maar ik kroop meteen onder de dekens. We zijn met onze ruggen naar elkaar toe in slaap gevallen.
Die volgende ochtend werd ik vroeg wakker. Ik kleedde mezelf aan en ik gaf hem nog één laatste kus, wetende dat er nooit meer een zou volgen. 'Dag,' zei ik, en ik liep naar beneden. Ik opende de deur en ik liep weg. Ik liep, zonder op of om te kijken, maar ik voelde zijn ogen in mijn rug branden.

zaterdag 6 augustus 2011

It's a letter, a secret love letter.

Lieve -,


Ooit schreef ik jou een brief. Ooit vertelde ik jou wat er op mijn hart lag, en dat ik liefde had gevonden. Ik vond liefde, maar ik heb het nooit als échte liefde kunnen en/of mogen ervaren. Jij was degene op wie ik verliefd was, jij was fijn, bij jou wilde ik zijn. Sterrenhemels en rustige avonden, wilde feesten en alcohol. Twee tegengestelde dingen, maar beiden 2 hele fijne dingen. Ik hou van wilde feesten, maar ik hou ook van rustige avonden, zo lang ik maar plezier kan hebben. Zo lang ik maar mag lachen. Ik kon mijn liefde niet naar een hoogtepunt brengen, jij zag het zo niet. Was het een ander, of was het niet in staat kunnen zijn om een relatie aan te gaan? Beiden.

        Liefde, het verscheurt je hart. Het verscheurde mijn hart, maar ondanks dat, maakte het mij ook een rijk persoon. Door het voelen van liefde, al is het maar beginnend, weet je dat je leeft. Dan weet je weer dat je een mens bent. Ik ben een mens, want ik kán liefhebben, ik kan verliefd zijn, alleen moet ik het nog niet zijn. Liefde kan heel mooi zijn, met de juiste persoon op het juiste moment. En ik weet zeker dat wij allemaal, iedereen die mijn geheime brief leest, liefde kent of zal kennen. Wij allemaal komen op onze plek terecht, ook jij. 
        Het laten gaan van liefde voelt aan als pure wanhoop in een geïsoleerd blik. Je kunt het niet zien, je kunt het niet horen, maar je kunt het wel voelen. Je kunt het voelen bewegen. En als je heel goed bent, dan kun je het wel zien, dan zie je de verdriet in iemands ogen, dan boor je recht door het blik heen. De verdriet die ik ooit kende, ooit, maar niet nog eens. 

donderdag 7 juli 2011

Angst.

Ze liep over straat en daar was hij.... Haar één na grootste angst, kwam recht op haar af gelopen. 'Hoi!' zei hij, en hij keek haar doordringend aan. 'Eh, hoi..' antwoordde ze.
Het was zijn vermogen om mensen te doorzien waar zij zo bang van werd. Hij was haar één na grootste angst, omdat ze niet ontdekt wilde worden. Zij wilde haar masker op houden, zij wilde zijn zoals die persoon die zij zelf had bedacht. 
'Hoe gaat het met je?' en er verscheen een lach op zijn gezicht. Bij de woorden die hij net had uitgesproken, kreeg zij een rilling door haar heen. Een schokje naar haar hersenen. Ze dacht: 'goed' antwoorden, nu meteen. 'Het gaat goed hoor. Hoe gaat het met jou? Heb je een leuk weekend gehad?' Zijn gezicht vertrok, de lach verdween alsof ze iets had gezegd wat niet mocht. Hij trok een vreemde grimas en hij keek haar aan. 'Ray?' 'Wat moet je nou, wat zit je me nou aan te kijken als een stomme idioot? Denk je nu echt dat ik je niet doorheb? Denk je nu echt dat ik zo'n losertje ben die niet doorheeft wat hier aan de hand is? Hoe durf je! Ik weet heus wel wat jij hebt meegemaakt, en toch vertrouw jij mij niet. Toch denk jij dat ik zoals al die anderen ben.' Het meisje wist niet waar ze het moest zoeken, ze wilde om zich heen kijken, zoekend naar een antwoord. Maar er was nergens een antwoord te vinden. Ray pakte haar gezicht vast, zijn blik was ondertussen rustig, maar toch heel scherp. Zijn ogen brandden in haar ogen en zij kon niet langer wegkijken. Ze gaf zich over. Haar lichaam wierp zich in zijn armen, haar gedachten liet zij varen en haar ogen gaven zich over aan zijn blik.
Ze wist het zeker, ze wilde hem. Ze wilde hem nu, morgen en overmorgen. 
De lippen van het meisje en Ray raakten elkaar zachtjes. Zij zoende terug. Hij opende zijn mond en zij volgde. Zij kon niet anders meer dan volgen. Hier had zij zo lang naar verlangd, naar dit moment met deze persoon. Alle angst zou weg drijven naar een niemandsland. 
Ze werd wakker, in zijn armen. Kijkend om haar heen viel zij terug in de angst die de avond ervoor nog weg was gedreven. De angst vond haar, zij wilde gevonden worden. Zij zocht een excuus om Ray op een afstand te houden. Haar grootste angst was haar excuus. Haar grootste angst..., zijzelf..., was haar excuus.

