vrijdag 31 augustus 2012

Gedicht: ''Onweer in de nacht.''

Onweer in de nacht.

De donder en de regen,
komen samen in de nacht.
De nacht kijkt ons aan,
met de flitsen voor zich uit.

Kinderen worden bang,
de nacht streelt hun wang.
De donder en de bliksem,
klinkt door elke adem heen.

De nacht redt de mensheid,
van de kwaadheid der natuur.
We sukkelen langzaam in slaap,
op dit late uur.

De onweer geeft zich gewonnen,

maar het gaat de strijd ooit weer aan.
Wanneer men het niet verwacht,
zal de onweer weer voor ons staan.

dinsdag 28 augustus 2012

De mislukking.

De kans.
Wij noemen het een mislukking, de hogere hand noemt het een kans. Een kans om met een schone lei te beginnen. Moeilijk, maar met de juiste instelling niet té moeilijk.
Je probeerde het wel, en je wilde het laten lukken... Maar niet alles liep zoals gepland, zoals gewild. Nee, zo werkt het niet in deze wereld van jou.
Al zou je in één keer iets krijgen of halen wat je graag wilt, dàn zou er pas iets mis zijn. Je leert wel blij te zijn met hetgeen je wél hebt of haalt.
“De wereld is wreed.” Nee, de wereld is niet wreed. Je maakt je leven zo wreed als hoeveel wreedheid jij zelf toe laat. Hoeveel wreedheid wil jij nog toelaten? Wil jij het je kapot laten maken?
Ze dacht na, ze wist dat het zo niet verder kon. ‘Misschien moet ik de kans pakken’ dacht ze. Kijkend in de rondte zoekt ze naar hulp. Wie kan haar helpen, wie wil haar helpen. Is het zo simpel? Ze weet het niet, maar ze gaat het proberen.

[Oorspronkelijk geschreven op 5 juli 2010]

De Vreemdeling

Hij is degene met een joint in zijn hand. Diegene die het verkeerde pad heeft bewandeld en via een omweg toch nog het goede pad probeert te bereiken. Ergens kruisten onze wegen. Waar leidt het zijne naar toe en waar leidt mijn pad naar toe? 
Achteruit kijkend, naar het moment van voor de fout. Niks. We moeten door. Het pad brokkelt achter ons af, elke stap die we nemen weer een steen de diepte in. Tot het afbreken ons in haalt en ook wij in deze diepte vallen. Zal deze dag ooit aanbreken, voor zowel hem als mij? Of zal het bij één iemand blijven? 
Kruispunten, snelwegen op grote hoogte. Ik zag een schim van hem, en nu is hij verdwenen. Was het de duivel, was het een of andere mislukkeling? Het zal altijd een raadsel zonder antwoord blijven. En god, wat ben ik blij dat het dan zal blijven. 
De peuk verdwijnt in de verte, het lichtje dooft.                                   
“Dag vreemdeling.” 
En ik draai me om, om mijn pad verder te gaan bewandelen.

[Oorspronkelijk geschreven op 28 juni 2010]

Toekomstmuziek.

Ze wist dat ze een keuze moest maken. Het kon niet langer zoals het ging. Door de ene deur zou ze daar eindigen, door de andere deur op een andere plaats. Ze koos voor de tweede deur, hoe onzeker dat pad ook zou zijn. Ze wilde weg van de veilige tussen halte en gaan voor de eindhalte. Wat er zou zijn op de eindhalte wist zij niet, ze wist alleen dat het op dit moment voelde als de juiste beslissing. De juiste beslissing om te wachten tot ze door kon gaan naar de eindhalte, met of zonder medereiziger, met of zonder toekomstmuziek.

Zou het het waard zijn, vroeg zij zichzelf af. Haar gedachten gingen alle kanten op. Ja, nee, misschien, misschien ook niet, wat nu als het zo zou blijven als nu, wat nu als dit zou gebeuren of juist niet? Ze keek om zich heen en koos. Ze koos om te wachten, om de veilige tussen halte te verlaten en om te eindigen waar zij eindigen moet.

Het is goed zo, de keuze is gemaakt, dacht het meisje. Ze zou het voor de eerste keer helemaal op zijn beloop laten gaan en het de tijd geven die het nodig trachte te hebben.