zondag 15 januari 2012

Wat dacht je dan?

''Wat dacht je er van om gewoon even te zeggen waar het op staat, om eens niet te doen wat mensen altijd doen?'' Het meisje was nu boos geworden, ze schreeuwde dit ondertussen tegen hem. Waarom doet hij nu zo, vroeg zij zich af. Moet ik echt genegeerd worden? 
Hij keek haar aan, met zijn quasi stoere blik en zij keek hem aan, met de felheid in haar ogen. Ja, dit zou nooit werken zo. Ze wist al weer waarom zij was afgehaakt toen de tijd. Alles kwam weer boven. De herinneringen bleven maar komen en komen. Ze zag zichzelf als een meisje van 4 jaar oud, boven op een berg staan. Ze schreeuwde, want ze was bang dat iemand haar van de berg af zou duwen, want dat was immers hetgeen wat iemand een minuut eerder had gezegd. Overstuur was ze, en geef haar ongelijk. Zo kwetsbaar als zij toen op die berg stond, zo kwetsbaar voelde zij zich steeds vaker de laatste tijd. 
Ze keek weer naar de jongen. En hij keek nog steeds naar haar. Die onbezonnenheid had haar altijd aangesproken, maar nu irriteerde zij zich aan die eens zo mooie eigenschap. Hoe kon iemand zo leven? Misschien benijdde ze hem wel om het feit dat hij zo kon leven en dat zij alles altijd te serieus nam. Het laatste waaraan zij wilde denken, voor de tiende keer veranderen. 
''Jullie meiden zijn gewoon moeilijk!'' zei hij ineens tussen al haar gedachten door. Ze was even vergeten dat hij voor haar stond, dus ze schudde even met haar hoofd. Dit kon zij niet ontkennen, dus ze zweeg. Ze beet op haar tong om niks te zeggen, ze moest zichzelf tegenhouden. Ze vond het moeilijk, dus ze draaide zich om, pakte haar jas en haar tas, en ze liep de deur uit. 
Bij zichzelf dacht ze; einde van dit hoofdstuk. Maar ze wist ook maar al te goed dat dit hoofdstuk pas net was begonnen. Dat de moeilijkheden nog zouden volgen.

dinsdag 10 januari 2012

Zo tam als een doodgeschoten hert.

Daar lag ze als een doodgeschoten hert. Ze wist niet wat ze moest doen. Zij wilde dit, haar lichaam wilde dit niet. Haar lichaam schokte, het wilde zeggen: "Stop, nu meteen! Stop!" Maar dit zei haar lichaam niet. Het enige wat het met haar kon doen, is verstenen. Haar pijn doen. Haar laten voelen wat ze aan het doen was. Haar als een hulpeloos doodgeschoten hert achter laten op een moment waar ze eigenlijk de sterkste zou moeten zijn. Waar zij zich geweldig zou moeten voelen en gewaardeerd. Dit kon zij niet meer voelen, al lange tijd niet. Waarom niet? Omdat die kogel ooit eens door haar lichaam heen is gegaan, die heeft haar verwond en anders achter gelaten dan zij ooit was. Spijtig, maar de werkelijkheid.
Het meisje, dat ooit zo sterk was van karakter, werd met de dag zwakker. Ze walgde steeds vaker van ''alles''. Ze voelde zich steeds vaker misselijk, misselijk voor wat komen zou gaan. 
Ze keek in de spiegel en zag de oneffenheden in haar gezicht. Ondanks dat ze oneffenheden in haar gezicht had, wist ze dat ze bij lange na niet het lelijkste meisje van de wereld was. En dat gaf haar kracht. Want zij wist, dat ondanks haar oneffenheden, ondanks haar imperfecties, zij toch voor sommige mensen geweldig kon zijn. Soms maakte het meisje daar misbruik van, zodat zij niet het enige doodgeschoten hert zou zijn. Zodat er met haar, nog meer tamme herten zouden zijn. 
Tam... Was ze eigenlijk wel zo tam?