dinsdag 11 december 2012

I wish I could fly.

''We kunnen voor een dag helden zijn, springen van gebouwen. Niet alleen van gebouwen springen, maar ook springen in de ruimte. Niks houdt ons tegen. We kunnen tijd stelen, we kunnen alles doen wat we willen. Nu en altijd. Doe je mee?'' Isa keek met stralende ogen naar de jongen. Hij keek haar dromerig aan. Hij leek het een fijn idee te vinden. ''We kunnen helden zijn, voor altijd. Niks zal ons van elkaar vandaan houden, want wij kunnen alles aan! We kunnen alles en iedereen verslaan.'' Hij keek haar strijdig aan, terwijl hij dit zei. Peter leek helemaal in zijn rol te zitten.
Peter en Isa zouden helden zijn, gewoon voor een dag, gewoon omdat het kon. Samen trotseerden zij de wereld. Niets of niemand hielp hen. Ze hielpen elkaar en dat was goed genoeg. Aan elkaar hadden ze veel, samen stonden ze sterk. Samen waren ze een. Samen konden ze vliegen, rennen, springen over daken, gillen, maar bovenal.... Samen waren ze verliefd.

maandag 10 december 2012

Moodswing.

Gelukkig, ongelukkig. Gelukkig, ongelukkig. De moodswing kende het meisje als haar broekzak. Door en door wist zij hoe de moodswing ging. Het was zoals de golven van de zee, ze namen je mee. Mee namen ze je, in de melodie van de moodswing. De moodswing van tadada, en tududu. Net zo lang ging de melodie door, tot je er knettergek van werd. De lach die op je gezicht stond verdween dan weer net zo snel als hij was gekomen. 
Moodswing, o moodswing...... Waarom besta je toch?!  
Het meisje keek om zich heen, niemand te bekennen. Nu kon zij even lekker ongegeneerd haar mond los laten hangen, haar ogen half laten hangen en gewoon een passieve houding aannemen. Niks geen lach. Moodswing van tadada, en tududu.
De winter ging voorbij, de moodswings bleven komen, maar gingen weer weg. Elke tien minuten een andere melodie. Tadada en tududu werden vervangen voor de lente-blues. De lente-blues bleef hangen in de gedachten van het meisje. Spoedig zou het zomer zijn en zouden de moodswings wegraken. Opraken, schaarste. Een schaarste die men maar al te graag onder zijn hoede nam, net zoals het meisje. 
Tadada en tududu, het meisje raakte moe van de moodswing en viel in een heerlijk lange winterslaap. 

zondag 9 december 2012

Als vanouds, n.a.v. het concert van DI-RECT.



Vorig weekend ben ik met een fijn vriendinnetje naar het concert van DI-RECT geweest. Het was in één woord gewoon AWESOME! We dronken een biertje, of twee.. We maakten een dansje, we aten van te voren pasta en pizza en dronken daar een wijntje bij, of twee. Het was een heerlijke avond als vanouds. 


Als vanouds.
Ze maakten een dansje. De eerste druppel inspanning liep over de gezichten van de artiesten. De eerste druppel springen en zingen liep over het lichaam van de meiden. Ze hadden het vreselijk naar hun zin en hoopten dat de avond nog lang niet zou eindigen, het tegendeel was waar. Na ruim anderhalf uur springen en zingen moesten de mensen de zaal verlaten. Dat was dan ook wat iedereen deed. Napratend over de geweldige avond die zij met nog honderden mensen hebben gedeeld, kwamen ze aan bij de bus. Het begon te regenen, maar het maakte allemaal niet uit. De regen kon gestolen worden, zij hadden plezier gehad en ze waren immers toch niet van suiker. De rit kwam ten einde, beide meiden gingen hun eigen weg. Één van de twee meiden vervolgde de gaande weg, de ander zou gaan fietsen door de regen. 
Gedachten die minder leuk waren namen plaats voor gedachten zoals mensen het lief is. Alles aan die dag was top. Gezelligheid was het ultimatum geweest en zal dit ook blijven. Vriendschap die begon in een schoolklas, vriendschap die doorging met een MacKroket in het ziekenhuis.... Die zal voortzetten met concertjes, feestjes, filmpjes, tradities, gekke berichten en tenen in het zand. 
Nono, mijn beste maatje! 


zaterdag 8 december 2012

Without true love no sublime.

Ooit heb ik een keer een blog geschreven met deze titel als titel. Deze blog ging letterlijk over het onderwerp waar je nu aan zit te denken. Ik zal het in deze blog netjes verpakken in een kort stukje.
Het meisje dacht dat zij verliefd was, verliefd op deze jongen. Het moment subliem bleef uit, op alle mogelijke gebieden. Hij kon haar niet tot een mentaal hoogtepunt leiden, net zo min als een fysiek hoogtepunt. Ze bleef maar bij deze jongen, ze hield toch immers van hem......., waarom zou ze dan om zoiets kleins bij hem weg gaan. 
De tijd ging voorbij, ze waren een jaar verder. Het meisje merkte dat zij zichzelf steeds vaker begon af te vragen of ze wel echt van deze jongen hield. Of zij wel écht verliefd was. Ze wist het niet zo goed, het enige wat zij wel wist was dat het zo niet langer kon. Ook zij wilde een fijn gevoel hebben als zij samen waren, zich vrij kunnen voelen, gek kunnen doen, naar zichzelf kunnen kijken en denken dat alles aan haar prima was. Zo dacht zij niet, zij begon steeds meer te denken dat zij maar een uitvlucht was voor deze jongen.
Nog twee maanden gingen voorbij, het einde naderde. Moment subliem is altijd uitgebleven, ook deze laatste twee maanden. Het was over, over en uit.
Jaar na maand na dag begon ze te denken dat dát sublieme moment maar onzin was. Dat zij zich iets in haar hoofd had laten praten door filmsterren, vriendinnen, onbekenden. Dat moment kon toch helemaal niet bestaan?! Hoe kon zij het anders niet hebben meegemaakt met iemand waarmee zij een relatie had, dacht ze. Het is gewoon onzin! 
Bijna twee jaren gingen er voorbij. Het meisje vergat dat zij ooit aan dit onderwerp had gedacht. Waarom zou zij daar mee bezig zijn, relaties had zij immers verbannen uit haar leven. Happy single, for ever and beyond. Verliefdheid bestond niet, dus moment sublime ook niet. Het was allemaal klinkklare onzin! Gewoon van die leuke spreuken voor op tegeltjes, teksten op muren, in boekjes, in profiel-namen, meer niet. 
Tot zij door kreeg dat het géén klinkklare onzin was. Dat mensen niet hadden gejokt, haar niet voor de gek hadden gehouden. Het sublieme moment zou ook zij ervaren, wist zij nu.  

De laatste loodjes, voor nu.

Het meisje bleef maar strijden. Ze wilde door en ze ging door. Jaar na jaar met dezelfde houding ging zij verder. Het liefst was zij morgen klaar met strijden, maar ze wist dat dit geen werkelijkheid was. Door zou ze dus gaan en door ging ze. Ze maakte stappen vooruit. Bij elke stap vooruit ging ze tegelijkertijd ook een stap achteruit. De stap achteruit was met het blote oog niet te zien. Niemand die wat aan haar zag, niemand die wat aan haar merkte. En dat maakte haar niet uit. Als anderen het niet zagen, kon zij doorgaan zonder gewaarschuwd te worden. Ze wilde niet gewaarschuwd worden, toch wist ze dat ze zo niet door kon gaan. Het meisje nam een besluit. Een besluit waar ze niet meer onderuit kon komen. Ze koos er voor om niet meer twee stappen vooruit te maken en een stap terug te moeten. Ze kiest er voor om één stap vooruit te maken en geen stappen meer terug te nemen. 
Het meisje koos voor zichzelf, vanaf het eerst volgende nieuwe jaar. De laatste loodjes wegen het zwaarste, maar daarna gaat er een hele last van je schouders.

dinsdag 27 november 2012

Tunnelvisie.

Ze keek om zich heen. Wat zij zag was chaos, donkerte, een diepe put. Een tunnelvisie was wat dit meisje had, een tunnel zonder einde is waarin zij keek. Ze rende, ze stond stil, ze deed een pas naar achteren. Daar, links van haar, zag ze een heel klein beetje zonlicht naar binnen schijnen. Ze draaide zich naar het kleine lichtbundeltje en deed een paar passen vooruit. Haar rechterhand ging omhoog en ze begon te slaan. Heel hard sloeg ze tegen de tunnel en beetje bij beetje brokkelde deze af. Ze keek weer voor zich en was verbaasd. Niet alleen had zij de tunnel links van haar kapot geslagen, maar aan het einde van de tunnel leek nu ook licht te schijnen. Het zonlicht links van haar scheen ondertussen op haar linkerarm en ze voelde de warmte van de zon branden. Haar lichaam kreeg eindelijk de warmte waar het zo lang naar had verlangd. 
Ze keek nog even naar de kleine lichtbundel op haar arm, maar begon al gauw te lopen. Het lopen veranderde in joggen en dit ging over in rennen en sprinten. Ze rende vliegensvlug naar het einde van de tunnel. Eenmaal aangekomen bij het einde zag zij de mooie groene velden, de bloemen, de tjilpende vogels en de blauwe lucht. Ze begon door het veld te rennen, viel, rolde om en begon te lachen tot er ineens iemand naast haar stond en haar aan vrolijk aankeek. Het gevoel wat zij nu kreeg had zij nog nooit gevoeld. Kriebels, over haar hele lichaam, in haar hele lichaam. Het warme gevoel werd nog warmer. Haar lach van oor tot oor. Nog nooit had zij zich zo fijn gevoeld. Kwam het door de zon, de groene velden, vogels en de blauwe lucht, of kwam het door de persoon die bij haar was komen staan?
Ze stond op. Hij pakte haar hand en samen begonnen ze te rennen door de velden. Hij was het die haar een geweldig gevoel gaf. Alleen hij kon haar op deze manier uit de zwarte tunnel houden. Dat was iets wat ze zeker wist. Ze hield van dit geweldige gevoel, deze persoon, de zon en al het andere moois wat ze sindsdien had ontdekt. 
Het meisje voelde zich voor het eerst sinds jaren dolgelukkig.  

donderdag 1 november 2012

Tegendraads deel 5.

Vervolg op deze blog over Meryl: Tegendraads deel 4.

Meryl draaide zich om en keek de mannen aan. Ze stond op en de man wilde haar weer in haar stoel duwen met zijn hand op haar schouder. Dit liet Meryl niet toe, ze draaide een kwart slag en liep toen weg. Eerst naar de balie om haar naam en nummer achter te laten voor Jason, met een excuses. Daarna begon Meryl met grote passen te lopen richting de uitgang van het Mariaziekenhuis. Het werd haar allemaal te veel, ze moest hier weg. De avond die zo mooi leek te beginnen, zo vreselijk geëindigd. Haar gedachten moesten stoppen, dit alles moest weg.
Ze liep bijna tegen een man in een rolstoel op. Boos keek Meryl naar de man, maar hij reageerde verder niet. De man keek alleen maar naar de kleding die vol zat met bloed. Nog snel kon hij haar succes wensen, maar ze keek niet op of om. Haar gedachten hadden alles overgenomen. Ze zou terug gaan naar de plek waar dit alles was gebeurd, ze moest er heen voor volledige afsluiting.
Wachtend op de bus tikte ze met haar voeten op de grond. ''Schiet nou op!'' en onrustig ging ze rondjes lopen om haar eigen as heen. Nadat ze het gevoel had 100 rondjes te hebben gelopen, kwam de bus eindelijk aan. Ze hield haar ov-chipkaart tegen de scanner en ging achter de buschauffeur zitten. Ondertussen was het al bijna half 7 in de ochtend, hadden heel veel mensen haar raar aangekeken en was Meryl ontzettend moe. 
Ze stapte uit toen ze in de Kamplaan was aangekomen. Één straat weg van waar het allemaal begon. Wat ze hier wilde vinden wist ze ook nog niet helemaal, maar dat ze hier heen moest was een ding dat zeker was. Meryl stapte uit en bedankte de buschauffeur. Ze liep naar de snackbar waar ze eerder vanavond nog een Turkse pizza aan het eten was. Toen had ze nog een hap door haar keel gekregen en gelukkig had ze toen nog wat gegeten. Nou ja, gelukkig... Als ze daar niet waren gaan eten, was Jason nu niet gewond. Maar hoe het dan met die vrouw was afgelopen was nummer twee. 
Daar stond ze dan, op de plek waar de man zijn vriendin neer had geschoten en later Jason ook. Ze keek om zich heen en zag dat de auto's die er gisteren stonden, nog steeds op dezelfde plek stonden. Ineens kreeg ze een idee en ze liep naar de auto's. Ze gluurde naar binnen, om te kijken of er een foto op het dashboard hing, dat was immers een hype deze tijd. Geen foto. Ze liep naar de volgende auto toe, waar ze wel een foto in zag hangen maar niet de foto die zij zocht. De volgende auto. ''Hebbes!'' Ze zag het gezicht van de man op de foto staan. Wat ze nu moest doen wist ze niet echt, dus ze besloot in de buurt van de auto op de man te wachten. Deze man had dingen gedaan die hij niet kon maken en daar zou hij voor bloeden vond Meryl. Hoe dan ook, ze zou hem pakken.

Project #1.

Hoi lieve bloglezers,

Ik ga samen met een andere blogschrijfster een kort verhaal schrijven. Ik ga vandaag beginnen met het eerste stukje, opdat ik de blog door kan sturen naar Kimberly Olthof. Wij zullen elke keer een stukje van het verhaal aanvullen en de blog dan weer terug sturen naar de ander zodat zij hetzelfde kan doen. Voor mensen die geïnteresseerd zijn in de blogs/verhalen van Kimberly: site & Facebook-pagina.
We zullen zien wat er uit dit project gaat komen, in de hoop dat het natuurlijk een succeservaring op zal leveren!

Liefs, Daniëlle.

Tegendraads deel 4.

Vervolg op deze blog over Meryl: Tegendraads deel 3 
Het bloed stroomde langs zijn handen, die hij zo snel mogelijk op de wond had gehouden. De wond was zo groot niet, maar aan het bloed te zien leek het of alle ingewanden uit het lichaam werden gerukt. Het deed ontzettend veel pijn. Meryl stond geschrokken te kijken naar wat er net was gebeurd. De man had gezegd dat hij haar dood zou schieten als de politie achter hem aan kwam en uiteraard deed de politie dit. Waarom was zij nu dan niet dood? Ze keek naar Jason en al het bloed op zijn handen en kleren. Onder hem was een bloedvlek ontstaan op de tegels. Meryl was niet geraak, maar Jason wél. 
Ze riep naar de ambulancebroeders dat ze hem mee moesten nemen. Dat hij dood zou gaan als hij niet snel geholpen zou worden. Dat hij morfine moest krijgen en moest kunnen liggen. Ze hadden een ambulance besteld, maar verder deden ze niks, ze waren te druk bezig met de andere vrouw. Jason stond daar maar, slapjes en verslagen met een groot gapend gat in zijn borst. 
Na enkele minuten kwam de tweede ambulance aangereden. Ze handelden heel snel. De broeders legden Jason op een brancard, reden hem in de ambulance, gaven hem zijn infuus en wilden de deur dicht gooien. Meryl wilde mee naar het ziekenhuis, dus gauw zei ze dat ze mee wilde. Snel sprong ze in de ambulance en ze sjeesden naar het Mariaziekenhuis, zo een zes á zeven lange straten verderop. 
Toen ze bij het ziekenhuis aankwamen werd er snel gehandeld. Jason werd naar de Eerste Hulp gereden en de mannen renden mee. Meryl rende er als een verloren schaap achteraan. Ze wilde de mannen volgen door de enge klapdeur heen, maar zij werd hier tegen gehouden. Jason zou klaargemaakt worden voor een operatie en hier mocht ze niet bij blijven. De doktoren zeiden dat alles goed zou komen en dat hij geluk had gehad. Meryl ging in de wachtkamer zitten.
''Geluk gehad!?'' zei ze hardop in zichzelf. ''Hij heeft helemaal geen geluk gehad! ''Die man wilde mij raken en hij raakte verdomme Jason. Wat een onzin is dit!'' Ze dacht na en vrat zichzelf op van binnen. Wanneer zouden ze nu eens klaar zijn met de operatie, dacht ze na ongeveer drie uur gewacht te hebben. Toen ineens stonden er een paar mannen naast haar. Politiemannen. Strak in pak, de pet onder de arm met een notitieboekje wat uit de kontzak van de langste zou vallen als hij nog een paar stappen zou zetten.
''Mevrouw, u was erbij toen de Heer de Gooij werd neergeschoten?'' vroeg één van de agenten uit het niets.
''Ja, zou u zich niet eerst even voorstellen?''
''U heeft gelijk mevrouw, ik ben agent Pietersen en dit hier is mijn collega de Raeff. Wij hebben van onze collega's vernomen dat uw vriend is neergeschoten.''
''Jason is inderdaad neergeschoten, helaas ken ik hem pas sinds deze flut avond.'' Tranen schoten in de ogen van Meryl. Ze wilde huilen, gillen, schreeuwen en schelden. Ze wilde zeggen hoe dom die mannen waren door achter de dader aan te gaan rennen, dat die artsen sneller moesten werken en dat ze wilde weten hoe het met Jason ging. Op dat moment keek ze naar haar kleren, haar handen. Ze voelde zich ontzettend smerig, al het bloed van die vrouw en Jason. De politiemannen stonden tegen haar aan te praten, maar Meryl reageerde niet. Ze hoorde niet wat de mannen zeiden, tot ze de hand van één van de mannen op haar schouder voelde.
''Mevrouw, de man is helaas niet opgepakt. Hij heeft kunnen ontsnappen. Wij willen u vragen of u nog weet hoe de man er uit ziet, zodat wij samen met de beschrijving van mijn collega's een portret kunnen laten tekenen.''Wat zei u? Ontsnapt!?'' Meryl veerde op en haar ogen waren ontzettend groot. Ontsnapt... Dat betekent dat hij nog meer mensen wat kan aandoen, dacht ze.

vrijdag 26 oktober 2012

Verhaal: ''Nummer vijf.''


Nummer vijf.

Ze keek op de lijst die ze ooit had opgesteld. Jongens met wie zij ooit had gezoend, met wie zij seks heeft gehad en welk cijfer zij die persoon gaf. Een nare gewoonte wist ze, maar ze kon het niet laten om deze lijst bij te houden.

Isabelle ging deze avond stappen met haar vriendinnen. Ze zou nummer tien aan haar lijst toe kunnen voegen, dacht ze. Toch voelde zij dat dit niet juist was om te doen. Nummer vijf was namelijk degene die haar had onttrokken van haar liefde voor mannen. Mannen waren voor haar nu speeltjes, afleiding om nummer vijf te vergeten. Vier mannen waren na hem gekomen, vier mannen met elk hun eigen verhaal. De verhalen koesterde zij, om zich een uitweg te kunnen banen. Mensen vonden haar simpelweg een slet. Iemand die niet aan anderen dacht, haar eigen pleziertjes boven die van anderen achtte.

Nummer één te veel.
Ze leerde hem kennen toen zij eenentwintig jaar oud was. Ze was eigenlijk nog verliefd op nummer vijf, maar ze wist dat zij verder moest. Ze ging stappen met haar vriendinnen. Met zijn vieren gingen ze naar een strandtent, om leuke surfdudes te kunnen spotten. Zoals verwacht gebeurde dit. Daar liep hij, het makke schaap. Isabelle zou deze jongen verleiden, zijn ego strelen, even blijven hangen en hem vervolgens keihard de afgrond in duwen. Zo ging het spel had iemand haar verteld, dus zij gaf zich volledig over aan dit spel, met succes. De seks was erbarmelijk, maar hij was sexy en dat was wat telde om nummer vijf jaloers te maken.

Nadat ze met ‘nummer één te veel’ was opgebroken, sprak zij met nummer vijf. Het leek hem totaal niks te doen. Hij die haar hart had gestolen, leek deze nu keer op keer te breken. Zij wilde zo graag dat het hem wel wat deed, dus haar spel was nog niet voorbij.

Nummer twee te veel.
Op school liep ze rond als iemand die het allemaal wel voor elkaar had. Ze was de vrolijkheid zelve, althans voor anderen.  Blij als ze was voor anderen, zo triest voelde zij zich van binnen. Ze keek dromerig voor zich uit toen zij tegen een jongen, nummer twee te veel, opbotste. Hij keek haar recht in de ogen en keek dwars door haar heen. Althans, zo voelde dit voor Isabelle. Vluchtig bood zij haar excuses aan en maakte aanstalten om door te lopen. Een stevige hand om haar pols die haar een stukje naar achteren trok. ‘’Wat is je naam’’, vroeg nummer twee. ‘’Eh, Isabelle.’’ ‘’Isabelle, als je eens iemand nodig hebt om te praten, dan mag je nog wel een keer tegen me aan lopen. Je kunt me op Facebook vinden onder Jonas, uit Haarlem. Er zijn niet veel Jonassen hier, dus je zult me zo vinden.’’ ‘’Dank je wel, maar waar komt dit vandaan?’’ ‘’Dat weet jij maar al te goed.’’ Ik keek hem aan en hij liet mijn pols los. Snel draaide ik mij om en liep bij hem vandaan. Dezelfde avond zocht ik hem op en drie dagen later spraken we af. We bespraken van alles, ik sprak voornamelijk over nummer vijf. Hij bleek een heel slecht persoon te zijn en dus verbrak ik ons contact.

Ik sprak met nummer vijf. Hij was oprecht geïnteresseerd in het probleem, hij wilde graag helpen. Eerlijk wat Jonas had gedaan vond hij het niet, ik denk dat dit het keerpunt was voor hem. We spraken en spraken, tot hij een vriendinnetje kreeg. Ik sprak nummer vijf bijna niet meer, zijn vriendinnetje bleek nogal jaloers ingesteld te zijn. Mijn gebroken hart was terug. Ik zou, zelfs op mijn tweeëntwintigste, weer terugvallen in het spel der vernietiging.

Nummer drie te veel.
Mijn vriendinnen sleurde ik mee in mijn verdriet om nummer vijf. Elke vrijdag avond aten we bij één van ons thuis een grote bak ijs leeg. Zaterdags gingen we uit en zondags zaten we op een terras om bij te komen van het stappen. Net toen we die zondag aanstalten maakten om naar huis te gaan, om 16.00 uur, kwam er een heel knappe ober langs. Ik keek mijn vriendinnen aan en zij gebaarden dat ik er heen moest gaan. Dat was wat ik deed. Ik vroeg ‘nummer drie te veel’ de rekening en bleef even hangen. Onder het opmaken van de rekening sprak hij tegen me over het mooie weer, wat hij die dag allemaal had gedaan en over zijn kat ‘Mies’. Glimlachend om de naam van de kat pakte ik de rekening van hem aan en liep naar mijn vriendinnen. Ik bracht hem het geld en liep door naar de kapstok. Hij liep achter mij aan en gaf mij mijn jas aan. Nadat hij dit had gedaan zeiden we gedag en gingen ik en mijn vriendinnen naar huis. Mijn vriendinnen begonnen te lachen toen ik weer bij hen was. ‘’Heb je niet gemerkt dat hij wat in je jaszak stopte!?’’ Ik keek verbaasd van de een naar de ander en voelde in mijn jaszak. Niks. Ik voelde in mijn andere jaszak en ik keek tegelijkertijd om me heen. Lachend vouwde ik het papiertje open waarop stond geschreven:

Je lijkt me een gezellige meid, volgende week weer? Zelfde tijd, zelfde plaats.

Die week erop gingen we weer naar dat café, net als de weken die volgden. Ik leerde Mark kennen en hij leerde mij kennen. Op het moment dat we op een echte date gingen was alles perfect. Ik bleef die nacht bij hem ‘slapen’. Mark snurkte, ik staarde naar het plafond. Mark draaide zich naar mij toe, ik draaide me van hem af. Om 08.00 uur ’s morgens, toen hij nog sliep, kleedde ik mij aan. Ik schreef een briefje:

Bedankt voor de gezellige tijd, ik kan hier niet mee door gaan. Het ga je goed, liefs Isabelle.

Aangedaan fietste ik naar huis. Ik zou nooit meer een stap zetten in het café waar Mark werkte had ik mezelf en vooral Mark –in gedachten– beloofd. Fietsend naar huis zag ik meer stelletjes in de vroege morgen dan ik ook had kunnen bedenken te kunnen zien om 08.30 uur.

Nummer vier te veel.
‘Nummer vier te veel’ vond Isabelle niet eens de moeite waard om tegen iemand anders te vertellen dan haar dagboek. Zij schreef over hem als de holbewoner, de man uit het jaar kruik en als de menseneter. Hij verslond mensen met huid en haar, letterlijk en figuurlijk. Isabelle wilde hem nooit meer zien, maar was ergens ook blij dat ze deze jongen tegen was gekomen. Nu pas besefte ze echt wat ze had gedaan bij één, twee en drie te veel. Ze stond met beide benen op de grond, zoals het hoorde. Ze zou nu weer door kunnen gaan met haar leven, nummer vijf proberen te vergeten.

Ze ging stappen met haar vriendinnen. Nummer tien schreef zij niet bij, ze zou genieten van alles wat het leven te bieden had. Niet meer alleen maar bezig zijn met mannen en jongens. Isabella zou gewoon gaan dansen en lachen als zij zou gaan stappen en zij zou zich volledig richten op haarzelf en haar vriendinnen.

Ondertussen was ze een werkzame vrouw van drieëntwintig jaar geworden. Ze woonde niet langer bij haar ouders en ze kon doen en laten wat ze wilde. Sites ontwerpen was nu haar beroep. Alles ging voorspoedig. Van haar collega’s bleef ze af en ze had door haar collega’s zelfs een kring met mannelijke vrienden opgebouwd. Het waren prachtmensen om bij te zijn.

Nummer vijf.
Het was vrijdagmiddag en Isabelle bleef hangen samen met een deel van haar collega’s. Henry, die haar beste vriend was geworden, deed heel erg geheimzinnig. Isabelle speelde het spel mee en bleef maar doorjammeren dat hij moest vertellen wat er aan de hand was. Haar collega’s hadden de grootste schik, zij was ondertussen aangeschoten genoeg om ook mee te kunnen lachen. De intercom van de deur gaf aan dat er iemand voor de deur stond. Henry liep naar de intercom en verplichte de persoon aan de andere kant van de intercom –na enkele andere zinnen die ze niet had kunnen horen–  naar verdieping drie te komen. Ze had nog steeds niets door, ze had haar collega’s immers niet geacht zoiets achter haar rug om te organiseren.

Daar stond hij, nummer vijf. Een nieuwe nummer vijf. Knapper, opener en grappiger dan de oude nummer vijf. Hij kwam meteen naar Isabelle toe. Ze was verbaasd, want ze kende deze persoon niet. Nog nooit eerder had ze hem op een feestje van één van haar collega’s gezien. Hij stelde zich voor als John. Zij stelde zich voor als Isabelle. Ze spraken en spraken. John maakte grapjes, Isabella moest lachen om zijn grapjes. Aan het einde van de avond, toen de meeste collega’s al naar huis waren, kwam Henry bij hun staan. Hij keek van Isabella naar John en weer terug.

Met één blik wisten alle partijen dat dit oneindig zou zijn. 

donderdag 25 oktober 2012

Dreams.

Ze lag daar in haar zijden pyjama, te bedenken wat er allemaal voor spannende dingen het zouden kunnen gebeuren.. Wilde ze wel dat er dingen zouden gebeuren? Dat hij haar met zijn zachte, bredere mannen handen zou aanraken. Ze verlangde naar die handen, die handen die haar in extase konden brengen, die haar zwaarder lieten ademen, de handen die zij altijd zou willen voelen op haar lichaam. Ze wilde alles.
Hij deed zijn kleren uit, gaf haar een knipoog en hij ging naast haar liggen onder de dekens. Zijn handen voelden warm toen hij haar handen pakte. Jammer, dacht ze. Ze vond het juist altijd opwindend als hij met zijn koude handen over haar rug en buik streelde. Daar kreeg ze kippenvel van, waardoor alles meer intens voelde dan normaal. Ze ging via zijn hand over zijn arm en hield daar rust. Ze drukte hem een kus op zijn mond en voorzichtig opende zij haar mond, hij volgde. Hun tongen raakten elkaar en hun lichaam drukte zich tegen elkaar, steviger dan normaal. Zij rechterhand streelde haar rug, haar rechterhand ging door zijn haren. Hij knoopte rustig haar pyjama los en hij voelde dat zijn aanrakingen haar opgewonden hadden gemaakt. Hierdoor raakte hij nog meer opgewonden dan hij al was en dat voelde ze. Het meisje ging met haar hand naar beneden, richting de boxershort van de jongen. Ze voelde en streelde met haar hand over de boxer. 
Het zou gebeuren, vanavond zou het meisje een vrouw worden. Vanavond zou zij, met haar 16 jaar zonder seks, ervaren hoe het zou zijn om iemand in haar te voelen. Vanavond zou haar leven veranderen. Ze zou van seks gaan houden, ze zou van deze jongen gaan houden, ze zou alles doen wat god haar had verboden.... Ze zou zichzelf geven aan iemand anders, ongetrouwd. In de tussentijd voelde zij zijn vingers in haar slipje en van de spanning schrok zij even. Ze lag daar tellen stil te wachten wat er zou gebeuren en op dat moment..........
Ze werd wakker. Ze had door dat dit allemaal maar een droom was geweest. De meest geweldige handen die in haar droom over haar lichaam gingen zou zij nooit meemaken, dacht ze. Ze was er zeker van dat niemand haar zo veel plezier zou kunnen geven. Helaas.

maandag 22 oktober 2012

Tegendraads deel 3.

Vervolg op deze blog over Meryl: Tegendraads deel 2. 
Jason en Meryl zaten in de snackbar te wachten op hun Turkse pizza, toen Jason zich ineens naar haar toe boog. Uit het niets drukte hij een zoen op de mond van Meryl. Zijn lippen waren rood van de lippenstift die zij droeg. Het stond hem grappig, hierdoor moest ze lachen. Ze veegde met haar hand langs zijn lippen en hij begreep waarom ze zo aan het lachen was. Hij werd aangestoken door haar lach en hij lachte mee. 
De snackbarhouder snapte er niks van en ging weer verder met het opwarmen van de pizza's, het snijden van de sla en het spuiten van de knoflooksaus. Hij werd vrolijk door deze twee mensen. Ze leken van elkaar te houden en daar werd hij altijd zo blij van. Wat hij niet wist was dat Jason en Meryl elkaar pas een paar uur kende en dat zou hij ook nooit te weten komen.
Ze aten hun pizza op en bedankten de man. Ze betaalden en gingen de straat weer op. Jason keek naar Meryl, maar zij leek versteend te zijn geraakt. Haar blik was gefocust op een persoon die aan de overkant stond. Hij had iets in zijn handen. Tegenover de persoon stond een vrouw. De vrouw slaakte een kreet, een rilling liep hierdoor over de rug van Meryl. De man richtte het ding op de vrouw en er klonk een oorverdovende knal.
"Meryl, rennen! Die man heeft een pistool!" Jason begon te rennen, maar zag dat Meryl niet mee rende. Ze stond nog altijd versteend naar de man te kijken. Hij rende terug en trok aan de hand van Meryl. Ze trok haar hand los, en stond weer stil. Nu een kort moment, want na enkele tellen begon ze te lopen. Ze liep richting de vrouw en de man. Ze knielde neer bij de vrouw en keek de man aan. "Waarom?" was het enige dat ze uit kon brengen, terwijl ze op de wond van de vrouw drukte. De vrouw leek te stikken. Meryl sprak rustig tegen de vrouw, terwijl ze met haar linkerhand haar mobiel uit de broekzak viste. Ze belde het alarmnummer en bestelde een ambulance. De man hield ze in de gaten, het wapen had hij in de tussentijd op de grond gelegd. Hij stond te jammeren, hij was in paniek. Meryl hoorde flarden van wat de man zei. "Drugs", "Schulden", "Ze ging vreemd met mijn beste vriend", '"Nee, neeeee, neeeeeee wat heb ik gedaan!"
Na een kleine tien minuten reed de ambulance de straat in. Loeiende sirenes lieten weten dat ze door de straten van de stad hadden geracet. Uit de ambulance werd een brancard getoverd en deze werd naast de vrouw gezet. De brancard werd omlaag gezet en de vrouw werd erop getild door de twee mannen. Nu hoorde Meryl nog een sirene, ze keek om. De politie scheurde langs en stopte voorbij de ambulance. Jason was in de afgelopen tien minuten bij Meryl komen staan, maar durfde het pistool niet weg te halen bij de man. Hij stond er maar een beetje bij als een zoutzak, hij wist niet wat hij moest doen. Hij had meerdere keren tegen Meryl gezegd dat ze weg moesten gaan, dat dit niet hun zaak was, maar ze vertikte het deze vrouw te laten sterven.  
De politie rende uit de auto en riep tegen de man dat hij bij het pistool vandaan moest lopen. De man schrok en pakte juist zijn wapen van de grond. Hij richtte het wapen op Meryl en hij schreeuwde naar de politie dat ze hem moesten laten gaan, dat hij anders deze vrouw dood zou schieten. De politie liep langzaam richting de man en deze schoot nu één keer in de lucht en schreeuwde dat hij het meende. ''Laat me gaan of ze is dood!'' De politiemannen bleven staan. De man schuifelde naar achteren en Meryl kroop langzaam weg van de man. Hij begon te rennen met het pistool nog op Meryl gericht en toen zag ze het gebeuren. De politiemannen begonnen achter de man aan te rennen. Meryl stond gauw op, maar het was te laat. De man had geschoten, een tweede harde knal klonk deze avond door de straat en daarna was het muisstil.