dinsdag 7 juni 2011

Sommige nachten.

Sommige nachten lig ik wakker. Sommige nachten heel alleen. Sommige nachten zonder rust. Sommige nachten... Waar gaat het heen?
Ik droomde laatst, wat zou ik dromen. Ik droomde laatst, over wat komen gaat. 
Het waren dromen, mooie dromen, vol bezinning, heel voldaan, droomde ik van een mooi bestaan.
Een gelukkig bestaan, een vredige omgeving, een mooie kleur, en een eeuwige lach.

zaterdag 4 juni 2011

Remember me.

'I just don't see the part of waiting. What if I die eeting my 'meal'.'

'Is that problem-able?'

'It is possible. Astroid hits the restaurant. Then I die without eating that one thing I wanted most.'


'When someone comes into your life, and one half of you says; you know you are near ready.

But the other half says; make her yours forever.'

zondag 29 mei 2011

Ik ben verliefd.

Sinds een dag of twee,vlinders in mijn hoofd. Sinds een dag of twee,aangenaam verdoofd. 'K was haast vergeten hoe het voelt om verliefd te zijn.
Veel te lang alleen, 'K stond een beetje stil. Hoe kon ik het weten, mijn wereldje was zo klein.
Alles wat hij (ze) zegt, slik ik voor zoete koek. En mijn scherpe blik, is ook al dagen zoek. 'T kan me niet schelen zolang hij (ze) maar met me vrijt.
Ze keek om zich heen. Niemand te zien? Of zit daar nog iemand, dacht ze. Nee, het was leeg in huis. Ze begon te zingen. En ze zong en zong. Opeens kwam er een heel erg 'onbekend' nummer te voorschijn, zomaar uit het niets. Ze zong het nummer en werd er vrolijk van. 'Sinds een dag of twee, vlinders in mijn hoofd. Sinds een dag of twee, aangenaam verdoofd.' Huh? Het meisje dacht na over songteksten. Ze kwam op het nummer 'Till Kingdom comes' van Coldplay. Maar zij kende de versie anders. Zij kende hem zoals 'Hij' hem zong. Zoals hij het nummer zong, zo vond ze het nummer mooi. Want van zijn stem kreeg ze kippenvel.
Het meisje was verliefd. Zij was verliefd op een geweldige stem.

zaterdag 28 mei 2011

Zomaar een meisje.

