dinsdag 30 augustus 2011

I'm a dream-believer.

Daar zat ze, dat mooie meisje. Dat meisje waar je al weken, maanden, van droomde. Je knipperde met je ogen, omdat je zeker wist dat je weer eens aan het dromen was, maar het beeld verdween niet. Zij was het die jou plezierde op meerdere manieren, dat meisje met dat lange blonde haar. Jullie lagen gisteren nog samen in het gras, de schapen heb je nog horen blaten, maar toen je intens gelukkig en bevredigd was, eindigde het moment. Je ontwaakte. Uit die diepe mooie slaap ontwaakte jij. 
Nu vandaag schijnt de zon. Ze is het echt. Jij hebt je zonnebril op, zij heeft dat niet. Haar ogen glinsterden door het felle licht, maar dat deed er niet toe. Niks deed er toe, behalve dat het meisje van je dromen 5 meter van je af stond. Ik moet erheen, dacht je. Ik moet met haar praten, ik moet vragen of zij hetzelfde droomde over mij. Je benen verzetten zich, maar de hoofd sloeg op hol. Je liep er heen en je tikte haar aan. 'Eh hoi.' zei je tegen haar. Ze keek je aan, en ze haalde je zonnebril voor je ogen weg. Daar, die vertrouwde blik, ze herkende je. 'Hey!' Je voelde dat je mondhoeken omhoog gingen, dat je ogen niet alleen straalden omdat het felle zonlicht erin scheen. Nee, je ogen straalden omdat het meisje uit je dromen, ook over jou had gedroomd.

vrijdag 26 augustus 2011

'Ik voelde zijn ogen in mijn rug branden.'

Zijn hand ging over mijn wang en hij duwde mijn gezicht richting zijn gezicht. Het was niet dat hij mij pijn deed, het voelde juist fijn, de manier hoe hij dat deed. Ik keek in zijn ogen en zag het wederzijdse verlangen, het zou gebeuren. Vandaag, hier, nu. Zijn lippen kwamen dichterbij en ik keek hem nog steeds aan. Zijn ogen sloten en ik, ik deed hetzelfde. Onze neuzen raakten elkaar, en ik moest grinniken. Ik voelde dat hij ook een glimlach op zijn gezicht had, maar hij liet zich niet klein maken door mijn gelach. Ondertussen had ik mijn ogen weer geopend en ik zag dat hij zijn gezicht nu iets had gedraaid, toen zijn lippen de mijne raakten. Hij kuste me en ik sloot mijn ogen weer en kuste hem terug. Zijn hand ging door mijn haren, ik voelde zijn rustige streling over mijn hoofd. Van het begin van mijn haren, tot aan mijn nek, want daar stopte het. Daarna ging zijn hand weer terug, terwijl ik zijn andere hand op mijn rug voelde. Hij maakte rondjes met zijn vingers, en het verbaasde mij dat hij deze 3 dingen tegelijk kon doen. Mijn ene hand hield hem vast in zijn nek en met mijn andere arm trok ik hem tegen mij aan.Ik voelde zijn lichaam op en weer gaan wanneer hij ademende, rustig, maar wel steeds wat sneller. Ik raakte daar opgewonden van. Ik raakte opgewonden van het idee dat ik iemand sneller kon laten ademen, dat iemand verlangde naar mij. Mijn hart begon sneller te kloppen toen ik zijn hand onder mijn shirt voelde, zijn hand voelde klam op mijn blote rug. Hij zat aan het sluitinkje van mijn BH, en hij kreeg 'm met moeite open. Dat merkte ik aan hoe hij even stopte met zoenen. Zodra hij het sluitinkje los had, merkte ik dat zijn beiden handen van mijn lichaam waren verdwenen. Ik opende mijn ogen en ik zag dat hij mij aankeek. Hij wachtte op een goedkeuring en ik vroeg mijzelf af waarom, hij had immers mijn BH toch al los gemaakt. Ik keek hem ook aan, en ik gaf hem een kusje op zijn neus, om mijzelf vervolgens van hem af te draaien en mijn armen in de lucht te houden. Hij ontdeed mij van mijn shirt en daarna legde hij mijn BH bij mijn shirt. Ik voelde kippenvel opkomen en ik wilde mijn armen om mij heen slaan. Ik voelde me verlegen en alleen, tot ik merkte dat hij zijn shirt ook uit had gedaan en met zijn borst tegen mijn rug aan zat. 
Ik zou nooit meer weg willen van dit moment. Het moment dat ik daar kwetsbaar zat, het moment dat ik mijzelf probeerde te geven aan deze persoon. Toch werd ik bang, ik werd bang op het moment dat zijn handen mijn borsten raakten. Ik wist, dat het niet zou gebeuren vandaag, hier, nu. En ik wist dat ik hem kwijt zou raken als ik nu als een neergeschoten gazelle mijn plekje op bed zou innemen en mijn armen voor mijn borsten zou houden. Daarom deed ik het misschien, omdat ik het wist. Toch draaide ik mijzelf om en ik keek hem met een serieuzer blik dan ooit aan.
'Je wilt niet hè?''Nee, ik wil graag slapen. Ik wil graag slapen en morgen wakker worden.''Oké.'
Hij deed zijn broek uit en ging op zijn helft van het bed liggen. Ik volgde zijn voorbeeld en ook ik deed mijn broek uit, maar ik kroop meteen onder de dekens. We zijn met onze ruggen naar elkaar toe in slaap gevallen.
Die volgende ochtend werd ik vroeg wakker. Ik kleedde mezelf aan en ik gaf hem nog één laatste kus, wetende dat er nooit meer een zou volgen. 'Dag,' zei ik, en ik liep naar beneden. Ik opende de deur en ik liep weg. Ik liep, zonder op of om te kijken, maar ik voelde zijn ogen in mijn rug branden.

zaterdag 6 augustus 2011

It's a letter, a secret love letter.

Lieve -,


Ooit schreef ik jou een brief. Ooit vertelde ik jou wat er op mijn hart lag, en dat ik liefde had gevonden. Ik vond liefde, maar ik heb het nooit als échte liefde kunnen en/of mogen ervaren. Jij was degene op wie ik verliefd was, jij was fijn, bij jou wilde ik zijn. Sterrenhemels en rustige avonden, wilde feesten en alcohol. Twee tegengestelde dingen, maar beiden 2 hele fijne dingen. Ik hou van wilde feesten, maar ik hou ook van rustige avonden, zo lang ik maar plezier kan hebben. Zo lang ik maar mag lachen. Ik kon mijn liefde niet naar een hoogtepunt brengen, jij zag het zo niet. Was het een ander, of was het niet in staat kunnen zijn om een relatie aan te gaan? Beiden.

        Liefde, het verscheurt je hart. Het verscheurde mijn hart, maar ondanks dat, maakte het mij ook een rijk persoon. Door het voelen van liefde, al is het maar beginnend, weet je dat je leeft. Dan weet je weer dat je een mens bent. Ik ben een mens, want ik kán liefhebben, ik kan verliefd zijn, alleen moet ik het nog niet zijn. Liefde kan heel mooi zijn, met de juiste persoon op het juiste moment. En ik weet zeker dat wij allemaal, iedereen die mijn geheime brief leest, liefde kent of zal kennen. Wij allemaal komen op onze plek terecht, ook jij. 
        Het laten gaan van liefde voelt aan als pure wanhoop in een geïsoleerd blik. Je kunt het niet zien, je kunt het niet horen, maar je kunt het wel voelen. Je kunt het voelen bewegen. En als je heel goed bent, dan kun je het wel zien, dan zie je de verdriet in iemands ogen, dan boor je recht door het blik heen. De verdriet die ik ooit kende, ooit, maar niet nog eens.