vrijdag 28 september 2012

Fight for your dream.

Ze voelde de wereld onder haar voeten vandaan glippen. Het leek of zij de meest griploze schoenen aan had en of het dagen en uren had geregend. De grip op alles was verdwenen, de afgrond leek dichterbij dan het puntje van de bergtop. 
Daar gleed weer een steen de afgrond in. Ze verzwikte haar been en ze gleed nog een stuk naar beneden. Haar veiligheidsharnas was losgebroken. Geen enkele veiligheid had zij meer om zich heen. De steen hoorde zij ondertussen met een doffe plof op de grond vallen. 
Hoe moest zij deze berg nu beklimmen zonder een werkend veiligheidsharnas, dacht ze. Dit was onmogelijk, dit kon niet. Ze had veiligheid nodig, zonder zou ze niet kunnen klimmen. Ze gleed verder en bleef vast zitten in een modderpoel. Ze trok haar voet omhoog, maar haar schoen zat vast. Voor ze het wist had ze een idee. Haar schoen zou ze toch niet meer nodig hebben, grip gaf het haar toch niet. Ballast was het. Ze trok haar veters los en liet de schoen staan, terwijl ze een stap deed. Meteen deed ze ook haar andere schoen uit. Alleen maar ballast.
Snel kwam ze weer overeind. Duizeligheid voelde zij in haar hoofd. Ze zette haar benen uit elkaar om zo grip te krijgen op de grond. Het werkte, ze werd rustig en de duizeligheid verdween. Ze zette een stap naar boven. Nog een stap, en nog één. Ze liep langs een bosje en haar broek bleef haken achter een tak. Schoppend en slaand probeerde zij zich los te wurmen van de tak, het werkte niet. Uit haar zak viste zij een zakmes. Ze sneed haar broek tot een kort broekje, zodat ook hier geen vertraging meer door kon ontstaan. Nu kon ze weer vrij lopen.
Ze kreeg dorst en pakte haar flesje water uit haar rugzak. Bij zichzelf dacht zij, ik ben blij dat ik het flesje nog heb. Een mens heeft nu eenmaal wel eens kracht nodig om door te kunnen gaan. Tijdens het drinken rustte het meisje op een steen. Daar zag ze een vlinder vliegen. Een mooie felgekleurde vlinder. Ze stond op, borg haar flesje op, deed haar tas weer om en ging verder lopen. 
Klauterend op handen en voeten kwam ze stapje voor stapje verder. De vlinder bleef voor haar uitvliegen. Deze vloog ineens heel wild. Het dier vloog om haar hoofd en daar vandaan naar beneden. Weg was de vlinder. De rest van de tocht zou ze alleen moeten doorstaan. Toen zij de vlinder met haar ogen achterna was gegaan had zij gezien hoe ver zij onbewust al gekomen was. Omhoog kijkend kwam zij er achter dat zij halverwege haar tocht was.
Ze klauterde verder. Tijdens het klimmen kreeg ze het ontzettend heet. Snel stroopte ze haar mouwen op en deed haar haar in een staart. De zon stond pal op haar gezicht gericht. Uit haar rugzak viste zij haar zonnebril. Dit moment was het dat zij oog in oog stond met een grote boze bok. De bok keek haar aan en maakte zich gereed om op haar af te komen rennen. Het dier had haar al even gevolgd, maar nu zij zich had omgedraaid kwam de agressie in het dier naar boven. Het rende en rende. Het meisje wist niet wat ze moest doen, dus hield ze haar tas maar voor zich uit. De bok rende tegen de tas aan en per toeval bleef de tas hangen achter een van de hoorns. Hij kon haar niet meer zien en rende verder en verder. 
Het meisje was nu niet heel erg ver van de top van de berg. Ze was benieuwd wat voor avontuur er nu weer op haar stond te wachten en of er nog wel een avontuur op haar stond te wachten. Haar voeten waren moe, haar handen zaten vol met sneeën en haar rug deed zeer van het gebukt lopen. Drinken en eten had ze niet meer. Liggend op een klein stukje gras viel het meisje in een onrustige slaap. 
In haar droom gebeurde van alles. Ze droomde over een draak die iets duidelijk probeerde te maken. Een blauwe olifant liet haar huilen, een vuurzee omringde haar en de kou vatte haar blote lichaam. Ze voelde een lans in haar buik. Grijpend naar haar buik slaakte ze een kreet en ze schrok wakker. Het zweet stond op haar voorhoofd en borst. De steken in haar rug voelden vreselijk. Haar voeten deden nu vreselijk veel pijn, haar handen waren door de droge lucht nog kapotter dan de vorige dag. Het meisje kon bijna niet verder.
Toch stond zij langzaam op. Ze zou vechten tot het bittere eind. Ze zou lopen, klauteren, kruipen desnoods, maar ze zou het einde halen. Het meisje zou bereiken wat zij moest bereiken. Het hoogtepunt van haar leven. Vechten zou ze voor haar dromen. Kracht voelde zij naar binnen stromen. Ze voelde zichzelf net als een dieselmotor, moeite met de start maar eenmaal een paar stappen, meters afgelegd was ze op gang. Door gaan en niet stoppen, dacht ze. 
Ze deed haar ogen dicht en klauterde op deze manier verder, heel voorzichtig en tergend langzaam. Tot haar verbazing voelde zij op een gegeven moment géén stenen en aarde meer voor zich. Haar linker hand greep in het niets. Het meisje opende haar ogen en zag dat ze aan het einde van haar reis was gekomen. Ze was tot het einde van de berg gekomen. Haar helse tocht werd beloond met het meest geweldige uitzicht ooit. Langzaam ging het meisje opstaan. Ze stak haar armen in de lucht en schreeuwde. Ze schreeuwde ontzettend hard, de hele wereld mocht horen dat zij uit het dal was gekomen en de berg had beklommen. Ze had het gered, ze was op de top van de berg.
Wat het meisje schreeuwde was een geheim, maar wat ze wel verklapte was dat het een naam was die zij had geschreeuwd. Een naam die voor altijd in haar gedachten zou blijven.

maandag 24 september 2012

Tegendraads deel 2.

Vervolg op deze blog over Meryl: Tegendraads

De avond was nog jong toen zij deze persoon zag staan die op haar leek in veelvoud. Het was een man die net als zij zichzelf was en zijn eigen persoonlijkheid belangrijker vond dan al het gemaakte gedoe. Hij had zich netjes gekleed, maar niet té netjes. Hij droeg geen stropdas of strik, de bovenste 2 knoopjes van zijn overhemd waren niet dichtgeknoopt. Zijn blonde haren zaten een beetje warrig, maar toch heel leuk. Ze verdronk in de mooie blauwe ogen, om nog maar te zwijgen over de mooie lach. 
Na 3 keer rustig in- en uitademen ging Meryl staan. Ze liet rustig naar de jongeman toe, die door kreeg dat ze richting hem liep. Zijn lach werd een beetje scheef, was dat hoogmoedswaanzin of vond hij het leuk dat zij zijn kant op was gekomen? Dat was iets wat zij in de aankomende minuten zou gaan achterhalen. Ze begon te spreken en stelde zichzelf voor. Ze praatten en praatten, ze hadden helemaal niet meer door dat er nog tig andere mensen om hen heen stonden. Meryl straalde nog meer dan zij al deed, haar lach was niet meer van haar gezicht te denken. 
Op een afstand stonden 2 meiden te kijken naar dit schouwspel. Zij wisten maar al te goed dat zij geen kans meer maakten bij deze persoon. Toch liepen zij op de jongeman af. Bam, de één ging met haar heupen tegen Meryl aan. Meryl keek haar aan en begon te lachen. Niemand kon haar avond nog verpesten, ook niet een meid die tegen haar aan liep. Ze draaide weer om, richting de persoon met wie ze de hele avond al sprak, maar tot haar verbazing was hij in die 10 tellen verdwenen. Althans, ze zag nog net een stukje van zijn jasje door de menigte heen. Ze keek het jasje na, het enige wat ze van hem wist was hoe hij heette. Op slag was de glinstering uit haar ogen en verdween de brede lach naar een glimlach. 
Wat moest ze nu dan doen? Ze had zijn nummer niet, ze wist niet waar hij heen was gelopen of met wie. Ze wist niet eens of hij een relatie had of niet. Het was ondertussen 01.30 uur en ze begon zich een beetje vermoeid te voelen. Onderweg naar haar jas zag ze in haar linker ooghoek het jasje half om het hoekje verschijnen. Zo nieuwsgierig als zij was geworden liep zij naar de persoon met het jasje toe. Het bleek de jongen te zijn met wie zij had gesproken en hij klonk boos, heel boos. Waarom ze hem had weggetrokken, hem niet uit haar hoofd kon zetten, hier was verschenen. Ongeveer 5 minuten stond Meryl daar verbaasd te luisteren naar het gesprek. Jason was dus helemaal niet weggegaan, hij was weggesleept door de vriendin van dat meisje! Ze schraapte haar keel om toonbaar te maken dat ze daar stond. Jason keek om en wist meteen wat hij moest doen. Hij draaide zich om naar het meisje dat Meryl niet kende en zei dat ze hem nooit meer moest benaderen. 
Nadat hij dat had gedaan liep hij de 3 stappen naar Meryl toe en verontschuldigde zich. Meryl moest lachen. Ze had helemaal geen zin meer om terug te gaan naar het schijnheilige, over de top georganiseerde feest en maande Jason om zijn jas te pakken. Hij deed wat ze hem gebaarde en samen liepen ze de deur uit. Nog een laatste keer keken ze beiden achterom en ze zagen de 2 meiden staan. Ze lagen beiden in een deuk, op weg naar de snackbar voor een lekkere Turkse pizza.

donderdag 20 september 2012

Dubbele ontkenning.

Isa wist dat ze niet meer niet aan hem kon denken. De hele dag door dacht ze aan hem. Het toeval dat hen bij elkaar had laten komen die avond. Zo veel raakvlakken, maar toch zo verschillend.
Ferdinant opende de deur van zijn auto en stapte uit. Hij liep naar zijn huis, half oplettend op de weg. Hij woonde in een vrij rustige straat, dus oversteken deed hij meestal zonder al te goed op te letten. Af en toe zat er een kat op het stenen muurtje bij hem voor. Die kat trok meestal zijn aandacht, ondanks dat het hem niet zo veel deed. Langzaam haalde zijn hand over de kop van het beest en liep door naar de deur en deed de sleutel in het sleutelgat. De sleutel draaide hij zorgvuldig om en toen hij de tweede draai wilde maken hoorde hij iemand zijn naam zeggen. Of eerder vragen.
''Ferdinant?'' 
Hij draaide zich om, om te zien waar de stem vandaan kwam. Hij herkende de stem, toch kon hij niet plaatsen welk gezicht er bij de stem hoorde. Toen hij omgedraaid was, zag hij haar staan. Het was Isa. Isa stond met haar skateboard voor zijn neus. Snel dacht hij na, hij werd vrolijk. Dit was dus wat ze bedoelde! Het is herfstweer en dan zou ze me leren skaten. Het drong volledig tot Ferdinant door wat Isa haar bedoeling was geweest. 
Isa begon te twijfelen of ze dit wel had moeten doen. Waarom stond hij zo te treuzelen? Waarom kwam hij niet naar haar toe gelopen om haar te begroeten? Ze werd onzeker en keek naar haar schoen, waarmee ze over de grond rondjes draaide. Gedachten gingen door haar heen. Ik moet hier weg, ik moet vluchten. 
Op het moment dat Isa zich wilde omdraaien en haar board op de grond wilde leggen, voelde ze een warme hand op haar schouder rusten. De hand van Ferdinant pakte haar schouder nu steviger vast. Ze draaide zich om en kwam omhoog. 
"Je hoeft niet bang te zijn Isa, ik ben hier en ik ga voorlopig niet weg.''
Ze pakte zijn gezicht tussen haar handen en kuste hem. Gauw liep ze naar de deur, draaide de deur weer op slot en pakte haar board. ''Die heb je nu even niet nodig,'' zei ze terwijl ze de sleutels van Ferdinant in haar zak liet glijden. In de ene hand had zijn haar board vast en in de andere hand had zij de hand van Ferdinant vast. ''Zoals beloofd, met herfstweer.'' Ze leidde hem op het board en hield hem stevig vast. 
Daar ging hij, als een blaadje door de wind, over de weg.

maandag 17 september 2012

''Het beste.''

Waarom zou je goed accepteren, als 'het beste' bestaat, dacht het meisje. Ze wist heus wel dat 'het beste' voor elk persoon anders was. Dat perfectie niet bestond voor een grote groep mensen samen, en dat je moet nastreven wat voor jou het beste is. Waarom zij dit al die jaren dan niet heeft gedaan, snapt ze achteraf eigenlijk niet. Onverklaarbaar.
Genoegen nemen met minder dan goed, genoegen nemen met goed genoeg. Waarom zou ze genoegen nemen met goed genoeg? Ze zou moeten gaan voor 'het beste', het beste wat haar ooit zou zijn overkomen. Beter dan dat goddelijke ijsje in Spanje, beter dan de reizen naar Zuid-Amerika en Zuid-Afrika. Dit zou álles overtreffen, ze wist dat als ze geduldig genoeg zou zijn, zij dit mee zou kunnen maken. Zij had hier net zo veel kans op als eenieder, en dat is wat zij zeker wist!
Ze had er genoeg van, van het genoegen nemen met minder, dus ze gooide het roer om. Dit keer zou alles anders zijn. Dit keer, zou ze gaan voor 'het beste'. 

Kriebels vulden haar buik. Hoe zou dit gaan verlopen? Één antwoord: ze zou het voor het eerst sinds jaren een kans geven.

Afgesloten.

Wat normaal vreselijk was, vindt het meisje nu uitermate fijn. Ze had nooit gedacht dat ze daar ooit positief over zou kunnen denken, maar het was gebeurd. Iedereen maakt wel eens een foutje, vergeet wel eens wat, of wat dan ook. Dit gebeurde bij het meisje ook. Gelukkig mocht ze blij zijn dat het maar een waarschuwing was, dat ze eventjes moest denken om de dingen die ze deed. Ze moest niet alles zo maar doen, niet haar emoties te veel haar hoofd laten leiden. Ze moest gewoon nadenken, haar hersenen aan het werk zetten. 
Ze had besloten om dit te stoppen. Nooit meer zou ze verliefd worden en ze wist dat dat een leugen was. Liefde, het mooiste wat er is! Dat zou ze nooit kunnen. Al is het maar één dag dat ze verliefd mocht zijn, het zou de dag van al die jaren zonder liefde meer dan waard zijn. Eigenlijk was het gewoon net zo een uitspraak als ''Ik ga nooit meer drinken!'', die zij zo vaak door haar omstanders heeft horen zeggen. Het meisje dronk en zal blijven drinken, het meisje was verliefd en zal verliefd blijven worden. Daar mee basta! Maar dit hoofdstuk is afgesloten. De mooi versierde bladzijde is omgeslagen, nadat het meisje ''Het einde.'' had opgeschreven. 
Op naar een frisse start. Die gek genoeg rooskleuriger lijkt te zijn dan de vorige frisse start. 

zondag 16 september 2012

Dirk.

''Met Dirk!'' riep de man door de telefoon. Dirk wist niet zo goed dat een telefoon een apparaat was waar je niet doorheen hoefde te schreeuwen als je niet thuis was. Sommige mensen hebben dat ontwikkeld, de gedachte dat je harder moet praten als je verder van de persoon bent die aan de andere kant is. Dirk was dus zo iemand. 
Hij sprak in zijn telefoon alsof hij door een blik met een draadje sprak. Het klonk ontzettend grappig voor omstanders. Zo zaten er ook twee mensen vlak bij het tafeltje van Dirk een broodje te eten. De tranen begonnen op te komen, in de ogen van de vrouw die vlakbij Dirk zat. Hij hing op. Gelukkig, ze kon op adem komen. Anderhalve minuut later ging de ringtone, zo een oude Nokia ringtone, nogmaals af. De vrouw keek naar de man en beet op haar lip. De man keek haar glunderend aan. Wat zou er nu weer gebeuren?!
Dirk nam de telefoon weer op. ''Met Dirk!'', klonk het weer. ''Ik ben even een soepje eten, maar het is hier druk! Ik versta je niet.'' Dirk stond op en liep drie meter van zijn tafel af. Nog hoorde het stel Dirk praten. De vrouw hield het niet meer, ze proestte het uit van het lachen. Een tafel verder had een andere man dit gezien, die begon ook te lachen. Iedereen begon te lachen. 
Dirk kwam terug van zijn korte gesprek. Hij keek om zich heen en zette het op een slurpen. Een kom soep was nog nooit zó snel naar binnen gewerkt. Dirk ging naar huis, hij had eindelijk door dat hij misschien iets te hard had getelefoneerd. 
 

zaterdag 15 september 2012

Held op sokken.

De man, held op sokken werd hij genoemd, keek om zich heen. Wat moest hij nu? De wereld leek zo mooi, de wereld leek zo wreed. Wreed om al zijn minpunten, wreed om al zijn mooie dingen waarvan niemand zou kunnen genieten. Mooie dingen waren er dus ook wel. Hij reed graag in zijn auto, hij was de creativiteit zelve. Kelvin was een positief persoon, toch zei hij lang niet altijd wat er op zijn hart zat. Misschien was dat hetgeen wat andere mensen zo aansprak, het gaf hem een stukje mysterie. De mysterie die menigeen zo leuk vond aan hem. Kelvin was knap, een leuke vent, spraakzaam bij de juiste mensen. Bij de mensen die niet de juiste mensen waren, was hij alsnog erg gezellig. 
Kelvin hield van dat meisje. Dat onbereikbare meisje. Niemand mocht weten wie het was, alleen zij mocht het weten. Hoe zou hij het haar vertellen? Dat vroeg hij zich dag in, dag uit elke keer weer af. Moest hij het gewoon tegen haar zeggen? Gewoon, bam: Eline, jij bent het meisje waar ik mee eindigen wil, het meisje waarmee ik beginnen wil. Ik wil met jóú beginnen aan een nieuw leven. Of moest hij het zeggen via een omweg? Vertellen dat hij iemand kent die helemaal gek is van haar en dan polsen hoe haar reactie zal zijn. 
Kelvin was een held op sokken. Er waren zo veel dingen waar hij goed in was geweest in zijn leven, maar dit ene puntje zou hij nóóít kunnen. Hij besloot om haar niks te zeggen. Bang om afgewezen te worden, bang om uitgelachen te worden. Eline zou voor altijd géwóón een vriendin blijven.

                       ''I beg you, can I follow.
                                   You're my river running high,
                                               run deep, run wild. 
                                                           I follow, I follow you.''
                                                                       [Lykke Li - I follow river]

vrijdag 14 september 2012

Levenspad.

Isa liep over straat. Achter zich zag zij enorme regenwolken, voor zich was de lucht nog blauw. De zon scheen tussen de regenwolken door. Ze voelde de eerste druppel op haar hand vallen. De tweede druppel voelde zij vallen op haar linker wang. Nog een druppel viel, en nog één. Isa draaide zich om. Haar gezicht stond nu naar de regenwolken gedraaid. Ze begon weer te lopen, sneller dit keer. Ze liep steeds sneller, tot ze besloot te gaan rennen. De druppels voelde zij op haar lijf terecht komen, haar kleren werden doorweekt. Ze rende naar het velde dat zij schuin voor zich zag liggen. Rennend stak ze over, zonder uit te kijken. Getoeter, gevolgd door een enorme klap. Isa rende niet meer, zij lag op de grond. Bloed stroomde met de regen mee richting de goot. Ellende, geluk, verdriet en mooie momenten stroomden allemaal richting de goot. 
Een ambulance kwam aangereden. De broeders tilden Isa voorzichtig op de brancard. Zij zagen aan de toestand dat Isa moest vechten, vechten om te leven. Zou dit meisje die kracht om te vechten wel bezitten, vroeg één van de broeders zich af. Het infuus was aangelegd in haar linker arm. De beademing maakte een rustgevend geluid, door het loeien van de sirenes heen. 
Aangekomen in het ziekenhuis werd Isa van bed naar bed getild. Foto's werden gemaakt, mensen friemelden aan haar lichaam. Haar adem stokte. Paniek in de ruimte was het gevolg. Met grote ogen keek Isa om zich heen. Ze begon te beseffen wat er allemaal gebeurde, wat er was gebeurd. Isa had een keuze gemaakt. Zij was naar de duisternis gerend en zou geteisterd worden tot ze klaar was om weer richting de blauwe lucht te lopen. Isa dacht dat die paar zonnestralen haar kracht zouden geven en dát... heeft Isa goed gedacht. 
Zes maanden later stond Isa voor eenzelfde keuze. Dit keer was zij klaar om richting de blauwe lucht te lopen. Rustig aan, haar lot tegemoet lopen. 
Onderweg zag zij nog meer mensen die dezelfde keuze als haar hadden gemaakt. Iedereen met zijn eigen bagage, verliezen en mislukkingen. Iedereen met zijn eigen normen en waarden, richting een gezamenlijk doel: gelukkig worden en gelukkig zíjn. De zon straalde niet langer een kleine straal tussen de zwarte regenwolken, nee, hij straalde vanuit de blauwe lucht op al deze mensen. Die mensen die er klaar voor waren om de duisternis achter zich te laten, die wilden vechten voor geluk. 
De krachtige zonnestralen waren het, die al deze mensen, Isa, kracht gaven om dit pad te bewandelen, is wat zij dachten. Eigenlijk was het de wil om te 'leven' die hen dàt pad lieten bewandelen. Dat pad die hen zou leiden naar hun einddoel. Voor elk individu was er een ander pad, een eigen levenspad.


dinsdag 11 september 2012

Afdwalen.

Het meisje wist niet dat het zo ontzettend moeilijk zou zijn om iemand te negeren waar zij héél veel om gaf. Ze was gek op hem, maar ze wist dat ze geen contact moest zoeken... Soms ging het dagen goed, maar soms had ze zo een dag dat ze niet langer kon doen alsof haar neus bloedde, dan moest ze gewoon met hem praten. En dat waren de momenten dat hij haar negeerde, keihard. Dat waren dan voor het meisje weer tekenen dat zij hem weer moest negeren. Zo bleef het maar door gaan. Ze wist niet wat ze er van moest en/of wilde denken. Eigenlijk was het blanco. Zij wilde gewoon dolgraag bij hem zijn, haar armen om hem heen slaan, zijn lippen op haar lippen proeven, tegen hem aan leunen met zijn arm om haar heen, om over de rest niet eens te spreken. Ze wist dat het niet zo zou zijn. Ze wist dat ze mocht dromen van hem, hij liet haar in deze waanzin door gaan. In haar gedachten was hij altijd bij haar, in de werkelijkheid voelde het meisje zich eenzamer dan ooit te voren.

vrijdag 7 september 2012

De mooie, witte vredesduif.

Aangedaan staarde het meisje voor zich uit. Ze had iets gehoord wat ze niet horen wilde. Juist nu wist het meisje weer hoe vreselijk dichtbij de dood kon zijn. Zo dichtbij als het lopen op straat en verongelukken. Toch kon het meisje niet écht verdrietig zijn. Ze vond het vreselijk, maar ze stond niet in brand. Diep van binnen wist het meisje namelijk ook wel dat de dood maar een vorm was voor het proces naar de eeuwigheid. Waarvan het de eeuwigheid zou zijn wist ze niet, maar ze hield zichzelf altijd voor dat er iets was na het proces van dood gaan. Iets moois, iets simpels, iets wat wij allen niet kunnen voorstellen, iets. Daarom kon het meisje niet meer immens verdrietig zijn wanneer iemand van het leven was beroofd. Ze wist dat diegene ergens anders terecht zou komen en dat de ziel op die plek door zou blijven leven. Het geluk tegemoet gaande. 

Als een vogel vloog je weg, de vrede tegemoet. Pas nu weten we allen wat voor vogel jij bent geweest, een mooie, witte vredesduif. Open je vleugels, en fladder. Fladder tegemoet wat jij tegemoet wil gaan, maak je weg af. Alleen zijn doe je niet, iedereen is bij je, jij bent bij iedereen. In onze harten zullen al die mooie vogels blijven bestaan, voor altijd.

donderdag 6 september 2012

Gedicht: ''Reverse.''

Reverse.

Vroeger had men respect voor elkaar,
Onwetend als wij waren, op zoektocht gegaan.

Het ontwaken van slavernij,
Oorlogen tussen verschillende etniciteiten.

Mensen worden gepijnigd,
Fysiek begonnen, mentaal geëindigd.

De politiek bemoeit zich ermee,
Het lijkt uit de hand te lopen.

In omgekeerde volgorde,
Hoort dit geheel te zijn.


Voor de gedichtenwedstrijd Stop discriminatie.

Kort verhaal: ''Nummer vijf.''

Nummer vijf.

Ze keek op de lijst die ze ooit had opgesteld. Jongens met wie zij ooit had gezoend, met wie zij seks heeft gehad en welk cijfer zij die persoon gaf. Een nare gewoonte wist ze, maar ze kon het niet laten om deze lijst bij te houden.

Isabelle ging deze avond stappen met haar vriendinnen. Ze zou nummer tien aan haar lijst toe kunnen voegen, dacht ze. Toch voelde zij dat dit niet juist was om te doen. Nummer vijf was namelijk degene die haar had onttrokken van haar liefde voor mannen. Mannen waren voor haar nu speeltjes, afleiding om nummer vijf te vergeten. Vier mannen waren na hem gekomen, vier mannen met elk hun eigen verhaal. De verhalen koesterde zij, om zich een uitweg te kunnen banen. Mensen vonden haar simpelweg een slet. Iemand die niet aan anderen dacht, haar eigen pleziertjes boven die van anderen achtte.

Wordt vervolgd.

woensdag 5 september 2012

Girl gone mad.

Soms, moeten we gewoon even gek doen in het leven. Dan moeten we de standaard even doorbreken en doen wat je gewoon altijd al eens wilde doen (of nog niet zo lang). Waarom zou dat niet kunnen, doen wat je graag wilt. Perfectie is immers toch een begrip wat voor eenieder een andere definitie heeft, wat voor elk mens even veel of even weinig waard is. Wie is er perfect, dat fotomodel die in de Girlz staat, die geleerde die in de National Geographic staat afgebeeld, dat meisje uit Zuid-Afrika die een droom heeft? Iedereen is op zijn eigen manier perfect, ook jij, ook ik. Het feit dat ik nu dus 2 blonde plukken en 1 groene pluk in mijn haar heb, maakt mij niet minder. In theorie ben ik nu méér, wel 3 hele plukken á ? gram. 



dinsdag 4 september 2012

Sometimes.

       ''Sometimes you remember a week for the rest of your life.''
Het meisje keek om zich heen. Alles was weer zoals voorheen. Feitelijk gezien was er ook niks veranderd. Toch hield het meisje zichzelf graag voor dat dit wel het geval was. Waarom terug gaan naar het oude, als al het ''nieuwe'' zo fijn was? Dingen zíjn veranderd, dacht ze. Ook als niemand het ziet, kunnen dingen, zaken en mensen zijn veranderd.
Ze keek in de spiegel. Één traan biggelde over haar wang. Terwijl zij besefte dat er in haar iets was veranderd, besefte zij ook maar al te goed dat de rest niet was mee veranderd. De situaties bleven nog altijd hetzelfde. De nog altijd onbeantwoorde vraag bleef door haar hoofd spoken en hoe lang dit nog zo zou zijn wist zij niet. Iemand anders had het heft in handen. 
Ze wende haar blik af van de spiegel en keek door het raam. Ze zag een klein meisje met een kat spelen. Kijkend naar dit kleine meisje, wist zij dat zij altijd het meisje zou blijven. ''Het meisje dat van alles mee zou maken, behalve het juiste.''

zondag 2 september 2012

One way or the other.



''I want you,
I need you,
I miss you,
I love you.

Be with me.''







You look at me like maybe,
but all I need is a ''yes'' or ''no''.

You want to have time, 
and that is what I am giving you.

Time, all the time you need,
just for me to know I gave it all.

Everything is not enough,
less is everything.

zaterdag 1 september 2012

Langzaam tikt de tijd voorbij.

Ze keek maar op de klok. De datum leek dag in, dag uit hetzelfde te blijven. Juist nu de tijd een sprong zou mogen maken van zo een maand of 4. Ze wist dat ze vroeg om het onmogelijke, toch bleef ze zo denken. 
Bij hem zijn was wat ze wilde, ze wist eindelijk wie de schim was. De schim die jarenlang bleef verschijnen is niet meer, ineens maakte de tijd een sprong en wist zij wie het was. Helaas, hier moest het nu even bij blijven. Het was vreselijk, van het ene gat in het andere gat. Het enige wat haar hoop gaf was dat dit gat niet eindeloos door bleef gaan, maar ergens zou stoppen. Positief of negatief, er was een einde.
Helaas voor het meisje tikt de tijd langzaam voorbij.

vrijdag 31 augustus 2012

Gedicht: ''Onweer in de nacht.''

Onweer in de nacht.

De donder en de regen,
komen samen in de nacht.
De nacht kijkt ons aan,
met de flitsen voor zich uit.

Kinderen worden bang,
de nacht streelt hun wang.
De donder en de bliksem,
klinkt door elke adem heen.

De nacht redt de mensheid,
van de kwaadheid der natuur.
We sukkelen langzaam in slaap,
op dit late uur.

De onweer geeft zich gewonnen,

maar het gaat de strijd ooit weer aan.
Wanneer men het niet verwacht,
zal de onweer weer voor ons staan.

dinsdag 28 augustus 2012

De mislukking.

De kans.
Wij noemen het een mislukking, de hogere hand noemt het een kans. Een kans om met een schone lei te beginnen. Moeilijk, maar met de juiste instelling niet té moeilijk.
Je probeerde het wel, en je wilde het laten lukken... Maar niet alles liep zoals gepland, zoals gewild. Nee, zo werkt het niet in deze wereld van jou.
Al zou je in één keer iets krijgen of halen wat je graag wilt, dàn zou er pas iets mis zijn. Je leert wel blij te zijn met hetgeen je wél hebt of haalt.
“De wereld is wreed.” Nee, de wereld is niet wreed. Je maakt je leven zo wreed als hoeveel wreedheid jij zelf toe laat. Hoeveel wreedheid wil jij nog toelaten? Wil jij het je kapot laten maken?
Ze dacht na, ze wist dat het zo niet verder kon. ‘Misschien moet ik de kans pakken’ dacht ze. Kijkend in de rondte zoekt ze naar hulp. Wie kan haar helpen, wie wil haar helpen. Is het zo simpel? Ze weet het niet, maar ze gaat het proberen.

[Oorspronkelijk geschreven op 5 juli 2010]