woensdag 29 februari 2012

Twee maakt één.

Isa zette de muziek aan en droomde weg. Deze muziek luisterde ze vaker, maar sinds een tijd kon ze er van wegdromen. Dan dacht ze aan deze leuke jongen, die ze wel eens tegen was gekomen op het station. Zijn schattige toet, zijn mooie sprekende ogen en dat alles. Ze miste het reizen met de trein zo nu en dan. Het sociale stukje van het reizen met het openbare vervoer.
Ze besloot die dag om volgende week weer een keer de trein te pakken naar school.  
Ze zette opnieuw haar muziek aan, maar nu een week later, in de trein. Koptelefoon op en daar ging ze. Ze stapte de haast stomende trein in en deels tot haar verbazing zag ze de jongen staan. Wat moest ze doen, ze wilde hem een kus op de mond drukken, maar dat kon niet. Hij wist haar naam niet en andersom wist zij zijn naam ook niet. Dus ze ging maar op de trap zitten en keek zo nu en dan naar de jongen. Ze doezelde weg, maar zag door de waas heen dat de jongen nog in de trein stond.
Ze droomde weg. Dromend over de jongen, de lente en dergelijke, werd zij ineens aangetikt. ''Moet jij er hier niet uit?'' vroeg de jongen aan Isa. Ze keek de jongen verbaasd aan, hoe wist hij dat?! ''Eh, ja, als dit station Haarlem is, eh ja dan moet ik eruit.'' antwoordde Isa twijfelend. ''Nou kom op dan.'' en hij trok Isa omhoog. Ze kon het nog niet helemaal bevatten. Hij raakte haar aan, haar hand in de zijne. Hij moest lachen. ''Hoe heet je? Ik heb je al vaker opgemerkt, maar je was ineens een heel lange tijd weg.'' ''Ik heet Isa en dat klopt, ik ga altijd met de auto naar school.'' Er verscheen een glimlach op beide gezichten toen ze merkten dat ze elkaars hand nog steeds vast hadden. Ze lieten los. ''Hoe heet jij eigenlijk?'' ''Ik heet Jason van der veldt.''
Jason moest naar de bussen en Isa moest naar een andere trein. Maar ze had heel snel bedacht dat ze ook best met de bus kon gaan. Jason moest wel op de school zitten vlak bij die van haar, dus dat kon best. Isa volgde Jason naar bus 8. Isa ging de bus binnen en Jason volgde haar, en ging naast haar zitten.
Ze zaten naast elkaar, en keken elkaar aan zonder nog wat te zeggen. Ze waren gelukkig. Twee maakte één.

zondag 26 februari 2012

De krachtige boom is niet meer.

20 Augustus 2010.    Ze keek op haar mobiel. Hé een smsje van een van haar goede vrienden. Wat zou Matthijs te zeggen hebben? ''P.s. ik ben blij dat ik jou als goede vriendin heb.'' Ze vond dit zo lief van hem. Hij was heel aardig tegen haar en zij mocht hem graag. Het was niet zo'n standaard jongen wist ze. En als zij dan eens afspraken was het altijd gezellig. Hij kon goed dansen, en zij niet. Zij kon naar zijn dansjes kijken, omdat ze leuk waren. Dit kon ze lang niet bij alle dansende mensen. Ze had eens een boekje van hem gekregen, over het schrijven van een roman. Wat attent, ze schreef altijd zo graag.
26 Februari 2012.Nu anderhalf jaar later hoort ze vrij weinig van Matthijs. Ze heeft nog vaak geprobeerd om af te spreken, maar hij heeft het altijd zo ontzettend druk. Uiteindelijk heeft ze het maar opgegeven. Ondertussen heeft ze hem al meer dan een jaar niet gezien, wat eigenlijk best wel lang is. Ze vindt het zonde, maar kan er verder weinig aan doen. 

Isa kijkt om zich heen en merkt dat de wereld om haar heen afbrokkelt en tegelijkertijd bouwt er zich een nieuwe wereld voor haar neus op. Isa wil zich vastklampen aan al het oude en grijp met al haar kracht de boom vast die steeds kleiner lijkt te worden. Uiteindelijk is de boom geen grote stevige en krachtige boom meer. Nee, het is een jong boompje geworden en buigt zich helemaal om door haar gewicht waarmee ze aan de stam hangt. Haar handen glijden langs de stam en daar valt ze. Ze valt de eindeloze leegte in, tot zij wordt opgevangen door een kussenachtige wolk. Aan het einde van de wolk ziet Isa een heel lange trap. 2 Keuzes zijn er over voor Isa. Springt ze de enorme leegte in, in de hoop dat er iets goeds is aan het einde van de val, of loopt ze de trap op omhoog? Ze kiest voor de tweede optie. 

maandag 13 februari 2012

Híj.

Kom bij me, ik wil je vasthouden. Ik wil met je in slaap vallen en naast je wakker worden. Het meisje had het koud, ze verlangde naar deze jongen. Het enige wat zij van hem kon zien was een schim, ze wist nog altijd niet wie hij was. Maar ze verlangde zo erg naar deze jongen. Ze wist niet hoe hij eruit zag, maar in haar fantasie zag hij er altijd even mooi uit. Bruin haar heeft hij, mooie groene ogen een mooi verzorgde mond met tanden, met een daarbij mooie lach en hij is breed genoeg om haar te kunnen beschermen. Zij had meestal wat met jongens gehad die smal waren, en weg zouden rennen als er problemen zouden zijn, maar nu wilde zij het anders. Zij wilde eindigen met iemand die haar wél zou beschermen, ook al zou het niet nodig zijn. Het meisje droomde altijd weg als zij aan deze jongen dacht. Ze wist dat hij bestond en ondanks dat het nu nog koud om haar heen voelde, ze wist dat de warmte haar ooit wel zou omhelzen. Die dag zou gewoon komen.