Hij is degene met een joint in zijn hand. Diegene die het verkeerde pad heeft bewandeld en via een omweg toch nog het goede pad probeert te bereiken. Ergens kruisten onze wegen. Waar leidt het zijne naar toe en waar leidt mijn pad naar toe?
Achteruit kijkend, naar het moment van voor de fout. Niks. We moeten door. Het pad brokkelt achter ons af, elke stap die we nemen weer een steen de diepte in. Tot het afbreken ons in haalt en ook wij in deze diepte vallen. Zal deze dag ooit aanbreken, voor zowel hem als mij? Of zal het bij één iemand blijven?
Kruispunten, snelwegen op grote hoogte. Ik zag een schim van hem, en nu is hij verdwenen. Was het de duivel, was het een of andere mislukkeling? Het zal altijd een raadsel zonder antwoord blijven. En god, wat ben ik blij dat het dan zal blijven.
De peuk verdwijnt in de verte, het lichtje dooft.
“Dag vreemdeling.”
En ik draai me om, om mijn pad verder te gaan bewandelen.
[Oorspronkelijk geschreven op 28 juni 2010]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten