Zo tam als een doodgeschoten hert.
Daar lag ze als een doodgeschoten hert. Ze wist niet wat ze moest doen. Zij wilde dit, haar lichaam wilde dit niet. Haar lichaam schokte, het wilde zeggen: "Stop, nu meteen! Stop!" Maar dit zei haar lichaam niet. Het enige wat het met haar kon doen, is verstenen. Haar pijn doen. Haar laten voelen wat ze aan het doen was. Haar als een hulpeloos doodgeschoten hert achter laten op een moment waar ze eigenlijk de sterkste zou moeten zijn. Waar zij zich geweldig zou moeten voelen en gewaardeerd. Dit kon zij niet meer voelen, al lange tijd niet. Waarom niet? Omdat die kogel ooit eens door haar lichaam heen is gegaan, die heeft haar verwond en anders achter gelaten dan zij ooit was. Spijtig, maar de werkelijkheid.
Het meisje, dat ooit zo sterk was van karakter, werd met de dag zwakker. Ze walgde steeds vaker van ''alles''. Ze voelde zich steeds vaker misselijk, misselijk voor wat komen zou gaan.
Ze keek in de spiegel en zag de oneffenheden in haar gezicht. Ondanks dat ze oneffenheden in haar gezicht had, wist ze dat ze bij lange na niet het lelijkste meisje van de wereld was. En dat gaf haar kracht. Want zij wist, dat ondanks haar oneffenheden, ondanks haar imperfecties, zij toch voor sommige mensen geweldig kon zijn. Soms maakte het meisje daar misbruik van, zodat zij niet het enige doodgeschoten hert zou zijn. Zodat er met haar, nog meer tamme herten zouden zijn.
Tam... Was ze eigenlijk wel zo tam?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten