donderdag 1 november 2012

Tegendraads deel 4.

Vervolg op deze blog over Meryl: Tegendraads deel 3 
Het bloed stroomde langs zijn handen, die hij zo snel mogelijk op de wond had gehouden. De wond was zo groot niet, maar aan het bloed te zien leek het of alle ingewanden uit het lichaam werden gerukt. Het deed ontzettend veel pijn. Meryl stond geschrokken te kijken naar wat er net was gebeurd. De man had gezegd dat hij haar dood zou schieten als de politie achter hem aan kwam en uiteraard deed de politie dit. Waarom was zij nu dan niet dood? Ze keek naar Jason en al het bloed op zijn handen en kleren. Onder hem was een bloedvlek ontstaan op de tegels. Meryl was niet geraak, maar Jason wél. 
Ze riep naar de ambulancebroeders dat ze hem mee moesten nemen. Dat hij dood zou gaan als hij niet snel geholpen zou worden. Dat hij morfine moest krijgen en moest kunnen liggen. Ze hadden een ambulance besteld, maar verder deden ze niks, ze waren te druk bezig met de andere vrouw. Jason stond daar maar, slapjes en verslagen met een groot gapend gat in zijn borst. 
Na enkele minuten kwam de tweede ambulance aangereden. Ze handelden heel snel. De broeders legden Jason op een brancard, reden hem in de ambulance, gaven hem zijn infuus en wilden de deur dicht gooien. Meryl wilde mee naar het ziekenhuis, dus gauw zei ze dat ze mee wilde. Snel sprong ze in de ambulance en ze sjeesden naar het Mariaziekenhuis, zo een zes á zeven lange straten verderop. 
Toen ze bij het ziekenhuis aankwamen werd er snel gehandeld. Jason werd naar de Eerste Hulp gereden en de mannen renden mee. Meryl rende er als een verloren schaap achteraan. Ze wilde de mannen volgen door de enge klapdeur heen, maar zij werd hier tegen gehouden. Jason zou klaargemaakt worden voor een operatie en hier mocht ze niet bij blijven. De doktoren zeiden dat alles goed zou komen en dat hij geluk had gehad. Meryl ging in de wachtkamer zitten.
''Geluk gehad!?'' zei ze hardop in zichzelf. ''Hij heeft helemaal geen geluk gehad! ''Die man wilde mij raken en hij raakte verdomme Jason. Wat een onzin is dit!'' Ze dacht na en vrat zichzelf op van binnen. Wanneer zouden ze nu eens klaar zijn met de operatie, dacht ze na ongeveer drie uur gewacht te hebben. Toen ineens stonden er een paar mannen naast haar. Politiemannen. Strak in pak, de pet onder de arm met een notitieboekje wat uit de kontzak van de langste zou vallen als hij nog een paar stappen zou zetten.
''Mevrouw, u was erbij toen de Heer de Gooij werd neergeschoten?'' vroeg één van de agenten uit het niets.
''Ja, zou u zich niet eerst even voorstellen?''
''U heeft gelijk mevrouw, ik ben agent Pietersen en dit hier is mijn collega de Raeff. Wij hebben van onze collega's vernomen dat uw vriend is neergeschoten.''
''Jason is inderdaad neergeschoten, helaas ken ik hem pas sinds deze flut avond.'' Tranen schoten in de ogen van Meryl. Ze wilde huilen, gillen, schreeuwen en schelden. Ze wilde zeggen hoe dom die mannen waren door achter de dader aan te gaan rennen, dat die artsen sneller moesten werken en dat ze wilde weten hoe het met Jason ging. Op dat moment keek ze naar haar kleren, haar handen. Ze voelde zich ontzettend smerig, al het bloed van die vrouw en Jason. De politiemannen stonden tegen haar aan te praten, maar Meryl reageerde niet. Ze hoorde niet wat de mannen zeiden, tot ze de hand van één van de mannen op haar schouder voelde.
''Mevrouw, de man is helaas niet opgepakt. Hij heeft kunnen ontsnappen. Wij willen u vragen of u nog weet hoe de man er uit ziet, zodat wij samen met de beschrijving van mijn collega's een portret kunnen laten tekenen.''Wat zei u? Ontsnapt!?'' Meryl veerde op en haar ogen waren ontzettend groot. Ontsnapt... Dat betekent dat hij nog meer mensen wat kan aandoen, dacht ze.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten