Het meisje keek zijn kant op, hij zag er leuk uit. Zou ze wat tegen hem zeggen? Maar wat moest ze dan zeggen? Hoi, ik ben het, remember? Dan zou het antwoord waarschijnlijk toch zijn geweest dat hij haar niet herkende. Ze vond het jammer. Het eindstation kwam steeds dichterbij en ze wilde wat zeggen. Ze kon het niet, of durfde ze het niet? Ze wist alleen één ding wel. De kans dat zij deze jongen niet meer zou zien zou groot zijn, erg groot. Het meisje reisde immers bijna nooit meer met de trein.
zaterdag 29 oktober 2011
De ontmoeting.
vrijdag 21 oktober 2011
Live as if you'll die today.
Het meisje keek schuin naar beneden, daar stond dat lieve kind die toch elke keer haar aandacht trok. Het was haar buurjongetje, en meestal had hij een tuinbroek aan. Wanneer hij uit zijn ouders' huis stapte, maakte hij altijd een hupje, zodat hij zonder moeite over het drempeltje kon komen. Dan had hij in zijn ene hand altijd een actieheld, en in zijn andere hand had hij een snoepje.
Hij liep altijd naar de trapleuning en dan zwaaide hij even naar het meisje. Ditzelfde gebeurde elke dag. Dan zwaaide het jongetje even naar het meisje, haalde dan het papiertje van zijn snoepje af en ging dan op een traptrede zitten tot het snoepje op was. Wanneer het snoepje op was, ging hij met zijn actieheld spelen en lachte hij elke dag weer.
Het meisje genoot van dit schouwspel en elke dag ging zij weer op hetzelfde moment naar buiten om haar buurjongetje te zien spelen. Het snoepje en het spel maakte het kind zielsgelukkig, en dit schouwspel maakte het meisje gelukkig.
vrijdag 14 oktober 2011
De regendruppel.
Het meisje keek uit het raam en ze voelde de kou langs haar heen gaan. Ze staarde naar die ene regendruppel, die aan de tuinstoel hing en dreigde te vallen. De druppel viel nog niet, maar hij werd groter en groter. Ze volgde, met volle aanwezigheid, wat de druppel zou doen. Als de druppel nu zou vallen, dacht ze, dan zou hij tussen alle andere druppels op de grond liggen en zo een plasje vormen. Als de druppen niet zou vallen, dacht ze, dan kon zij het aankomende uur nog even genieten van het schouwspel van de vallende druppels. Ze hoopte van harte dat dit laatste het geval zou zijn.
Maar de druppel viel. Het leek een eindeloze val te zijn. Het meisje had het liefst met haar hand de druppel opgevangen en deze tot haar genomen. Zo zou de druppel niet in het niets zijn verdwenen, maar voor altijd in haar lichaam blijven. Maar dat zou een leugen zijn, wist zij.
- Ze liep naar buiten en keek met beiden ogen in het plasje water, waar de druppel zojuist in was gevallen. Tot haar verbazing zag zij niet zichzelf in de weerspiegeling van het water. Nee, ze zag een zwarte schim in de weerspiegeling. Een zwarte enge schim. Het meisje draaide zich om, en voor ze het wist maakte zij een eindeloze lange val. 'Plok!' en daar lag ze, tussen allemaal andere gevallen mensen. -
Het meisje opende haar ogen. Ze voelde zich fit en vrolijk, ondanks dat het buiten regende. Ze keek door het raam en zag een zelfde druppel hangen aan de tuinstoel. Ze wist, dat daar een mensje naar beneden zou vallen en dat het mensje haar zou zien. Ze zwaaide, en de druppel viel naar beneden.
Abonneren op:
Posts (Atom)
