Isa pakte haar mobiel en keek wat dat geluid was wat ze niet kon definiëren. Er kwam een ruis uit, een storend geluid. Een geluid wat haar bezig hield, maar niet bezig hoorde te houden. De ruis, de piep, werd steeds erger. Het begon steeds irritanter te worden. Ze was in staat om het ding beet te pakken en kapot te gooien op de grond. Ze deed het niet. Dat kon je niet zomaar doen, dacht ze. In plaats van de mobiel stuk te gooien, pakte ze het apparaat en zette het ding uit. Zo, van deze stoorzender heb ik geen last meer, dacht ze. Ik koop wel een nieuwe mobiel, of desnoods niet. Stoorzenders houd ik niet van.
zaterdag 23 maart 2013
vrijdag 15 maart 2013
Isa is op.
Isa zat in de auto en het liefst huilde ze heel hard. De sneeuw viel neer op haar voorruit, de ruitenwisser deed zijn werk. Kon ik maar net zo hard huilen als het sneeuwde, dacht Isa. De tranen bleven uit. Het gevoel dat Isa had bleef echter bestaan. Ze voelde zich alleen, moedeloos, laveloos en onderdrukt. De ketens om haar enkel deed pijn, de druk die zij op haar borst voelde was benauwend, haar ogen wilden niet meer open zijn. Isa had er genoeg van, ze wilde niet meer. Maar Isa ging door en weer en weer. Er was bijna niks meer over om mee door te kunnen gaan, haar reserves had zij al verbruikt. Ze was niet meer dan een robot aan het worden, afwerken en door gaan. Volgende punt erbij pakken als het andere was afgesloten, afwerken en een vinkje erachter zetten. De zin van het leven leek spoorloos verdwenen te zijn.
''Is het leven dan echt alleen maar afwerken en het volgende punt vervolgens verwerken en afwerken?'' Isa's ogen vulden zich met tranen, maar geen enkele traan durfde over haar wang te rollen.
Abonneren op:
Posts (Atom)