woensdag 4 mei 2011

De verlossing?

Ze wilde vrij zijn, zei ze tegen me. Ze wilde dingen doen die zij graag wilde. Onvoorwaardelijk genieten, onvoorwaardelijk vrij zijn. Geen beperkingen opgelegd door ouders, door school of door vrienden.
Ze was boos, haar gezicht was rood van woede en haar ogen waren opgezwollen en nog roder dan haar gezicht. Wat was er net gebeurt, vroeg ik me af. Wat zou er gebeurt kunnen zijn. Had hij weer wat gedaan tegen haar zin in, had ze weer terug geblikt naar het verleden? Had ze ruzie met die vreselijke vrouw gehad? Wat was er gebeurt, vertel het me, dacht ik.

Ik keek haar vol kalmte aan. Ze sprak; ‘Vanavond doe ik het. Vanavond ga ik eraan, of gaat zij eraan. Het is over! Ik ben kapot, ik ben leeg. Ik wil niet meer.’ De tranen liepen over haar wangen en het enige wat ik op dat moment kon doen was voor mij uit kijken en de woorden langs mij heen laten gaan. Hoe kan iemand het leven nu zo haten, dacht ik bij mezelf. Hoe kun je het leven zo verachten? Een minachting verscheen op mijn gezicht, zij zag het. ‘Vanavond doe ik het!’ En ik keek weg. Ik dacht na en toen keek ik haar aan. ‘Jij doet helemaal niks. Weet je waarom niet? Omdat je bang bent. Je bent een bang klein meisje.’ Ze keek me aan, met grote ogen. Vermoedelijk dacht ze, wat maakt zij me nou? Zit ze me nu uit te dagen!? Ze keek weg. ‘Ik ga. Tot ziens.’
Ze liep naar de deur en opende deze. ‘Dag,’ zei ik. ‘Dag,’ zei ze.

De volgende dag belde ik haar op. Ze nam op en het klonk lawaaiig om haar heen. ‘Je moet even naar binnen gaan,’ zei ik tegen haar. ‘Nee, ik ga niet naar binnen. Het is te laat.’ Ik had een gefronst gezicht, het is te laat? Ik luisterde naar de telefoon, het geluid was nog steeds zo lawaaiig. Mijn vriendin was stil. ‘Ben je daar nog,’ vroeg ik. ‘Nee, ik ben er niet meer.’ Ik kon het niet helpen, ik moest lachen. ‘Wie zit je nu in de maling te nemen, mij of jezelf? Je bent een lafbek.’ En op dat moment hoorde ik geschreeuw in de verte van de telefoon. De telefoon viel en ik hoorde een doffe bons. ‘Hallo?’

Ik heb mijn hele leven op het antwoord gewacht dat nooit was gekomen. De ‘ja, ik ben er’ is  altijd uitgebleven. In de krant heeft nooit iets gestaan over een telefoon en een doffe bons. Toch heb ik haar na dat gesprek nooit meer gezien of gehoord.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten