dinsdag 27 november 2012

Tunnelvisie.

Ze keek om zich heen. Wat zij zag was chaos, donkerte, een diepe put. Een tunnelvisie was wat dit meisje had, een tunnel zonder einde is waarin zij keek. Ze rende, ze stond stil, ze deed een pas naar achteren. Daar, links van haar, zag ze een heel klein beetje zonlicht naar binnen schijnen. Ze draaide zich naar het kleine lichtbundeltje en deed een paar passen vooruit. Haar rechterhand ging omhoog en ze begon te slaan. Heel hard sloeg ze tegen de tunnel en beetje bij beetje brokkelde deze af. Ze keek weer voor zich en was verbaasd. Niet alleen had zij de tunnel links van haar kapot geslagen, maar aan het einde van de tunnel leek nu ook licht te schijnen. Het zonlicht links van haar scheen ondertussen op haar linkerarm en ze voelde de warmte van de zon branden. Haar lichaam kreeg eindelijk de warmte waar het zo lang naar had verlangd. 
Ze keek nog even naar de kleine lichtbundel op haar arm, maar begon al gauw te lopen. Het lopen veranderde in joggen en dit ging over in rennen en sprinten. Ze rende vliegensvlug naar het einde van de tunnel. Eenmaal aangekomen bij het einde zag zij de mooie groene velden, de bloemen, de tjilpende vogels en de blauwe lucht. Ze begon door het veld te rennen, viel, rolde om en begon te lachen tot er ineens iemand naast haar stond en haar aan vrolijk aankeek. Het gevoel wat zij nu kreeg had zij nog nooit gevoeld. Kriebels, over haar hele lichaam, in haar hele lichaam. Het warme gevoel werd nog warmer. Haar lach van oor tot oor. Nog nooit had zij zich zo fijn gevoeld. Kwam het door de zon, de groene velden, vogels en de blauwe lucht, of kwam het door de persoon die bij haar was komen staan?
Ze stond op. Hij pakte haar hand en samen begonnen ze te rennen door de velden. Hij was het die haar een geweldig gevoel gaf. Alleen hij kon haar op deze manier uit de zwarte tunnel houden. Dat was iets wat ze zeker wist. Ze hield van dit geweldige gevoel, deze persoon, de zon en al het andere moois wat ze sindsdien had ontdekt. 
Het meisje voelde zich voor het eerst sinds jaren dolgelukkig.  

donderdag 1 november 2012

Tegendraads deel 5.

Vervolg op deze blog over Meryl: Tegendraads deel 4.

Meryl draaide zich om en keek de mannen aan. Ze stond op en de man wilde haar weer in haar stoel duwen met zijn hand op haar schouder. Dit liet Meryl niet toe, ze draaide een kwart slag en liep toen weg. Eerst naar de balie om haar naam en nummer achter te laten voor Jason, met een excuses. Daarna begon Meryl met grote passen te lopen richting de uitgang van het Mariaziekenhuis. Het werd haar allemaal te veel, ze moest hier weg. De avond die zo mooi leek te beginnen, zo vreselijk geëindigd. Haar gedachten moesten stoppen, dit alles moest weg.
Ze liep bijna tegen een man in een rolstoel op. Boos keek Meryl naar de man, maar hij reageerde verder niet. De man keek alleen maar naar de kleding die vol zat met bloed. Nog snel kon hij haar succes wensen, maar ze keek niet op of om. Haar gedachten hadden alles overgenomen. Ze zou terug gaan naar de plek waar dit alles was gebeurd, ze moest er heen voor volledige afsluiting.
Wachtend op de bus tikte ze met haar voeten op de grond. ''Schiet nou op!'' en onrustig ging ze rondjes lopen om haar eigen as heen. Nadat ze het gevoel had 100 rondjes te hebben gelopen, kwam de bus eindelijk aan. Ze hield haar ov-chipkaart tegen de scanner en ging achter de buschauffeur zitten. Ondertussen was het al bijna half 7 in de ochtend, hadden heel veel mensen haar raar aangekeken en was Meryl ontzettend moe. 
Ze stapte uit toen ze in de Kamplaan was aangekomen. Één straat weg van waar het allemaal begon. Wat ze hier wilde vinden wist ze ook nog niet helemaal, maar dat ze hier heen moest was een ding dat zeker was. Meryl stapte uit en bedankte de buschauffeur. Ze liep naar de snackbar waar ze eerder vanavond nog een Turkse pizza aan het eten was. Toen had ze nog een hap door haar keel gekregen en gelukkig had ze toen nog wat gegeten. Nou ja, gelukkig... Als ze daar niet waren gaan eten, was Jason nu niet gewond. Maar hoe het dan met die vrouw was afgelopen was nummer twee. 
Daar stond ze dan, op de plek waar de man zijn vriendin neer had geschoten en later Jason ook. Ze keek om zich heen en zag dat de auto's die er gisteren stonden, nog steeds op dezelfde plek stonden. Ineens kreeg ze een idee en ze liep naar de auto's. Ze gluurde naar binnen, om te kijken of er een foto op het dashboard hing, dat was immers een hype deze tijd. Geen foto. Ze liep naar de volgende auto toe, waar ze wel een foto in zag hangen maar niet de foto die zij zocht. De volgende auto. ''Hebbes!'' Ze zag het gezicht van de man op de foto staan. Wat ze nu moest doen wist ze niet echt, dus ze besloot in de buurt van de auto op de man te wachten. Deze man had dingen gedaan die hij niet kon maken en daar zou hij voor bloeden vond Meryl. Hoe dan ook, ze zou hem pakken.

Project #1.

Hoi lieve bloglezers,

Ik ga samen met een andere blogschrijfster een kort verhaal schrijven. Ik ga vandaag beginnen met het eerste stukje, opdat ik de blog door kan sturen naar Kimberly Olthof. Wij zullen elke keer een stukje van het verhaal aanvullen en de blog dan weer terug sturen naar de ander zodat zij hetzelfde kan doen. Voor mensen die geïnteresseerd zijn in de blogs/verhalen van Kimberly: site & Facebook-pagina.
We zullen zien wat er uit dit project gaat komen, in de hoop dat het natuurlijk een succeservaring op zal leveren!

Liefs, Daniëlle.

Tegendraads deel 4.

Vervolg op deze blog over Meryl: Tegendraads deel 3 
Het bloed stroomde langs zijn handen, die hij zo snel mogelijk op de wond had gehouden. De wond was zo groot niet, maar aan het bloed te zien leek het of alle ingewanden uit het lichaam werden gerukt. Het deed ontzettend veel pijn. Meryl stond geschrokken te kijken naar wat er net was gebeurd. De man had gezegd dat hij haar dood zou schieten als de politie achter hem aan kwam en uiteraard deed de politie dit. Waarom was zij nu dan niet dood? Ze keek naar Jason en al het bloed op zijn handen en kleren. Onder hem was een bloedvlek ontstaan op de tegels. Meryl was niet geraak, maar Jason wél. 
Ze riep naar de ambulancebroeders dat ze hem mee moesten nemen. Dat hij dood zou gaan als hij niet snel geholpen zou worden. Dat hij morfine moest krijgen en moest kunnen liggen. Ze hadden een ambulance besteld, maar verder deden ze niks, ze waren te druk bezig met de andere vrouw. Jason stond daar maar, slapjes en verslagen met een groot gapend gat in zijn borst. 
Na enkele minuten kwam de tweede ambulance aangereden. Ze handelden heel snel. De broeders legden Jason op een brancard, reden hem in de ambulance, gaven hem zijn infuus en wilden de deur dicht gooien. Meryl wilde mee naar het ziekenhuis, dus gauw zei ze dat ze mee wilde. Snel sprong ze in de ambulance en ze sjeesden naar het Mariaziekenhuis, zo een zes á zeven lange straten verderop. 
Toen ze bij het ziekenhuis aankwamen werd er snel gehandeld. Jason werd naar de Eerste Hulp gereden en de mannen renden mee. Meryl rende er als een verloren schaap achteraan. Ze wilde de mannen volgen door de enge klapdeur heen, maar zij werd hier tegen gehouden. Jason zou klaargemaakt worden voor een operatie en hier mocht ze niet bij blijven. De doktoren zeiden dat alles goed zou komen en dat hij geluk had gehad. Meryl ging in de wachtkamer zitten.
''Geluk gehad!?'' zei ze hardop in zichzelf. ''Hij heeft helemaal geen geluk gehad! ''Die man wilde mij raken en hij raakte verdomme Jason. Wat een onzin is dit!'' Ze dacht na en vrat zichzelf op van binnen. Wanneer zouden ze nu eens klaar zijn met de operatie, dacht ze na ongeveer drie uur gewacht te hebben. Toen ineens stonden er een paar mannen naast haar. Politiemannen. Strak in pak, de pet onder de arm met een notitieboekje wat uit de kontzak van de langste zou vallen als hij nog een paar stappen zou zetten.
''Mevrouw, u was erbij toen de Heer de Gooij werd neergeschoten?'' vroeg één van de agenten uit het niets.
''Ja, zou u zich niet eerst even voorstellen?''
''U heeft gelijk mevrouw, ik ben agent Pietersen en dit hier is mijn collega de Raeff. Wij hebben van onze collega's vernomen dat uw vriend is neergeschoten.''
''Jason is inderdaad neergeschoten, helaas ken ik hem pas sinds deze flut avond.'' Tranen schoten in de ogen van Meryl. Ze wilde huilen, gillen, schreeuwen en schelden. Ze wilde zeggen hoe dom die mannen waren door achter de dader aan te gaan rennen, dat die artsen sneller moesten werken en dat ze wilde weten hoe het met Jason ging. Op dat moment keek ze naar haar kleren, haar handen. Ze voelde zich ontzettend smerig, al het bloed van die vrouw en Jason. De politiemannen stonden tegen haar aan te praten, maar Meryl reageerde niet. Ze hoorde niet wat de mannen zeiden, tot ze de hand van één van de mannen op haar schouder voelde.
''Mevrouw, de man is helaas niet opgepakt. Hij heeft kunnen ontsnappen. Wij willen u vragen of u nog weet hoe de man er uit ziet, zodat wij samen met de beschrijving van mijn collega's een portret kunnen laten tekenen.''Wat zei u? Ontsnapt!?'' Meryl veerde op en haar ogen waren ontzettend groot. Ontsnapt... Dat betekent dat hij nog meer mensen wat kan aandoen, dacht ze.