47 Street.
Matt werd wakker op de bank maar wist totaal niet hoe hij daar was
beland. Dat vond hij ook eigenlijk niet zo belangrijk. Hij klikte de TV aan:
…’Een man heeft zichzelf van het leven beroofd. Hij is van het dak gesprongen
van…’ ‘Rare mensen hier in New York’. Hij klikte de TV weer uit en liep naar de
badkamer. Douchen kon niet meer, want toen hij op zijn horloge had gekeken zag
hij hoe laat het al was, dus pakte hij maar een washand en wat zeep om zijn
gezicht te wassen. Toen hij bezig was scheerschuim over zijn gezicht te
verdelen, zag hij een rode streep in zijn nek zitten, om vervolgens te
ontdekken dat zijn ketting weg was… Hij schrok heel erg, zijn ketting was hem
dierbaar. Kijkend in de wasbak, zoekend op de grond en in de woonkamer. Alles
haalde hij overhoop. Het was een teringzooi geworden. In de verte hoorde Matt
de deurbel. ‘Ja ik kom zo!’ Hij wilde nog verder zoeken. ‘Tringggg…’ ‘Oké oké
ik kom al.’ Liep mopperend naar de deur. ‘Wie zal dit nou zijn om 6 uur ’s
morgens?’. Drie sloten moest hij losmaken, keek door het kijkgaatje en zag dat
het de politie was. Hij opende de deur en de politie begon meteen te praten.
Over zijn vriend Sid, die zelfmoord gepleegd zou hebben vannacht. ‘Dat kan
niet!! Hij had een goed leven, had nooit wat te klagen en klaagde ook nooit.
Waarom zou hij zelfmoord plegen? Jullie hebben je vergist, dit kan gewoon
niet!’
Ze haalden een foto tevoorschijn en lieten de foto aan Matt zien.
‘Meneer, dit is Sid. Of niet soms?’
Matt deinsde achteruit, en werd lijkbleek. ‘Maar…Maar…’ meer kon
Matt niet uitbrengen.
Uiteindelijk was Matt iets bijgekomen, hij zat daar maar op de
bank met een kop koffie.
‘Meneer, wij moeten weer verder, maar als u misschien iets weet of
herinnerd, weet u ons te vinden’
‘Mja’ mompelde Matt met moeite.
En de politie liepen de woning uit.
Ik moet maar naar mijn werk gaan dacht Matt, het is nu al half 7,
die stomme eikel van een baas zal wel weer gaan zeiken. ‘De gevoelloze
klootzak!’
Hij was op zijn werk. En ook moest hij nog eens overwerken. Zijn
hele dag ging slecht, niks lukte, hij was sacherijnig en schelde iedereen uit.
Maar toen het laat in de avond was en iedereen al thuis met zijn gezin zat,
hoorde hij wat op zijn kantoor. Hij zocht naar iemand, of iets. Wat wist hij
niet precies, maar er was wat. Maar hij kon helemaal niks vinden.
Matt ging maar naar huis. Onderweg bedacht hij dat hij de sleutels
van Sid zijn huis had, en dat hij maar eens moest gaan kijken waarom Sid dan
zelfmoord gepleegd zou moeten hebben.
‘Straks vind ik wat, en wat dan?’, dacht Matt.
Matt liep door naar de metro, nam de metro naar 47 street waar Sid
woonde. Toen hij het huis binnenkwam zag het er op het eerste gezicht niet
ongewoon uit. Alle spullen stonden er nog, alles was nog geordend. Alles was
gewoon nog precies zoals Sid het had achtergelaten, dacht hij. Hij keek een
beetje rond, nu meer specifiek. En zag een sigaret in de astbak liggen. ‘Hm,
Sid rookte niet.’ Matt pakte de astbak op, om naar het merk van de sigaret te
kijken. Maar hij kon het niet goed zien. Op de aanrecht lag het pakje
sigaretten, waar de peuk moest zijn uitgekomen. Het was zijn merk sigaretten,
en uit het pakje waren maar twee sigaretten gehaald.
‘Raar…’
Verder vond hij niet echt veel boeiends en bruikbaars in Sid’s
woning. Alleen een briefje met de tekst ‘You!’ maar wat het betekende, dat wist
hij niet. Hij vond het maar een rare tekst, en dacht er verder niet meer over
na. Hij liep naar de lift, want hij wilde weer naar huis gaan. Maar iets hield
hem tegen. Daardoor drukte hij niet op de knop ‘B’ maar op de knop voor de
bovenste verdieping, het dak. Matt wilde onbewust het dak op om te kijken of
hij daar nog wat kon vinden. Maar toen hij naar iets zocht, vond hij alleen een
half opgerookte sigaret. En nu zag hij maar al te duidelijk dat het datzelfde
merk was als op het pakje stond wat in Sid’s huis lag, ‘zijn merk’. Na deze
ontdekking liep Matt naar beneden om te kijken wat er over was gebleven van de
plek waar Sid terecht was gekomen.
Het was helemaal opgeruimd, alsof er niks was gebeurt. Geen enkel
spatje bloed, niet eens een kaarsje of een bloemetje. Het leven in New York was
gewoon weer verder gegaan. Het maakte niemand uit of Sid er nog was of niet.
‘Respectloze honden!’ riep Matt over straat. Iedereen keek hem vreemd aan. Hij
keek een beetje verschrikt met een rood hoofd naar de grond. En daar zag hij
wat glinsteren. Iets verderop. Hij liep er heen om te kijken wat het was. Het
leek een ketting, en pakte het op. Het was zíjn ketting! De ketting die hij
kwijt was… ‘Wat betekend dit?’ raasde er door Matt’s hoofd. ‘Was er iemand in
mijn kamer? Kon dat?’ Hij keek om zich heen, geheel verward. ‘Ik moet hier weg,
ik moet weg van hier’. Hij begon te rennen. En rende alsmaar harder. Hij keek
om zich heen. Werd hij gevolgd? Voetstappen, om zich heen. Mensen om zich heen.
Zijn ademhaling stokte, maar hij rende door. ‘Aaah’ en Matt viel op de grond.
Hij werd wakker met een bonzende kop. Op zijn bank, thuis, werd
hij wakker. ‘Maar! Hier… Hoe…!?’ Hij keek om zich heen. Niemand te bekennen.
‘De deur!’ alle sloten waren zoals altijd netjes op slot. Hij werd bang, en
ging op de bank zitten om na te denken.
Hij viel weg… En werd gelijk weer wakker, of zal het langer zijn
geweest dan even? Liep naar zijn kamer en ijsbeerde daar een tijdje, tot hij
een briefje zag liggen. Verschrikt liep hij naar het briefje op zijn bed.
‘Waarom…!?’
‘Hoe kan dit, ben ik gek aan het worden?’ Matt werd bang. En pakte
zo gauw mogelijk zijn koffer in. Hij wilde weg. Weg van hier.
Rennend met zijn koffer kwam hij bij een hotel aan. Deed de deuren
open, en vroeg hijgend of er nog een kamer vrij was. ‘Meneer, u heeft mazzel,
nog één over vandaag’
‘Oké mooi. Kan ik daar overnachten?’
‘Maar natuurlijk meneer. Hoe heet u?’
‘Matt, Matt Hide’
‘Oké meneer Hide, hier is uw sleutel en een fijn verblijf toegewenst’
Matt ging vlug in zijn kamer zitten. Het was al avond, hij was
moe. En viel in een lange diepe slaap.
Wanneer hij wakker werd had hij in zijn hand een briefje. ‘Huh?’
hij las het.
‘Je komt niet weg van de waarheid’
‘What the…’
Grijpend naar zijn sigaretten probeerde hij er één uit het pakje
te halen. Zijn hele handen trilden. ‘Ik moet roken, ik moet roken.’
Uiteindelijk had hij er dan één te pakken en stak die aan.
‘Het word me allemaal te veel’, dacht Matt. ‘Dit moet stoppen.’
Hij besloot de hele dag wakker te blijven om zo de persoon die hem
‘stalkte’ te kunnen overmeesteren.
Later die dag, bijna tegen de nacht aan, hoorde hij iets vallen.
Iets wat kapot viel, een glas of iets in die richting. Voorzichtig liep hij
erheen, maar zag niemand. Alleen het gebroken glas lag op de grond. En ineens
uit het niets hoort hij een stem. Zijn naam word gefluisterd, ‘Màààtt.’ Keek
gauw om zich heen, niemand.
‘Wie is daar!?’
‘Je weet wel wie dit is, dat weet je dondersgoed.’
‘Laat jezelf zien!’
Toen hij omkeek schrok hij zich rot. Hij zag iemand in de spiegel.
Hij zag zichzelf, maar dan anders. Zijn spiegelbeeld, was weg. Matt’s ogen
werden groot, zijn stem begon te trillen. ‘Wat ben je?’’
‘Hahaha, ik ben jou Matt. Jij bent mij. Wij zijn samen Matt. En
samen hebben wij jouw lieve vriendje vermoord. Leuk was dat hè, hem te zien
vallen. Die gil, meesterlijk, om nooit te vergeten. Alleen jammer van je
ketting, die die klootzak mee trok. Nu is het weer tijd om afscheid te nemen
Mattje’
Matt liep tegen zijn wil in naar de lift. Hij proberen zich nog
aan de deurpost vast te klampen, maar ‘het’ was te sterk. De liftdeur opende.
‘Wat ga je doen?’
‘Jij gaat naar boven’
Hij drukte op het knopje van de bovenste verdieping. Hij ging naar
het dak van het hotel. ‘Komt dit je niet héél bekend voor Mattje?’ En weer
lachte ‘het’.
Toen pas flitste alles voorbij. Matt die Sid sloeg, en maar door
bleef slaan. Toen hij hem naar de lift sleepte en Sid kreunend in de lift lag.
Hoe hij hem naar het randje van het dak had gesleept en ‘m daar nog de worden
had gezegd, ‘live’s a bitch’. Hoe hij hem duwde, en hoe Sid zijn ketting
vastgreep. Hoe hij had staan kijken hoe Sid naar beneden viel en zo hard gilde…
Hij barste in tranen uit, maar het was te laat. Hij viel en viel
en hij viel……………
De stalker. (CKV opdracht; schrijf een verhaal over een fictieve foto.)
En toen stond je daar, midden in een zaal op een kroonluchter. Hoe
het allemaal begon, laten we daar maar eens naar gaan kijken.
Het begon allemaal op de beruchte dag, ik kwam de liefde van mijn
dromen tegen. Ze heette ‘Denise Sintgrad’. Zo wat een spetter was ze. Hoe ze
liep, een verschijning zoals ik nog nooit gezien had, een engel die op aarde
was, zo mooi was ze. Ik keek naar haar vanaf mijn tafeltje, totdat ze omkeek.
Ze zag me naar haar kijken en gaf tot mijn verbazing een knipoog. Ik dacht ‘hé
wat een aparte vrouw is ze’. Maar lang om te denken kreeg ik niet, ze kwam naar
me toegelopen met haar super loopje, en begon met me te praten. Heel gezellig,
drankje erbij, en uiteindelijk gingen we naar huis. Ik liep nog een stuk met
Denise mee, en vroeg haar of ze zin had mee te gaan naar een kerstgala van mijn
werk. Ze zat erg te twijfelen, omdat we elkaar nog maar net kenden, maar toch
uiteindelijk zei ze ‘ja’. We gaven elkaar onze nummers en zeiden gedag. Ik liep
naar huis.
Ik had het gevoel dat ik gevolgd werd, keek achterom, maar er was
niets. Ik liep weer verder, maar het gevoel bleef. Ik ging een stuk rennen,
maar hoorde nu ook iemand anders rennen. Wat was dat nou!? Werd ik nou gevolgd
of niet? Ik hield een taxi aan en ging zo met de taxi naar huis. Deed mijn deur
op slot en ook nog eens op de clip. Ik dacht er verder maar niet meer over na,
en ging slapen.
De volgende dag werd ik vroeg gebeld, het was een raar
telefoontje. ‘1500 Uur bij café de Koning’. Er werd opgehangen, en ik zat met
de vraag waar dit telefoontje mee te maken kon hebben. Wie kon dit zijn, had ik
een stalker?
Het was al 2uur ’s middags, ik zat te twijfelen, wel of niet naar
dat café gaan…Ik koos om niet te gaan. Het was half 3, en ik zat weer te
twijfelen, zal ik dan toch maar heen gaan? Nee, ik ga niet!
Het was 3uur, 5 over 3, 10 over 3. De telefoon ging, ‘Waar blijf
je eikel!?’ zei de stalker. Ik antwoordde dat ik niet zou komen, voor ik wist
wie hij was. ‘Ik ben de ex van Denise, je blijft met je poten van haar af!’ er
werd opgehangen.
Ik was verbaasd en bang tegelijk. Hoe kan je de vrouw van je
wildste dromen nou zomaar voor iemand laten gaan? Hoe moet je dat doen? De
volgende dag zou hij met haar naar het gala gaan, moest ik dat dan ook afzeggen
soms? Nee, ik ga gewoon met haar heen, dacht ik. Ik ging haar bellen, of ze nog
mee wou.
‘Hoi Denise, ga je nog mee morgen?’
‘Hoi Rob, natuurlijk ga ik mee, lijkt me echt hartstikke leuk. Ik
heb me erop verheugd.’
‘Oké gelukkig maar, dan zie ik je morgen. Zal ik je 20.00 uur
komen halen?’
‘Is goed. Tot morgen dan!’
‘Tot morgen!’
Ik hing op, en wist dat ik gewoon met haar naar het kerstgala zou
gaan. Raar telefoontje of niet.
Het was zo ver, kwart voor 8 was het. Ik liep naar mijn auto en
stapte in. Er werd op mijn portier geklopt en ik zag tot mijn schrik iemand met
een mes staan. Ik gilde. Maar tegelijk deed ik zo snel mogelijk mijn portier op
slot. Ik reed gauw weg, naar Denise toe.
Voordat ik aanbelde keek ik nog gauw om me heen. Nee ik zag
niemand met een mes lopen, dus belde ik aan.
‘Hoi Rob, zullen we gaan?’
‘Heej Denise’ ik gaf haar een corsage. ‘Ja laten we gaan.’
‘Dankje, het is prachtig!’ Ze drukte een zoen op mijn wang.
We liepen hand in hand naar de auto. Ik deed het portier voor haar
open en liep naar mijn eigen portier. We reden naar het Hilton, want daar was
het gala.
De rode loper was uitgerold, en we liepen hand in hand over de
rode loper. Ze keek me met stralende ogen aan. Wat we nog niet wisten was dat
we gevolgd werden door, voor mij nog ‘de stalker’. We liepen naar binnen. Maar
nog bij de trappen hoorden we iemand roepen. Denise verbleekte en zei naar adem
happend, daar… daar… staat Robin, mijn ex. Hij is uit de gevangenis!
Hij keek naar Denise en mij. Maar hij kwam niet op Denise
afgerend, maar op mij. Ik maakte me uit de voeten door naar boven te rennen.
Hij rende me achterna, ik rende over de ‘galerij’ maar ik zag te laat dat dat
dood liep. Ik zag geen mogelijkheid om weg te komen, wat moest ik doen. De man
met het mes kwam steeds dichterbij…
Ik zag een kroonluchter. ‘Zal ik daarop springen?’ dacht ik. Ik moet,
anders word ik neergestoken. Maar wat nou als ik ’t niet red? Dan ben ik alsnog
dood. Ik koos toch om te springen naar de kroonluchter. 1…2…3… Ik sprong, net
op tijd. En ik haalde het net. Maar nu hing ik hier.
De politie zag ik al aankomen rennen, die pakte de man op. En daar
hing ik dan, boven een zaal vol met mensen. Het plafond krakend boven mijn
hoofd. Zo was dat dus allemaal gekomen. En hoe het afliep? Ik leef nog, Denise
en ik zijn nu bij elkaar, al 8 maanden. Robin, de stalker, die zit weer achter
slot en grendel.
Heksenketel.
Er was eens een vrouw die zich bekeerde in het heksengeloof.
Spreuken kon ze als de beste uit haar hoofd en toverdrankjes waren voor haar
geen probleem. Maar op een dag kwam ze een tovenaar tegen, Roedja was zijn naam,
en hij stal al haar spreuken. Ze was boos, zó boos had nog niemand in het bos
haar gezien. O wat ging deze dame tekeer! Tot ze opeens een goede ingeving had,
want ze wist dat de tovenaar een vrouw had. Van dat feit kon ze best wel
misbruik maken, dacht ze. Ze trof haar voorbereidingen, drankjes en spreuken…
Maar het wilde maar niet lukken, alles ging fout. Het leek wel of ze werd
tegengehouden, of ze werd gedwarsboomd! Ze sprak een spreuk over zichzelf uit,
zodat ze in een magisch veld stond en niemand bij haar kon komen, zowel
geestelijk al lichamelijk. Probeerde het nog een keer, en dit keer lukte het
haar wel.
Alle voorbereidingen waren klaar, maar nog één punt, haar vermomming… Wat moest ze aan!? Ze dacht, en dacht en dacht… ‘ Ik weet het! Ik ga als wijnverkoopster. Dan laat ik ‘Melinda’ van de zogenaamde wijn proeven, wat dus eigenlijk het toverdrankje is, en dan veranderd ze lekker in iets wat Roedja niet leuk vind, zei Jules.’ Daar ging ze dan, op pad naar het huis van de gemene tovenaar.
‘Bonk, bonk, bonk!’
‘Wie is daar, vroeg Melinda’
‘Ik ben Jules en ik verkoop wijn, ik wil u graag mijn wijn laten
proeven…’
Melinda deed open en liet de heks Jules binnen. Ze schonk een glas wijn in voor haar klant. Melinda dronk gretig van het toverdrankje, tot ze misselijk werd. ‘Ik voel me niet zo lekker.’ Was het enige wat ze nog kon uitbrengen
Melinda deed open en liet de heks Jules binnen. Ze schonk een glas wijn in voor haar klant. Melinda dronk gretig van het toverdrankje, tot ze misselijk werd. ‘Ik voel me niet zo lekker.’ Was het enige wat ze nog kon uitbrengen
Jules begon gemeen te lachen ‘Gnagnagna! Jouw man heeft mijn spreuken gestolen, dus steel ik zijn grote liefde’. Melinda viel heel hard op de grond, waardoor ze bewusteloos raakte. Langzaamaan veranderde haar benen in vinnen, haar oren werden veel puntiger, haar lippen…Afschuwelijk!
Toen Roedja thuis kwam zag hij zijn vrouw liggen, als zeemeermin! ‘Melinda! Riep Roedja’ ‘Wat heb je gedaan?! Dit kan niet, dit is onmogelijk, ik had je mijn beschermdrankje gegeven…Dit is niet mogelijk!’
‘Het is de heks Jules die dit heeft gedaan. Omdat jij haar
spreuken hebt gestolen wou ze wraak nemen. Ze heeft me verteld dat alleen zij
deze spreuk kan omkeren, en als je zou proberen om het ongedaan te maken zou
het nog wel eens slechte gevolgen kunnen hebben,’ zei Melinda tegen haar man.
Dat geloofde Roedja niet en begon al gauw aan het brouwen van
dranken, en met het maken van spreuken. Hij testte ze gelijk uit, en op een
gegeven moment veranderde ze in een… Vieze groene slijmerige kikker. Daar hupte
ze dan, als het meest walgelijke beest in de toverwereld.
Roedja kon alleen nog maar huilen. ‘Wat heb ik gedaan! Alleen voor een paar van die stomme spreuken ben ik mijn geliefde kwijt. Ik ga naar Jules toe en geef haar die troep terug… Dit is me die troep niet waard. En dan natuurlijk is het nog maar de vraag of ze Melinda wil terug toveren. Nee, wat heb ik gedaan. Ik ben een egoïst!’
Huilend pakte hij alle spullen bij elkaar om naar Jules te brengen. De drankjes, spreuken, stafjes, álles.. Melinda legde hij op een kussentje, en hij zorgde dat ze niet zou vallen toen hij naar Jules liep.
Roedja kon alleen nog maar huilen. ‘Wat heb ik gedaan! Alleen voor een paar van die stomme spreuken ben ik mijn geliefde kwijt. Ik ga naar Jules toe en geef haar die troep terug… Dit is me die troep niet waard. En dan natuurlijk is het nog maar de vraag of ze Melinda wil terug toveren. Nee, wat heb ik gedaan. Ik ben een egoïst!’
Huilend pakte hij alle spullen bij elkaar om naar Jules te brengen. De drankjes, spreuken, stafjes, álles.. Melinda legde hij op een kussentje, en hij zorgde dat ze niet zou vallen toen hij naar Jules liep.
‘Kwaaaaak’
Hij belde voorzichtig aan bij Jules, en hoopte dat ze hem wilde
helpen.
‘Jaaaaaa?’
‘Jules, Roedja hier. Het spijt me enorm! Ik kom je spullen terug
brengen.’
‘Daar is het nu te laat voor. Jij hebt niet geluisterd naar je
vrouw.’
‘Maar Jules! Ik heb hier al je spullen! Die krijg je allemaal
terug. Het enige wat ik van je vraag is m’n vrouw terug te geven.’
‘Oké geef hier!’
En Roedja gaf Jules alle spullen, en gaf ook het kussentje met
Melinda erop.
‘Verdwijn! Je ziet straks wel wat ik er van gebakken heb gnagna’
Roedja keek angstig naar Jules en hoopte maar het beste.
Jules pakte alle potjes en keteltjes uit de kasten en begon in
haar spreuken te zoeken naar de spreuk die ze nodig had. Daar kwam ze dan, met
de drie spreuken die ze nodig had. ‘Deze vrouw, is een kikker, maak haar goed
en gelikter.’
Kikker Melinda begon een beetje vreemd te zien, en er klonkt een
doffe plof. Rook steeg omhoog, en het zag er naar uit dat de spreuk Melinda had
gedood.
Tot de grond een beetje begon te beven. De kikker begon te groeien
en te groeien, en uiteindelijk zat Melinda weer op de grond met haar
zeemeerminnen uitstraling.
‘Wat was dat vreselijk! Wat is Roedja toch een eigenwijze man!
Maar nu ben ik nog steeds een zeemeermin, is dit niet goed te maken nog?
Alsjeblieft Jules!?’
‘Ik doe wat ik kan’
Weer ging Jules verder. Ditmaal maakte zij een toverdrankje,
eigenlijk een soort omkeer drankje, om zo Melinda weer helemaal normaal te
krijgen. Het drankje deed van ‘Poef’ en ‘Bam’ en uiteindelijk zag het er vies
groen bruinig uit.
‘Zo je drankje is klaar’
‘Het ziet er wel een beetje vies uit… Is het wel écht goed!?’
‘Nog twijfels ook! Het is nu of nooit. Anders heb je pech.’
‘Oké ik probeer het wel’
Ze dronk met een dichtgeknepen neus het potje tot aan de laatste
druppel leeg. Ze werd weer niet helemaal lekker, en viel op de grond.
‘Zo, ik hoop dat ik nu van deze onzin af ben. Ik heb immers mijn
spreuken weer allemaal terug.’
Melinda begon bij te trekken. Haar meerminnenstaart werd weer
schubloos, haar oren krompen tot normaal formaat. Haar blik werd weer normaal.
Melinda, die net nog een meermin was, was nu gewoon weer de mooie vrouw die ze
altijd was geweest.
Langzaamaan werd ze wakker. ‘Waar, waar ben ik?’ vroeg ze verward
aan Jules.
Jules vertelde in het kort wat er allemaal was gebeurt, en
vertelde ook dat Roedja niet geluisterd had naar Melinda toen ze had gezegd dat
hij niks moest proberen. Melinda werd hier zó boos om. Zó boos, dat ze boos naar
Roedja ging. Ze wilde hem nooit meer zien.
Roedja werd nu weer verdrietig want nu had ie helemaal niks meer.
Geen spreuken, geen Melinda. Hij zag eindelijk in dat hij eigenwijs was, en dat
eigenwijsheid meestal niet goed eindigt.
Dus lieve kindjes, denk erom. Niks stelen van anderen hoor, anders
eindig je net zo als Roedja. En dat willen jullie vast niet, toch!?
(voor dit verhaal heb ik ook zelf een paar tekeningen gemaakt.)
Het zielige kikkertje.
Het was een mooie dag, niemand die wat te zeuren had. Nou ja; toch
nog wel éé iemand. Het was een heel klein kikkertje, zo een schattig diertje!
Het diertje mag helemaal niet in de zon. Helemaal nooit, nou ja, zijn leven
onder water en in de schaduw ging door. Tot op een dag. Het kikkertje, genaamd
Jeroen, schrok zich rot. Ineens zat er een hele grote heks boven hem! De
heks vroeg met een kraak stem: ‘Gnegnegne, klein kikkertje waarom zit je hier
zo alleen? Moet je niet bij je rot vriendjes lekker spelen?’ Het kikkertje
scheet in zijn broek van angst en zei met een bibberstem: ‘Nnnoouuu meevvvrouuw
tocchh, iikkk magg niieettt iinnn dee zonnn komen.’ De heks Ilse moest lachen:
‘Gragragra...’ ‘Zal ik eens wat leuks voor jou doen?’, zei ze met een
gemene lacherige stem. ‘Nou, mevrouw,’ stamelde Jeroen. 'Noem me Ilse!’
‘Nou, Ilse, ik eh zou heel graag eh, eens in de zon willen spelen.’ De heks
pakte haar bezemsteel en richtte het 'ding' op Jeroen. En wat gebeurde er!?
Jeroen werd een jongetje, een heel knap en lief jongetje. Hij ging naar
z'n kikkervriendjes om met ze te spelen, maar wat was dat!? Iedereen
rende weg. Nu voelde Jeroen zich weer ongelukkig en ging huilend op een
steen zitten.
‘Zielig jongentje?’ hoorde hij zacht achter de bosjes vandaan komen. Een heel zachte meisjes stem fluisterde naar hem. ‘Kan jij helemaal met niemand spelen? Ben je helemaal alleen?’ Waarop Jeroen antwoordde: ‘Nou weet je, ik was eerst een kikker en ik kon met nieeeeeemand spelen want ik kon niet tegen de zon. Toen er net een heks kwam, die wel wat voor mij wilde doen. Zij veranderde mij in een jongentje. Nu rennen alle kikkervriendjes van mij vandaan.’ Het meisje, Doortje heette ze, zei tegen Jeroen: ‘Ik ben er nu toch!’ Toen ineens veranderde het gezicht van het zielige jongentje. ‘Ja inderdaad, jij bent er nu! Zullen wij samen spelen?’ Doortje zei met een grote lach op haar gezicht: ‘Natuurlijk lieve jongen, maar dan wil ik wel weten hoe je heet.’ ‘Ik ben Jeroen en wie ben jij?’ ‘Ik ben Doortje.’
En weet je? Nu zijn ze de beste vriendjes van elkaar. En wat er met Jeroen is gebeurd? Hij mocht bij Doortje komen wonen..
‘Zielig jongentje?’ hoorde hij zacht achter de bosjes vandaan komen. Een heel zachte meisjes stem fluisterde naar hem. ‘Kan jij helemaal met niemand spelen? Ben je helemaal alleen?’ Waarop Jeroen antwoordde: ‘Nou weet je, ik was eerst een kikker en ik kon met nieeeeeemand spelen want ik kon niet tegen de zon. Toen er net een heks kwam, die wel wat voor mij wilde doen. Zij veranderde mij in een jongentje. Nu rennen alle kikkervriendjes van mij vandaan.’ Het meisje, Doortje heette ze, zei tegen Jeroen: ‘Ik ben er nu toch!’ Toen ineens veranderde het gezicht van het zielige jongentje. ‘Ja inderdaad, jij bent er nu! Zullen wij samen spelen?’ Doortje zei met een grote lach op haar gezicht: ‘Natuurlijk lieve jongen, maar dan wil ik wel weten hoe je heet.’ ‘Ik ben Jeroen en wie ben jij?’ ‘Ik ben Doortje.’
En weet je? Nu zijn ze de beste vriendjes van elkaar. En wat er met Jeroen is gebeurd? Hij mocht bij Doortje komen wonen..
Nummer vijf.
Ze keek op de lijst die ze ooit had opgesteld. Jongens met wie zij
ooit had gezoend, met wie zij seks heeft gehad en welk cijfer zij die persoon
gaf. Een nare gewoonte wist ze, maar ze kon het niet laten om deze lijst bij te
houden.
Isabelle ging deze avond stappen met haar vriendinnen. Ze zou
nummer tien aan haar lijst toe kunnen voegen, dacht ze. Toch voelde zij dat dit
niet juist was om te doen. Nummer vijf was namelijk degene die haar had onttrokken
van haar liefde voor mannen. Mannen waren voor haar nu speeltjes, afleiding om
nummer vijf te vergeten. Vier mannen waren na hem
gekomen, vier mannen met elk hun eigen verhaal. De verhalen koesterde zij, om
zich een uitweg te kunnen banen. Mensen vonden haar simpelweg een slet. Iemand
die niet aan anderen dacht, haar eigen pleziertjes boven die van anderen
achtte.
Nummer één te veel.
Ze leerde hem kennen toen zij eenentwintig jaar oud was. Ze was
eigenlijk nog verliefd op nummer vijf,
maar ze wist dat zij verder moest. Ze ging stappen met haar vriendinnen. Met
zijn vieren gingen ze naar een strandtent, om leuke surfdudes te kunnen
spotten. Zoals verwacht gebeurde dit. Daar liep hij, het makke schaap. Isabelle
zou deze jongen verleiden, zijn ego strelen, even blijven hangen en hem
vervolgens keihard de afgrond in duwen. Zo ging het spel had iemand haar
verteld, dus zij gaf zich volledig over aan dit spel, met succes. De seks was
erbarmelijk, maar hij was sexy en dat was wat telde om nummer vijf jaloers
te maken.
Nadat ze met ‘nummer één te veel’ was opgebroken, sprak zij met
nummer vijf. Het leek hem totaal niks te doen. Hij die haar hart had gestolen,
leek deze nu keer op keer te breken. Zij wilde zo graag dat het hem wel wat
deed, dus haar spel was nog niet voorbij.
Nummer twee te veel.
Op school liep ze rond als iemand die het allemaal wel voor elkaar
had. Ze was de vrolijkheid zelve, althans voor anderen. Blij als ze was
voor anderen, zo triest voelde zij zich van binnen. Ze keek dromerig voor zich
uit toen zij tegen een jongen, nummer twee te veel, opbotste. Hij keek haar
recht in de ogen en keek dwars door haar heen. Althans, zo voelde dit voor
Isabelle. Vluchtig bood zij haar excuses aan en maakte aanstalten om door te
lopen. Een stevige hand om haar pols die haar een stukje naar achteren trok.
‘’Wat is je naam’’, vroeg nummer twee. ‘’Eh, Isabelle.’’ ‘’Isabelle, als je
eens iemand nodig hebt om te praten, dan mag je nog wel een keer tegen me aan
lopen. Je kunt me op Facebook vinden onder Jonas, uit Haarlem. Er zijn niet
veel Jonassen hier, dus je zult me zo vinden.’’ ‘’Dank je wel, maar waar komt
dit vandaan?’’ ‘’Dat weet jij maar al te goed.’’ Ik keek hem aan en hij liet
mijn pols los. Snel draaide ik mij om en liep bij hem vandaan. Dezelfde avond
zocht ik hem op en drie dagen later spraken we af. We bespraken van alles, ik
sprak voornamelijk over nummer vijf. Hij bleek een heel slecht persoon te zijn en
dus verbrak ik ons contact.
Ik sprak met nummer vijf. Hij
was oprecht geïnteresseerd in het probleem, hij wilde graag helpen. Eerlijk wat
Jonas had gedaan vond hij het niet, ik denk dat dit het keerpunt was voor hem.
We spraken en spraken, tot hij een vriendinnetje kreeg. Ik sprak nummer vijf bijna
niet meer, zijn vriendinnetje bleek nogal jaloers ingesteld te zijn. Mijn
gebroken hart was terug. Ik zou, zelfs op mijn tweeëntwintigste, weer
terugvallen in het spel der vernietiging.
Nummer drie te veel.
Mijn vriendinnen sleurde ik mee in mijn verdriet om nummer vijf. Elke vrijdag avond aten we bij één van
ons thuis een grote bak ijs leeg. Zaterdags gingen we uit en zondags zaten we
op een terras om bij te komen van het stappen. Net toen we die zondag
aanstalten maakten om naar huis te gaan, om 16.00 uur, kwam er een heel knappe
ober langs. Ik keek mijn vriendinnen aan en zij gebaarden dat ik er heen moest
gaan. Dat was wat ik deed. Ik vroeg ‘nummer drie te veel’ de rekening en bleef
even hangen. Onder het opmaken van de rekening sprak hij tegen me over het
mooie weer, wat hij die dag allemaal had gedaan en over zijn kat ‘Mies’.
Glimlachend om de naam van de kat pakte ik de rekening van hem aan en liep naar
mijn vriendinnen. Ik bracht hem het geld en liep door naar de kapstok. Hij liep
achter mij aan en gaf mij mijn jas aan. Nadat hij dit had gedaan zeiden we
gedag en gingen ik en mijn vriendinnen naar huis. Mijn vriendinnen begonnen te
lachen toen ik weer bij hen was. ‘’Heb je niet gemerkt dat hij wat in je jaszak
stopte!?’’ Ik keek verbaasd van de een naar de ander en voelde in mijn jaszak.
Niks. Ik voelde in mijn andere jaszak en ik keek tegelijkertijd om me heen.
Lachend vouwde ik het papiertje open waarop stond geschreven:
Je lijkt me een gezellige meid, volgende week weer? Zelfde tijd,
zelfde plaats.
Die week erop gingen we weer naar dat café, net als de weken die
volgden. Ik leerde Mark kennen en hij leerde mij kennen. Op het moment dat we
op een echte date gingen was alles perfect. Ik bleef die nacht bij hem
‘slapen’. Mark snurkte, ik staarde naar het plafond. Mark draaide zich naar mij
toe, ik draaide me van hem af. Om 08.00 uur ’s morgens, toen hij nog sliep,
kleedde ik mij aan. Ik schreef een briefje:
Bedankt voor de gezellige tijd, ik kan hier niet mee door gaan.
Het ga je goed, liefs Isabelle.
Aangedaan fietste ik naar huis. Ik zou nooit meer een stap zetten
in het café waar Mark werkte had ik mezelf en vooral Mark –in gedachten–
beloofd. Fietsend naar huis zag ik meer stelletjes in de vroege morgen dan ik
ook had kunnen bedenken te kunnen zien om 08.30 uur.
Nummer vier te veel.
‘Nummer vier te veel’ vond Isabelle niet eens de moeite waard om
tegen iemand anders te vertellen dan haar dagboek. Zij schreef over hem als de
holbewoner, de man uit het jaar kruik en als de menseneter. Hij verslond mensen
met huid en haar, letterlijk en figuurlijk. Isabelle wilde hem nooit meer zien,
maar was ergens ook blij dat ze deze jongen tegen was gekomen. Nu pas besefte
ze echt wat ze had gedaan bij één, twee en drie te veel. Ze stond met beide
benen op de grond, zoals het hoorde. Ze zou nu weer door kunnen gaan met haar
leven, nummer vijf proberen te vergeten.
Ze ging stappen met haar vriendinnen. Nummer tien schreef zij niet
bij, ze zou genieten van alles wat het leven te bieden had. Niet meer alleen
maar bezig zijn met mannen en jongens. Isabella zou gewoon gaan dansen en
lachen als zij zou gaan stappen en zij zou zich volledig richten op haarzelf en
haar vriendinnen.
Ondertussen was ze een werkzame vrouw van drieëntwintig jaar
geworden. Ze woonde niet langer bij haar ouders en ze kon doen en laten wat ze
wilde. Sites ontwerpen was nu haar beroep. Alles ging voorspoedig. Van haar
collega’s bleef ze af en ze had door haar collega’s zelfs een kring met
mannelijke vrienden opgebouwd. Het waren prachtmensen om bij te zijn.
Nummer vijf.
Het was vrijdagmiddag en Isabelle bleef hangen samen met een deel
van haar collega’s. Henry, die haar beste vriend was geworden, deed heel erg
geheimzinnig. Isabelle speelde het spel mee en bleef maar doorjammeren dat hij
moest vertellen wat er aan de hand was. Haar collega’s hadden de grootste
schik, zij was ondertussen aangeschoten genoeg om ook mee te kunnen lachen. De
intercom van de deur gaf aan dat er iemand voor de deur stond. Henry liep naar
de intercom en verplichte de persoon aan de andere kant van de intercom –na
enkele andere zinnen die ze niet had kunnen horen– naar verdieping drie
te komen. Ze had nog steeds niets door, ze had haar collega’s immers niet
geacht zoiets achter haar rug om te organiseren.
Daar stond hij, nummer vijf. Een nieuwe nummer vijf.
Knapper, opener en grappiger dan de oude nummer vijf. Hij kwam meteen naar Isabelle toe. Ze
was verbaasd, want ze kende deze persoon niet. Nog nooit eerder had ze hem op
een feestje van één van haar collega’s gezien. Hij stelde zich voor als John. Zij stelde zich voor als Isabelle. Ze
spraken en spraken. John maakte grapjes, Isabella moest lachen om zijn grapjes.
Aan het einde van de avond, toen de meeste collega’s al naar huis waren, kwam
Henry bij hun staan. Hij keek van Isabella naar John en weer terug.
Met één blik wisten alle partijen dat dit oneindig zou zijn.
Hallo vrienden mijn naam is Tomas Menovsky, ik kom uit Brussel, ik ben hier om het goede nieuws aan de behoeftigen te verspreiden. Ik was depressief toen mijn vrouw me verliet voor een andere man omdat mij werd gevraagd te stoppen met werken omdat ik kanker had en ik blut werd. Ze nam mijn enige dochter weg, dus mijn enige optie was om te sterven, ik probeerde haar te bellen, maar ze negeerde me, ik stuurde haar sms-berichten en plotseling antwoordde ze en zei me dat ik haar niet meer moest bellen of sms'en, op een dag neem ik contact op met een vriend van mij op Facebook en ik legde alles aan hem uit en hij vertelde me ook dat hij dezelfde problemen eerder had en hij stelde me voor aan een spell caster genaamd Doctor osagiede, hij stuurde me zijn persoonlijke e-mail, ik nam contact met hem op via doctorosagiede75@gmail.com en hij beantwoordde me snel ik legde mijn problemen aan hem uit en hij vertelde me dat ik me geen zorgen hoefde te maken dat hij dat voor zoveel mensen heb gedaan dat ik een man ben die nooit in betovering geloofde, maar ik besloot het te proberen, hij verzekerde me 24 uur om de spellen en me ook genezen van de kanker en me een betere baan geven en plotseling stuurde hij me de medicijnen voor mijn ziekte, ik nam het slechts 2 dagen en ik was vrij, ik geloofde mijn ogen nooit de volgende dag, iemand klopte op mijn deur en ik verwachtte niemand die dag plotseling, het was mijn vrouw, zij in tranen en ik kon het niet verdragen, smeekte ze bij mij en vroeg om mijn vergeving. Ik kreeg meteen een telefoontje van mijn bedrijf waar ik jaren heb gewerkt. Ik werd gepromoveerd als manager van Paragon Company in de VS, help me alsjeblieft, dokter Osagiede voor alles herstellen wat ik eerder verloren heb, zal ik iedereen die hulp nodig heeft, adviseren om contact op te nemen met arts osagiede via zijn persoonlijke e-mail op doctorosagiede75@gmail.com of whatsapp op +2349014523836 bedankt God zegene diegenen die de tijd nemen om deze getuigenis te lezen veel geluk
BeantwoordenVerwijderenMijn man Wim Schaefers vertraagde met de liefde van mijn leven na een enorm gevecht. Hij zei dat het voorbij was tussen ons en dat hij me nooit meer terug zou nemen nadat ik verschillende dingen met hem had gestopt. Ik realiseerde me eerst dat hij de liefde van mijn leven was nadat ik hem verloor.
BeantwoordenVerwijderenIk wil hem terug, maar ik wil hem ook niet nog een keer pijn doen. Ik weet niet zeker hoe ik hem zelfs terug kan krijgen, het lijkt erop dat hij zijn leven voortzet. jaren van afscheiding, liet ze achter, ze getuigde dat een spirituele genezer die Osagiede heette, namens haar een betovering luncht. Ik stuur ook een e-mail naar Dr. Osagiede om me te helpen mijn ex-liefdespartner terug te krijgen, ik leg al mijn huwelijksproblemen aan hem uit en Dr.osagiede beloofde me mijn ex-man terug te geven binnen twee dagen na het spellen van gebed en opgeofferd om de liefde te charmeren, probeerde ik, ik voorzag in alle liefdesspreukartikelen en materialen die van mij nodig waren, er werd mij gezegd middernachtgebed uit te voeren. Twee dagen na het eerste gebed was ik verrast dat het precies was zoals Dr. Osagiede me beloofde dat mijn ex me op een mobiele telefoon zou bellen om me te verontschuldigen, mijn man Aslund belde me op met een onbekend nummer, hij vraagt om excuses en maakt een afspraak om af te spreken. we zagen elkaar vaak in dezelfde week, liefde betovering werd voor mij gelanceerd in de Dr. Osagiede Tempel alles werd voor mij gedaan, het werkt naar mijn beste. Ik ben vandaag blij dat we als gezin gelukkig samenleven. ik ben dankbaar. dankzij deze geweldige man Osagiede. Aanvankelijk had ik de angst voor twijfel, maar ik probeer het en het werkt naar mijn beste. Ik weet zeker dat dit ook voor jou werkt om verloren liefdesrelaties met je partner te herstellen. email dr osagiede op zijn persoonlijke email op: doctorosagiede75@gmail.com of whatsapp op +2349014523836
Neem contact op met Dr. Isikolo bij isikolosolutionhome @ gmail als u uw man, vrouw, vriend en vriendin nu terug wilt krijgen en uw geluk wilt herwinnen.
BeantwoordenVerwijderenIk ben echt blij met deze service die Dr. Isikolo me biedt. Ik ben een van die mensen die zei: ik zal nooit een paranormaal begaafde of een goochelaar of wat dan ook noemen 'om me te helpen met mijn problemen, het minst van al mijn liefdesproblemen, maar ik bereikte het punt waarop ik wist dat ik wat begeleiding nodig had, en ik' ben zo blij dat ik deze man genaamd Dr. Isikolo heb gevonden die ik nooit in een miljoen jaar had gedacht dat ik een brief als deze zou schrijven, maar toen ik Andre bijna verloor in een van onze stomme gevechten (hij maakte het uit met mij), Ik dacht dat ik alles kwijt was. ik huil de hele dag en denk dat hij nooit meer bij me terug zal komen. Ik lees een getuigenis van een man genaamd Taylor Borg dat hij zegt dat hoe Dr. Isikolo hem helpt terug te komen binnen 48 uur ex-vrouw is. Ik e-mail hem snel. Hij heeft een (Lover spell) voor mij gedaan. 48 uur later kwam mijn (ex-vriendje) naar me toe en verontschuldigde zich voor de fouten die hij deed en beloofde het nooit meer te doen. Sindsdien is alles weer normaal geworden en onze liefde is nu sterker dan hij kan doen zonder bij mij te zijn. Ik en mijn vriendje leven weer gelukkig samen. Dr. Isikolo is de beste online spell caster die krachtig en oprecht is. En toen ik het meest wanhopig was, profiteerde hij niet van mij. Je hebt een zeer goede service geleverd aan iemand die echt in nood is. Ik weet niet hoe je het hebt gedaan, of hoe deze magie werkt, maar het enige dat ik weet is, HET WERKT !! Andrew en ik zijn gelukkig weer samen, en ik zal Dr. Isikolo altijd dankbaar zijn dat hij hem isikolosolutionhome@gmail.com e-mailt. Je kunt hem ook Whatsapp op +2348133261196.