zaterdag 3 december 2011

De blauwe olifant.

De tranen liepen over haar wangen. Ze wist dat dit moest stoppen, ze wist dat zij haar eindhalte had bereikt. Waar was hij, die jongen. Ze droomde laatst nog over hem. Hij had donkerblond haar, maar meer had zij niet kunnen zien. Haar droom werd namelijk verstoord door een blauwe olifant. Over deze olifant droomde zij vaker, net als over een circus-gemeenschap in een donker gebouw, die enge grapjes maakten en pamfletten op de muren hadden hangen. De olifant liep op haar af en sloeg haar met zijn slurf op de grond. De jongen verdween uit haar zicht en ze keek de olifant aan.
''Jij gemeen wezen! Ik wil jou nooit meer terug zien in mijn dromen, hoor je me? Nooit meer!''
De olifant keek haar aan. Na al die jaren van dreiging die het dier in zijn ogen had, zag ze nu geen dreiging meer. Ze zag mededogen in zijn ogen. Hij verdween in het niets en de tranen bleven maar over haar wangen stromen. 
''Hoe weet ik nu over wie ik gedroomd heb, als ik alleen maar zijn kapsel kan herinneren en een vaag gezicht?'' 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten