Nummer vijf.
Ze keek op de lijst die ze ooit had opgesteld. Jongens met wie zij
ooit had gezoend, met wie zij seks heeft gehad en welk cijfer zij die persoon
gaf. Een nare gewoonte wist ze, maar ze kon het niet laten om deze lijst bij te
houden.
Isabelle ging deze avond stappen met haar vriendinnen. Ze zou
nummer tien aan haar lijst toe kunnen voegen, dacht ze. Toch voelde zij dat dit
niet juist was om te doen. Nummer vijf was namelijk degene die haar had onttrokken van haar liefde voor
mannen. Mannen waren voor haar nu speeltjes, afleiding om nummer vijf te vergeten. Vier
mannen waren na hem gekomen, vier mannen met elk hun eigen verhaal. De verhalen
koesterde zij, om zich een uitweg te kunnen banen. Mensen vonden haar simpelweg
een slet. Iemand die niet aan anderen dacht, haar eigen pleziertjes boven die
van anderen achtte.
Nummer één te veel.
Ze leerde hem kennen toen zij eenentwintig jaar oud was. Ze was
eigenlijk nog verliefd op nummer vijf, maar ze wist dat zij verder moest. Ze ging stappen met haar
vriendinnen. Met zijn vieren gingen ze naar een strandtent, om leuke surfdudes
te kunnen spotten. Zoals verwacht gebeurde dit. Daar liep hij, het makke
schaap. Isabelle zou deze jongen verleiden, zijn ego strelen, even blijven
hangen en hem vervolgens keihard de afgrond in duwen. Zo ging het spel had
iemand haar verteld, dus zij gaf zich volledig over aan dit spel, met succes.
De seks was erbarmelijk, maar hij was sexy en dat was wat telde om nummer vijf jaloers te maken.
Nadat ze met ‘nummer één te veel’ was opgebroken, sprak zij met
nummer vijf. Het leek hem totaal niks te doen. Hij die haar hart had gestolen,
leek deze nu keer op keer te breken. Zij wilde zo graag dat het hem wel wat
deed, dus haar spel was nog niet voorbij.
Nummer twee te veel.
Op school liep ze rond als iemand die het allemaal wel voor elkaar
had. Ze was de vrolijkheid zelve, althans voor anderen. Blij als ze was
voor anderen, zo triest voelde zij zich van binnen. Ze keek dromerig voor zich
uit toen zij tegen een jongen, nummer twee te veel, opbotste. Hij keek haar
recht in de ogen en keek dwars door haar heen. Althans, zo voelde dit voor
Isabelle. Vluchtig bood zij haar excuses aan en maakte aanstalten om door te
lopen. Een stevige hand om haar pols die haar een stukje naar achteren trok.
‘’Wat is je naam’’, vroeg nummer twee. ‘’Eh, Isabelle.’’ ‘’Isabelle, als je
eens iemand nodig hebt om te praten, dan mag je nog wel een keer tegen me aan
lopen. Je kunt me op Facebook vinden onder Jonas, uit Haarlem. Er zijn niet
veel Jonassen hier, dus je zult me zo vinden.’’ ‘’Dank je wel, maar waar komt
dit vandaan?’’ ‘’Dat weet jij maar al te goed.’’ Ik keek hem aan en hij liet
mijn pols los. Snel draaide ik mij om en liep bij hem vandaan. Dezelfde avond
zocht ik hem op en drie dagen later spraken we af. We bespraken van alles, ik
sprak voornamelijk over nummer vijf. Hij bleek een heel slecht persoon te zijn en dus verbrak ik ons
contact.
Ik sprak met nummer vijf. Hij was oprecht geïnteresseerd in het probleem, hij wilde graag
helpen. Eerlijk wat Jonas had gedaan vond hij het niet, ik denk dat dit het
keerpunt was voor hem. We spraken en spraken, tot hij een vriendinnetje kreeg.
Ik sprak nummer vijf bijna niet meer, zijn
vriendinnetje bleek nogal jaloers ingesteld te zijn. Mijn gebroken hart was
terug. Ik zou, zelfs op mijn tweeëntwintigste, weer terugvallen in het spel der
vernietiging.
Nummer drie te veel.
Mijn vriendinnen sleurde ik mee in mijn verdriet om nummer vijf. Elke vrijdag avond aten we bij één van ons thuis een
grote bak ijs leeg. Zaterdags gingen we uit en zondags zaten we op een terras
om bij te komen van het stappen. Net toen we die zondag aanstalten maakten om
naar huis te gaan, om 16.00 uur, kwam er een heel knappe ober langs. Ik keek
mijn vriendinnen aan en zij gebaarden dat ik er heen moest gaan. Dat was wat ik
deed. Ik vroeg ‘nummer drie te veel’ de rekening en bleef even hangen. Onder
het opmaken van de rekening sprak hij tegen me over het mooie weer, wat hij die
dag allemaal had gedaan en over zijn kat ‘Mies’. Glimlachend om de naam van de
kat pakte ik de rekening van hem aan en liep naar mijn vriendinnen. Ik bracht
hem het geld en liep door naar de kapstok. Hij liep achter mij aan en gaf mij
mijn jas aan. Nadat hij dit had gedaan zeiden we gedag en gingen ik en mijn vriendinnen
naar huis. Mijn vriendinnen begonnen te lachen toen ik weer bij hen was. ‘’Heb
je niet gemerkt dat hij wat in je jaszak stopte!?’’ Ik keek verbaasd van de een
naar de ander en voelde in mijn jaszak. Niks. Ik voelde in mijn andere jaszak
en ik keek tegelijkertijd om me heen. Lachend vouwde ik het papiertje open
waarop stond geschreven:
Je lijkt me een gezellige meid, volgende week weer? Zelfde tijd,
zelfde plaats.
Die week erop gingen we weer naar dat café, net als de weken die
volgden. Ik leerde Mark kennen en hij leerde mij kennen. Op het moment dat we
op een echte date gingen was alles perfect. Ik bleef die nacht bij hem
‘slapen’. Mark snurkte, ik staarde naar het plafond. Mark draaide zich naar mij
toe, ik draaide me van hem af. Om 08.00 uur ’s morgens, toen hij nog sliep,
kleedde ik mij aan. Ik schreef een briefje:
Bedankt voor de gezellige tijd, ik kan hier niet mee door gaan.
Het ga je goed, liefs Isabelle.
Aangedaan fietste ik naar huis. Ik zou nooit meer een stap zetten
in het café waar Mark werkte had ik mezelf en vooral Mark –in gedachten–
beloofd. Fietsend naar huis zag ik meer stelletjes in de vroege morgen dan ik
ook had kunnen bedenken te kunnen zien om 08.30 uur.
Nummer vier te veel.
‘Nummer vier te veel’ vond Isabelle niet eens de moeite waard om
tegen iemand anders te vertellen dan haar dagboek. Zij schreef over hem als de
holbewoner, de man uit het jaar kruik en als de menseneter. Hij verslond mensen
met huid en haar, letterlijk en figuurlijk. Isabelle wilde hem nooit meer zien,
maar was ergens ook blij dat ze deze jongen tegen was gekomen. Nu pas besefte
ze echt wat ze had gedaan bij één, twee en drie te veel. Ze stond met beide
benen op de grond, zoals het hoorde. Ze zou nu weer door kunnen gaan met haar
leven, nummer vijf proberen te vergeten.
Ze ging stappen met haar vriendinnen. Nummer tien schreef zij niet
bij, ze zou genieten van alles wat het leven te bieden had. Niet meer alleen
maar bezig zijn met mannen en jongens. Isabella zou gewoon gaan dansen en
lachen als zij zou gaan stappen en zij zou zich volledig richten op haarzelf en
haar vriendinnen.
Ondertussen was ze een werkzame vrouw van drieëntwintig jaar
geworden. Ze woonde niet langer bij haar ouders en ze kon doen en laten wat ze
wilde. Sites ontwerpen was nu haar beroep. Alles ging voorspoedig. Van haar
collega’s bleef ze af en ze had door haar collega’s zelfs een kring met
mannelijke vrienden opgebouwd. Het waren prachtmensen om bij te zijn.
Nummer vijf.
Het was vrijdagmiddag en Isabelle bleef hangen samen met een deel
van haar collega’s. Henry, die haar beste vriend was geworden, deed heel erg
geheimzinnig. Isabelle speelde het spel mee en bleef maar doorjammeren dat hij
moest vertellen wat er aan de hand was. Haar collega’s hadden de grootste
schik, zij was ondertussen aangeschoten genoeg om ook mee te kunnen lachen. De
intercom van de deur gaf aan dat er iemand voor de deur stond. Henry liep naar
de intercom en verplichte de persoon aan de andere kant van de intercom –na
enkele andere zinnen die ze niet had kunnen horen– naar verdieping drie
te komen. Ze had nog steeds niets door, ze had haar collega’s immers niet
geacht zoiets achter haar rug om te organiseren.
Daar stond hij, nummer vijf. Een nieuwe nummer vijf. Knapper, opener en grappiger dan de oude nummer vijf. Hij kwam meteen naar Isabelle toe. Ze was verbaasd,
want ze kende deze persoon niet. Nog nooit eerder had ze hem op een feestje van
één van haar collega’s gezien. Hij stelde zich voor als John. Zij stelde zich voor als Isabelle. Ze spraken en
spraken. John maakte grapjes, Isabella moest lachen om zijn grapjes. Aan het
einde van de avond, toen de meeste collega’s al naar huis waren, kwam Henry bij
hun staan. Hij keek van Isabella naar John en weer terug.
Met één blik wisten alle partijen dat dit oneindig zou zijn.