Ze hield de spiegel voor haar gezicht. 'Ik ben gelukkig, echt waar, IK-BEN-GELUKKIG.' Ze bleef dit maar zeggen, elke keer weer als zij voor de spiegel stond. En elke keer dacht ik bij mezelf, als je gelukkig bent, waarom sta je dan voor deze spiegel. Meisje, weet je dan niet wat die spiegel met je doet? Ik dacht na, dit meisje had een normale spiegel nodig, en geen spiegel die ze ook bij kermissen hadden, die je een vertekend beeld van jezelf geven. Zij heeft een gewone spiegel nodig, waarmee ze zichzelf kan zien.
'Maya, weet je dat zelfkennis heel erg belangrijk is?''Oh, maar dat weet ik. Ik ben gelukkig.''Dat vroeg ik niet, of je gelukkig bent. Maar goed om te horen, dat je gelukkig bent Maya!'
Ik keek om mij heen, iets zei mij dat je niet in de verdediging schiet als je echt gelukkig bent. Als je echt gelukkig bent, maakt het je dan uit wat anderen van je vinden? Maakt het je dan uit wat er allemaal om je heen gebeurt? Ja. Natuurlijk maakt het een mens uit wat anderen van hem/haar vinden. Ik denk, dat daar maar weinig uitzonderingen voor zijn te vinden. Zelfs ik vraag me wel eens af wat anderen van mij vinden. En dan kom ik heus tot de conclusie dat sommige mensen mij niet leuk vinden, omdat.... Ja, waarom? Ik denk, omdat ik leef op deze manier, 'hoe ik dat wil'. En mijn manier van leven is heel erg tegenstrijdig aan wat mensen als 'ideaalbeeld' beschouwen. Mijn ideaalbeeld is onafhankelijkheid, nog steeds. En dat ik me nu het rambam aan het werken ben, tsja... Later zal het worden beloond. Nu vinden mensen mij knettergek, maar later, als ik mijn diploma heb, als ik kan doen en laten wat ik wil, mét enige verplichtingen, dan.... Begint mijn leven. 

woensdag 4 mei 2011

De verlossing?

Ze wilde vrij zijn, zei ze tegen me. Ze wilde dingen doen die zij graag wilde. Onvoorwaardelijk genieten, onvoorwaardelijk vrij zijn. Geen beperkingen opgelegd door ouders, door school of door vrienden.
Ze was boos, haar gezicht was rood van woede en haar ogen waren opgezwollen en nog roder dan haar gezicht. Wat was er net gebeurt, vroeg ik me af. Wat zou er gebeurt kunnen zijn. Had hij weer wat gedaan tegen haar zin in, had ze weer terug geblikt naar het verleden? Had ze ruzie met die vreselijke vrouw gehad? Wat was er gebeurt, vertel het me, dacht ik.

Ik keek haar vol kalmte aan. Ze sprak; ‘Vanavond doe ik het. Vanavond ga ik eraan, of gaat zij eraan. Het is over! Ik ben kapot, ik ben leeg. Ik wil niet meer.’ De tranen liepen over haar wangen en het enige wat ik op dat moment kon doen was voor mij uit kijken en de woorden langs mij heen laten gaan. Hoe kan iemand het leven nu zo haten, dacht ik bij mezelf. Hoe kun je het leven zo verachten? Een minachting verscheen op mijn gezicht, zij zag het. ‘Vanavond doe ik het!’ En ik keek weg. Ik dacht na en toen keek ik haar aan. ‘Jij doet helemaal niks. Weet je waarom niet? Omdat je bang bent. Je bent een bang klein meisje.’ Ze keek me aan, met grote ogen. Vermoedelijk dacht ze, wat maakt zij me nou? Zit ze me nu uit te dagen!? Ze keek weg. ‘Ik ga. Tot ziens.’
Ze liep naar de deur en opende deze. ‘Dag,’ zei ik. ‘Dag,’ zei ze.

De volgende dag belde ik haar op. Ze nam op en het klonk lawaaiig om haar heen. ‘Je moet even naar binnen gaan,’ zei ik tegen haar. ‘Nee, ik ga niet naar binnen. Het is te laat.’ Ik had een gefronst gezicht, het is te laat? Ik luisterde naar de telefoon, het geluid was nog steeds zo lawaaiig. Mijn vriendin was stil. ‘Ben je daar nog,’ vroeg ik. ‘Nee, ik ben er niet meer.’ Ik kon het niet helpen, ik moest lachen. ‘Wie zit je nu in de maling te nemen, mij of jezelf? Je bent een lafbek.’ En op dat moment hoorde ik geschreeuw in de verte van de telefoon. De telefoon viel en ik hoorde een doffe bons. ‘Hallo?’

Ik heb mijn hele leven op het antwoord gewacht dat nooit was gekomen. De ‘ja, ik ben er’ is  altijd uitgebleven. In de krant heeft nooit iets gestaan over een telefoon en een doffe bons. Toch heb ik haar na dat gesprek nooit meer gezien of gehoord.

vrijdag 8 april 2011

Het (dansende) meisje op het perron.

Elke dag staat dat meisje daar. Ze staat te wachten. Haar koptelefoon op haar hoofd, muziekje na muziekje speelt zij af. Liedje na liedje krijgt zij steeds meer zin om haar heupen mee te laten wiegen op de maat van het nummer. Dit nummer is opzwiepend, zij wil haar ogen sluiten en meezingen. Meezingen en meedansen met het vrolijke heerlijke indie nummer. 
Ze zag 2 duiven lopen. Eentje leek heel erg gelukkig, de ander liep een beetje vreemd. Zijn kopje alsof hij een kip was, dat leek normaal te zijn voor duiven aangezien de andere duif dit ook deed, maar hij maakte ook een soort 'hupje'. Het meisje raakte geïnspireerd door deze duif. Ze sloot haar ogen en waande zich in een eigen wereld. In die wereld was zij obstinaat, de ongeschreven regels golden voor haar niet. Dansen mocht zij gewoon op het perron.
Haar heupen gingen van links naar rechts, wiegend op de muziek. Zoals ze bij Daft Punk dansen, dansde het meisje in haar gedachten ook. Ze mixte in haar gedachte alles door elkaar. Ze kon tegen een muur op rennen en eindigen in een super coole move, ze kon breakdancen en eindigen in een sexy stand etc. Het was helemaal háár droom. 
Letterlijk haar droom. Ze was in slaap gevallen. Op het perron was het meisje in slaap gevallen. De zon scheen nog zo mooi, die 2 duiven waren ondertussen weggevlogen en het meisje... Het meisje was niet obstinaat. Zij volgde netjes de ongeschreven regels. Maar toen de trein eraan kwam, zwiepte zij toch even met haar heupen heen en weer en zong ze zachtjes een paar deuntjes. 
Het was háár dag.

dinsdag 22 maart 2011

Lente.

Ze huppelde door het veld heen en zag daar een bloemetje. Ze wilde het plukken en in haar haren stoppen. Ze aarzelde, kon ze dat wel doen? Ze liep verder, rende, en ze struikelde. Proestend van het lachen rolde het meisje over het grasveld een stuk naar beneden. Ze droeg een blouse en een driekwarts-broek. Van de mooie crème kleurige blouse bleef niet veel over, het leek meer een groen uitgeslagen lap om haar heen, maar het maakte het meisje helemaal niets uit. Want vandaag was het lente, vandaag mocht ze rondjes draaien in de open velden. Vandaag, zou alles anders worden. Deze dag was het, die alle anderen in het niet lieten vallen.
Want, daar stond iemand. Een jongen. Een jongen met bruin haar, een spijkerbroek aan en hij droeg een leuke jack. Hij draaide zich om. 'Dag Lisa!'  Het meisje bloosde en wist niet zo goed wat ze moest zeggen. 'Lisa, ben je nu al verbrand in je gezicht,' vroeg de jongen toen ze dichterbij kwam. 'Heej Rick, nee ik ben niet verbrand in mijn gezicht, ik heb veel te hard gerend!' Het meisje voelde dat ze nog roder werd in haar gezicht. Als het maar niet zou opvallen, dacht ze. 'Haha, ah zo. Nu begrijp ik het.' Ze voelde zich almaar verleger worden, maar wist toen alle moed bij elkaar te rapen en begon te praten tegen de jongen. 'Rick, ga je mee naar boven? Boven zijn de bloemen nóg mooier, boven lopen er lammetjes. Boven, staan de bomen in bloei! En daar staan de kalfjes, de kalfjes die zo lief mekkeren en loeien in de weide. Daar boven, waar we samen kunnen zijn.' Voor ze het wist had ze het gezegd. De laatste zin brandde nog na op haar tong, maar de jongen moest lachen. 'Ik zal met je meekomen naar boven, want jij Lisa, jij bent mijn lente-prinses.'
Samen liepen ze naar boven en híj pakte de hand van Lisa vast. De lente, het gevoel van warmte, kwam weer terug op aarde.